Commissie: Energie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1327000/1334307
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is: wel stonden vast dat er twee storingen waren waarbij de consument langere tijd zonder warmte en warm tapwater zat, maar de consument kon niet aantonen dat dit negen dagen achter elkaar duurde. De ondernemer erkende twee afzonderlijke storingen op 29 november 2025 (9,5 uur) en 2 december 2025 (11,5 uur). Volgens de Warmteregeling moet de tweede storing worden gecompenseerd, omdat er jaarlijks maar één grote storing zonder vergoeding mag plaatsvinden. De commissie volgt dit en indexeert de vergoeding naar € 70,- (prijspeil 2026). Daarnaast moet de ondernemer het klachtengeld van € 52,50 vergoeden. De commissie vindt de voorgestelde betalingstermijn van zes maanden te lang en bepaalt dat de ondernemer beide bedragen binnen vier weken na ontvangst van de uitspraak aan de consument moet betalen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Op 24 november 2025 meldde de consument een storing van de WKO- installatie aan de ondernemer. Na 9 dagen kwam een monteur. De ondernemer weigert de wettelijke compensatie te betalen en beweert ten onrechte dat er slechts twee kleine storingen waren. Consument meldde dat hij 9 dagen onafgebroken zonder warmte zat. Dit geeft recht op vergoeding conform de Warmteregeling.
De ondernemer schrijft samengevat.
Op 29 november 2025 is de onderbreking geweest van 22.30 uur tot en met 30 november 2025 08.00 uur. Deze storing heeft 9.5 uur geduurd en op 29 november 2025 is deze storing verholpen.
Op 2 december 2025 is er opnieuw een storing ontstaan waardoor er wederom een onderbreking van de levering was. Dit heeft geduurd van 19.00 uur tot en met 06.30 uur. Een duur van 11.30 uur.
De ACM schrijft voor dat er 1 maal per jaar een grote storing mag zijn zonder dat daarvoor gecompenseerd hoeft te worden. Dit moet dan wel binnen 24 uur opgelost worden. Er zijn echter 2 storingen geweest. Dit betekent dat de 2e storing door de ondernemer gecompenseerd moet worden. De duur van de storing bedroeg 11.30 uur wat neerkomt op een vergoeding van € 35,- per dag. Als extra compensatie vergoedt de ondernemer € 20,- (wat de ACM voorschrijft als de storing langer duurt dan 12 uur).
De ondernemer wenst te compenseren € 55,-. Dit zal binnen 6 maanden aan de consument worden vergoed.
Beoordeling
De commissie stelt vast dat partijen niet twisten over dat er storingen zijn geweest aan de WKO. De commissie ziet zich voor de vraag gesteld welke storingen er waren die leiden tot compensatie.
De definitie van een urgente storing is dat er gedurende minimaal 8 uur aansluitend geen enkele warmte en geen warm tapwater is geleverd. De consument stelt dat er gedurende 9 dagen storing was aan de WKO-installatie die zou moeten leiden tot compensatie door de ondernemer.
De ondernemer stelt dat er beperkt storingen waren; om exact te zijn twee, zoals hierboven feitelijk staat opgenomen.
De consument heeft voor de commissie onvoldoende onderbouwd dat de storingen aansluitend 9 dagen achtereen waren en dat deze bestonden uit het feit dat er geen enkele warmte en warm tapwater is geleverd. De commissie heeft niet kunnen bepalen uit de schriftelijke stukken dat er gedurende 9 dagen geen enkele warmte en warm tapwater door de WKO-installatie is geleverd.
Op grond hiervan vindt de commissie aannemelijk dat er twee storingen zijn geweest waarbij er geen enkele levering van warmte en warm tapwater was.
Dit maakt dat de commissie de klacht gegrond verklaard voor de twee storingen op 29 november 2025 en
2 december 2025. De commissie indexeert de vergoedingen en komt uit op een compensatie (prijspeil 2026) door de ondernemer aan de consument van € 70,- en betaling van het klachtengeld van € 52,50 door de ondernemer aan de consument. De door de ondernemer gestelde betalingstermijn van 6 maanden vindt de commissie te lang en bepaalt dat de ondernemer deze twee bedragen binnen 4 weken na ontvangst van deze uitspraak aan de consument betaalt.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Gegrond voor wat betreft de twee storingen en de compensatie. Het overige gevraagde is ongegrond.
Binnen 4 weken na ontvangst van deze uitspraak betaalt de ondernemer aan de consument € 70,- compensatie voor de storingen en het klachtengeld van € 52,50.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. drs. A.M.M. van Breugel, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 3 augustus 2026.