Geen bewijs dat autobrand door gebrek bij aankoop is veroorzaakt

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 931537/1113003

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een gebruikte Seat Leon en meldde kort na aankoop verschillende motorproblemen. De ondernemer heeft diverse reparaties uitgevoerd, waaronder een motorrevisie, en stelde dat de klachten daarmee waren verholpen. Enkele weken later brandde de auto uit op de snelweg, waarna de consument ontbinding van de koopovereenkomst en vergoeding van diverse kosten vorderde. De commissie oordeelde dat niet kon worden vastgesteld waardoor de brand was ontstaan. Ook een deskundige kon de oorzaak niet achterhalen. Omdat niet is bewezen dat de brand of eerdere gebreken aan de ondernemer kunnen worden toegerekend, werd de klacht afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de aankoop van een auto.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 10 september 2024 een Seat Leon (diesel) uit 2016 gekocht van de ondernemer voor € 10.500,00.
Kort na aankoop bleken er problemen met de motor die de ondernemer heeft geprobeerd te (laten) repareren. Inmiddels is gebleken dat er grote problemen zijn met de motor die er vanaf het begin al waren. De auto is op 2 april 2025 uitgebrand op de snelweg. De consument eist terugbetaling van de koopsom en vergoeding van alle kosten van vervangend vervoer, aanschaf van winterbanden en inspectiekosten.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer stelt zich op het standpunt dat alle problemen zijn opgelost, ook die door de andere garage zijn veroorzaakt. Van 20 januari 2025 tot en met 10 maart 2025 heeft de motor een koprevisie gehad waarna alle problemen met de injectoren zijn opgelost. Daarna heeft de consument nog 1 keer laten weten dat de motor langzaam startte. De consument is vervolgens niet meer op de uitnodiging om de auto langs te brengen in gegaan. Daarna kwam het bericht van de brand. Het is niet duidelijk waardoor de brand is ontstaan. Ook de verzekeraar van de consument heeft de oorzaak van de brand niet kunnen vaststellen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ter zitting heeft de ondernemer gemotiveerd toegelicht waar de klachten/problemen met de auto uit bestonden en dat na de koprevisie van de motor ook de laatste problemen aan de injectoren waren opgelost. De consument heeft na de revisie nog een keer gemeld dat de motor langzaam startte, maar volgens de ondernemer was dat waarschijnlijk het gevolg van een lage accuspanning. De ondernemer heeft dat alleen niet kunnen vaststellen omdat de consument niet heeft gereageerd op de uitnodiging om de auto langs te brengen.

De consument heeft in zijn verzoek nog verwezen naar het feit dat de auto een aantal weken later op 2 april 2025 is uitgebrand. De commissie stelt vast dat dat een vreselijke ervaring moet zijn geweest voor de consument. Op basis van de stukken kan alleen niet worden vastgesteld dat die brand is ontstaan door problemen aan de auto, die aan de ondernemer kunnen worden toegerekend.

De deskundige van de geschillencommissie heeft de restanten van de auto bekeken en op 1 oktober 2025 rapport uitgebracht. De deskundige heeft geoordeeld dat de oorzaak van de brand niet kan worden vastgesteld. Volgens de ondernemer is het gelet op de aard van de eerdere gemelde en verholpen klachten ook heel onwaarschijnlijk dat de brand het gevolg is van een gebrek aan de auto bij aflevering.

Nu de consument hier niets tegen in heeft gebracht, gaat de commissie ervan uit dat de ondernemer de klachten/problemen aan de auto na de laatste reparatie op 10 maart 2025 heeft verholpen. Dat betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de ondernemer tekort is geschoten in de haar verplichtingen jegens de consument op grond van de overeenkomst. De verzoeken van de consument tot ontbinding van de overeenkomst en vergoeding van de schade niet toewijsbaar.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Hall, voorzitter, de heer K. Doorten, mevrouw mr. B.J. van Gent, leden, op 28 november 2025.

Opslaan als PDF