De advocaat had moeten adviseren een draagkrachtberekening uit te voeren ter vaststelling van wat de cliënt kon/zou moeten betalen en op basis daarvan over het indienen van een zelfstandig verzoek.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Informatie    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 82393

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van de dienstverlening van de advocaat aan de cliënt in een alimentatiekwestie.

De cliënt heeft een bedrag van € 1.968,– onbetaald gelaten en dit bedrag bij de commissie gedeponeerd.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de cliënt op het volgende neer.

De cliënt heeft zich in juni 2013 tot de advocaat gewend voor advies, omdat de moeder van zijn zoontje een verzoekschrift strekkende tot wijziging van de kinderalimentatie met terugwerkende kracht had ingediend.
De cliënt heeft tijdens het eerste gesprek met de advocaat aangegeven dat hij niet in aanmerking kwam voor een toevoeging maar het niet breed had als gevolg van schulden uit het verleden. Ook is besproken dat de reden van het verzoekschrift was dat hij al enige tijd minder alimentatie betaalde dan het afgesproken bedrag, dit ook vanwege deze schulden.
De advocaat stelde de cliënt voor de keuze om een vast bedrag van € 2.500,– te betalen voor de hele procedure of betaling in delen. De cliënt heeft voor het laatste gekozen en heeft na het tekenen van de opdrachtbevestiging € 1.210,– betaald.

De cliënt beklaagt zich blijkens het door hem ingevulde vragenformulier van de commissie de dato 6 december 2013 over:
– een niet volledig door de advocaat ingediend verweerschrift;
– niet uitgevoerde berekeningen;
– een te hoge rekening;
– het niet indienen van een tegenverzoek inzake alimentatie.

Nadat de advocaat een verweerschrift had opgesteld, deelde zij de cliënt mee dat zij niet toegekomen was aan een berekening van de alimentatie over de jaren 2011 en 2013 omdat zij niet over alle informatie beschikte, het veel tijd zou kosten en zij de kosten zo laag mogelijk wilde houden voor de cliënt.

De cliënt heeft de advocaat gevraagd naar zijn kansen op verlaging van het alimentatiebedrag, nu hij dit niet uit het verweerschrift op kon maken. Hierop heeft de advocaat laten weten dat dit moeilijk te zeggen was omdat de rechter de berekening maakt.
Tijdens de zitting bleek dat de advocaat niet op de hoogte was van het nieuwe procesreglement alimentatieprocedure en geen berekeningen had ingediend. Inzake berekeningen heeft de advocaat de cliënt echter wel een uur in rekening heeft gebracht.

Uit de beschikking van de rechtbank de dato 16 oktober 2013 volgt dat de cliënt in beginsel slechts € 135,– per maand had behoeven te betalen. Doordat de advocaat geen tegenverzoek heeft gedaan, heeft de rechter beslist dat de cliënt € 200,– per maand moet blijven betalen.

 
De cliënt houdt de advocaat aansprakelijk voor het verschil ad € 65,– per maand gedurende 12 jaar en wenst van haar een vergoeding van het bedrag waarvoor hij in totaal benadeeld is ad € 9.360,–.

Ter zitting is door de cliënt verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De cliënt betwist een groot deel van hetgeen de advocaat in haar verweerschrift van
18 maart 2014 heeft aangevoerd.
Hij geeft aan dat de advocaat hem nooit heeft gewezen op de noodzaak om, indien hij een verlaging van de kinderalimentatie wenste, een zelfstandig verzoek daartoe in te dienen.
Hij wilde niet met terugwerkende kracht méér betalen dan eerder overeengekomen. Wel wilde hij in de toekomst minder betalen.
De cliënt was direct al teleurgesteld over de uitspraak van de rechtbank en heeft nooit gezegd dat hij tevreden was. Hij heeft na ontvangst van de uitspraak om een gesprek verzocht met de advocaat maar zij wilde hem pas te woord staan als hij zou hebben betaald.
Hij heeft, na advies te hebben ingewonnen bij verschillende advocaten, besloten geen nieuw verzoek in te dienen inzake verlaging van de kinderalimentatie omdat hij daar geen geld voor had en dit niet zinvol zou zijn. Een en ander heeft mede te maken met het traject bij Jeugdzorg waarin zijn zoontje thans zit.
Op de vraag van de commissie op welk moment de cliënt heeft besloten om geen apart verzoek tot verlaging in te dienen, heeft de cliënt geantwoord dat hij dit circa twee weken na ontvangst van de uitspraak besloten heeft.

De cliënt is van mening dat de advocaat niet voldaan heeft aan de opdracht om de cliënt bij te staan.

De cliënt stelt dat hij schade heeft geleden als gevolg van het handelen of nalaten van de advocaat.

De cliënt verzoekt de commissie een vergoeding voor de door hem geleden schade ten bedrage van € 9.360,– aan hem toe te kennen.

Standpunt van de advocaat

Voor het standpunt van de advocaat verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het betoog van de advocaat op het volgende neer.

Bij schrijven van 18 maart 2014 heeft de advocaat gereageerd op de klachten van de cliënt.
De advocaat betwist dat zij een zelfstandig verzoek strekkende tot verlaging van de kinderalimentatie zou indienen. Er is wel gesproken over verlaging van de alimentatie omdat de cliënt eerder niet het overeengekomen bedrag had voldaan. Dit had te maken met een verrekening van extra uitgaven met de alimentatie en schulden. De advocaat heeft uitgelegd dat het de cliënt niet vrij stond om zomaar bedragen te verrekenen met de alimentatie en dat een verlaging in verband met schulden, aan de rechter voorgelegd moest worden.
De advocaat stelt dat zij de cliënt heeft uitgelegd wat zij kon doen voor hem in de procedure maar dat dit extra tijd en dus geld zou kosten. De cliënt zat daar niet op te wachten, zeker niet als er geen garantie was dat het zou lukken. Hij vond het eerder afgesproken bedrag wel redelijk en was dus bereid een bedrag van € 195,– per maand te betalen. Dit is derhalve ook zo door de advocaat opgenomen in het verweerschrift.
De cliënt heeft het verweerschrift in concept van de advocaat ontvangen en is daarmee akkoord gegaan.

De advocaat geeft aan dat zij geen draagkrachtberekeningen heeft gemaakt, zoals aanvankelijk het plan was om te controleren of het verzoek van de wederpartij kans van slagen had. Zij heeft hier vanaf gezien omdat dit tijdrovend was en zij de kosten zo laag mogelijk wilde houden voor de cliënt. Bovendien zou de rechter, bij een inhoudelijke beoordeling, zelf berekenen of de cliënt het gevraagde kon betalen.
Wel heeft zij een berekening gemaakt van de behoefte van de zoon over twee jaren, omdat de behoefte werd betwist. De hieraan bestede tijd is niet apart berekend maar meegenomen met de tijd besteed aan het opstellen van het verweerschrift.
De advocaat heeft een uur in rekening gebracht voor het bestuderen van financiële stukken die de avond voor de zitting door de wederpartij waren ingediend en een uur voor het maken van  berekeningen.
Voor de zitting heeft de advocaat deze stukken met de cliënt besproken. De cliënt stelde toen opeens dat hij geen alimentatie wilde en kon betalen. De advocaat heeft uitgelegd dat dit niet mogelijk was, omdat geen zelfstandig verzoek daartoe was ingediend. Ter zitting heeft zij nog getracht verlaging te krijgen maar daar is de rechter niet in mee gegaan.

Na afloop van de zitting is nog nagepraat en de cliënt leek alles goed te begrijpen. Na ontvangst van de uitspraak gaf hij aan tevreden te zijn.
De advocaat heeft gesproken van een gewonnen zaak, omdat de cliënt niet meer behoefde te betalen dan eerder was overeengekomen en hij wenste.
De advocaat merkt nog op dat zij wel degelijk op de hoogte is van de nieuwe alimentatieregels.

De advocaat heeft het vermoeden dat de onvrede van de cliënt, die is ontstaan na ontvangst van de tweede nota, te maken heeft met zijn onwil het honorarium van de advocaat te betalen.

De advocaat erkent geen enkele vorm van aansprakelijkheid. Zij is van mening dat zij geen fouten heeft gemaakt en dat de cliënt geen schade heeft geleden als gevolg van haar handelen. Zij wenst betaling van de openstaande facturen ad € 1.968,– .

Ter zitting heeft de advocaat verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De advocaat verwijst naar haar verweerschrift. Zij stelt dat zij zich ten volle heeft ingezet voor de cliënt. Hierbij heeft zij rekening gehouden met de financiële situatie van de cliënt. Zij heeft in het verweerschrift opgenomen de wens van de cliënt zoals besproken om niet meer te betalen dan
€ 195,–. De cliënt is akkoord gegaan met het verweerschrift.
De advocaat heeft de cliënt niet meer geadviseerd over verdere rechtsmiddelen omdat de cliënt niet wenste te betalen.
Op de vraag van de commissie of het niet gebruikelijk is om in een situatie als de onderhavige, te bezien of een cliënt mogelijk minder alimentatie kan gaan betalen, geeft de advocaat aan dat besproken is dat het mogelijk was berekeningen te maken op dit punt maar dat dit tijdrovend en duur zou zijn. De cliënt wilde dit niet.
De advocaat heeft de cliënt later nog wel gewezen op de mogelijkheid van een wijzigingsverzoek in plaats van het instellen van appel

Beoordeling van het geschil

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.

De kern van het onderhavige geschil betreft het verwijt van de cliënt dat de advocaat heeft nagelaten in het verweerschrift een zelfstandig verzoek te doen, strekkende tot verlaging van de kinderalimentatie. De advocaat heeft gesteld dat de cliënt dit ook niet wilde en pas achteraf met dit verwijt is gekomen. Zij heeft hierbij verwezen naar het verweerschrift, waartegen de cliënt geen bezwaar heeft gemaakt. De commissie is evenwel van oordeel dat het verweerschrift de stelling van de advocaat niet onderstreept en verwijst hierbij naar een passage op pagina acht van het verweerschrift die luidt: “Voor de periode vanaf 28 mei 2013 (datum indiening verzoek) zou een berekening van de behoefte en draagkracht gemaakt moeten worden op basis van de nieuwe methode.”
Ook ter zitting heeft de cliënt uitdrukkelijk aangegeven dat hij akkoord ging met betaling van
€ 195,– zoals eerder overeengekomen voor het verleden maar niet met dit bedrag voor de toekomst. Hij had op basis van hetgeen de advocaat met hem besproken had, begrepen dat de rechter zelf een berekening zou maken voor de toekomst. Dat het nodig was om zelf een verzoek in te dienen indien men een verlaging wenste was hem niet bekend.
Wat hier ook van zij, naar het oordeel van de commissie had de advocaat tot taak om vast te stellen wat de cliënt redelijkerwijs kon en zou moeten betalen. Het had op haar weg gelegen om uit eigen beweging de cliënt te adviseren om een draagkrachtberekening uit te voeren om dit vast te stellen en aan de hand daarvan te adviseren eventueel een tegenverzoek te doen. De commissie neemt hierbij mede in overweging dat de advocaat wist dat de cliënt al enige tijd de overeengekomen alimentatie niet volledig had voldaan wegens zijn financiële omstandigheden.

Gelet op het voorgaande is de commissie van oordeel dat de advocaat niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat en dat de klacht van de cliënt grotendeels gegrond is. De commissie ziet hierin aanleiding om het nog openstaande bedrag van € 1.968,– in redelijkheid en billijkheid te matigen tot € 1.000,– inclusief btw.

Ten aanzien van de door de cliënt gestelde en gevorderde schade, gebaseerd op 12 jaar het verschil tussen hetgeen hij maandelijks op basis van de beschikking van de rechtbank de dato
16 oktober 2013 dient te betalen ( € 200,–) en hetgeen hij had behoeven te betalen indien een zelfstandig verzoek was ingediend ( € 135,–) overweegt de commissie het volgende.
De cliënt heeft, om hem moverende redenen, besloten geen actie in te stellen tegen de beschikking van de rechtbank om zo tot een lager door hem te betalen bedrag aan kinderalimentatie te komen. Ter zitting heeft de cliënt desgevraagd laten weten dat hij al kort na ontvangst van de beschikking tot het besluit is gekomen geen verlagingsverzoek in te dienen en dat hij dit ook thans niet wenst te doen. Naar het oordeel van de commissie dient om die reden reeds de gevorderde schadevergoeding te worden afgewezen.

Voor zover door partijen aangevoerde argumenten c.q. klachten niet zijn besproken, kan daarvan worden afgezien, omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

Nu de klacht van de cliënt grotendeels gegrond wordt verklaard ziet de commissie daarin aanleiding de advocaat te veroordelen tot vergoeding van het door de cliënt betaalde klachtengeld, derhalve een bedrag van € 101,68.
 
Bovendien dient de advocaat – overeenkomstig het reglement van de commissie – een bijdrage van € 115,– in de behandelingskosten aan de commissie te voldoen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De declaratie van de advocaat wordt gematigd tot een bedrag van € 1.000,– inclusief btw.

Met in achtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag van € 1.968,– als volgt verrekend.
Een bedrag groot € 1.000,– wordt overgemaakt aan de advocaat. Het restant wordt geretourneerd aan de cliënt.

Bovendien dient de advocaat overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 101,68 aan de cliënt te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de advocaat aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 115,–.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Aldus beslist op 13 mei 2014 door de Geschillencommissie Advocatuur.