Cv-installatie niet goed beoordeeld: ondernemer moet fouten deels herstellen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Installerende bedrijven    Categorie: Herstel    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 223703/229929

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt dat zijn nieuwe cv-ketel niet goed werkt, omdat de ondernemer vooraf geen adviseur heeft gestuurd en alleen op basis van foto’s een offerte heeft gemaakt. Daardoor zijn belangrijke onderdelen van de oude installatie, zoals een speciale aansluiting en de ligging van de rookgasafvoer, niet goed beoordeeld. Tijdens de installatie bleek dat extra werk nodig was, zoals het openen van een leidingkoof en het vervangen van de rookgasafvoer, wat wettelijk verplicht is sinds april 2023. Ook ontbreekt nu een tweede aansluiting, waardoor het verwarmingssysteem niet meer werkt zoals voorheen. De commissie oordeelt dat de ondernemer verantwoordelijk is voor de fouten in de offerte en de gebrekkige beoordeling van de foto’s. De ondernemer moet € 100 vergoeden voor de schade aan de leidingkoof en binnen twee maanden een tweede aansluiting aanbrengen tegen een gereduceerde prijs van € 300. Ook moet hij € 63,75 klachtengeld vergoeden. De klacht is deels gegrond verklaard.

De volledige uitspraak

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het geschil is ontstaan omdat de ondernemer ervoor gekozen heeft voorafgaand aan de installatie van de nieuwe cv-ketel geen adviseur langs te sturen maar om aan de consument te vragen foto’s van de bestaande installatie te maken, op basis waarvan een offerte is opgemaakt. Aan de hand van die foto’s heeft de ondernemer niet kunnen waarnemen, dat de rookgasafvoer en het luchttoevoersysteem zich niet direct boven de cv-ketel bevinden maar via de eerste verdieping zijn aangesloten op een dakdoorvoer via een leidingkoof en dat in de rookgasafvoer en luchttoevoersysteem zich een niet toegestane horizontale versleping bevindt. Voorts heeft de ondernemer niet waargenomen dat de bestaande cv-ketel een extra aansluiting heeft om onafhankelijk van het centrale verwarmingssysteem een radiator of kleine groep te regelen. Volgens de door de commissie ingeschakelde deskundige Dekker heeft dit laatste tot oorzaak dat de ondernemer de door de consument aangeleverde foto’s niet juist heeft geïnterpreteerd.

De bestaande cv-ketel betrof een ketel met een speciale aansluiting, die niet meer leverbaar is. Is zodanige speciale aansluiting gewenst, dan dient dit regeltechnisch te worden opgelost door middel van het aanbrengen van een tweede aansluiting met toebehoren (regelthermostaten en regelmotoren met afsluiters).

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is gebleken dat de rookgasafvoer en het luchttoevoersysteem via de eerste verdieping zijn aangesloten op een dakdoorvoer via een leidingkoof. Sinds 1 april 2023 is het op grond van het Bouwbesluit, vastgelegd in de BRL 6025, wettelijk verplicht dat bij vervanging van de cv-ketel de rookgasafvoer en het luchttoevoersysteem vervangen moeten worden. In dit geval had de ondernemer geen andere keus dan de leidingkoof te openen om die vervanging mogelijk te maken, waartoe meer materialen nodig waren die de monteur niet bij zich had.

Na de oplevering bleek het verwarmingssysteem niet te werken zoals het in het oude systeem deed, bij gebreke van een extra aansluiting.

In dit geschil ligt dan de vraag voor of de consument schade heeft geleden, in hoeverre die schade aan de ondernemer is toe te rekenen en hoe groot die schade is.

Naar het oordeel van de commissie ligt het in beginsel in de risicosfeer van de ondernemer als slechts op basis van aangeleverde foto’s een onvolledige aanbieding wordt gemaakt, zonder tevoren de bestaande situatie in ogenschouw te nemen. Indien de ondernemer dat laatste wel had gedaan, dan had hij – tegen een hogere prijs – een nieuwe cv-ketel, het openen van de leidingkoof, het vervangen van de rookgasafvoer en het luchttoevoersysteem en het aanpassen van de regeltechnische installatie aan de consument geoffreerd.

De ondernemer heeft zich in zoverre zijn verantwoordelijkheid aangetrokken door de kosten voor het openmaken van de leidingkoof en de extra kosten voor het rookgasafvoer materiaal voor eigen rekening te nemen en daarenboven een creditering van € 100,– toe te zeggen. De commissie acht deze compensaties door de ondernemer wat betreft de leidingkoof in de geven omstandigheden voldoende. Dat betekent dat de kosten van het dichten van de leidingkoof voor het overige voor rekening van de consument dienen te blijven.

Wat betreft het ontbreken van een tweede aansluiting oordeelt de deskundige Dekker dat dit een fout van de ondernemer betreft omdat hij de aangeleverde foto’s niet juist heeft geïnterpreteerd. Indien hij dit wel had gedaan, dan was dit in de offerte opgenomen met een hogere offerteprijs tot gevolg. Strikt genomen lijdt de consument dus geen schade indien zij daarvoor alsnog zou moeten betalen op basis van de kosten die daarvoor redelijkerwijs geoffreerd zouden zijn tegelijk met de overige werkzaamheden. Volgens de deskundige Dekker betreft dit een bedrag van € 400,– inclusief btw. Gelet op de in deze door de ondernemer gemaakte interpretatiefout acht de commissie het redelijk en billijk dat de ondernemer zorgdraagt voor het aanbrengen van een tweede aansluiting met toebehoren (regelthermostaten en regelmotoren met afsluiters) tegen betaling door de consument van een gereduceerde prijs van
€ 300,– inclusief btw.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient conform zijn toezegging aan de consument een bedrag van € 100,– te crediteren als compensatie met betrekking tot de schade aan de leidingkoof.

De ondernemer dient binnen twee maanden na verzending van deze uitspraak in overleg met de consument zorg te dragen voor het aanbrengen van een tweede aansluiting met toebehoren (regelthermostaten en regelmotoren met afsluiters) tegen betaling door de consument van een gereduceerde prijs van € 300,– inclusief btw.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 63,75 aan de consument te vergoeden ter zake van (50% van) het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden gematigd met 50 %.

Gelet op bovenstaande wordt het depot bedrag van € 2447,69 uitbetaald aan de ondernemer.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Installerende Bedrijven, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer P.A. Frank, mevrouw mr. W. van den Berg, leden, op 10 januari 2024.

Opslaan als PDF