Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: schadevergoeding/ dienstverlening
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
255463/279325
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een zakelijke aangeslotene eiste een vergoeding van € 3.030 van het energiebedrijf, omdat hij stelt dat hij door een gaslek 26 dagen lang geen gas heeft ontvangen. Volgens de Aansluit- en transportcode gas RNB is compensatie alleen mogelijk bij een aaneengesloten onderbreking van het gastransport. Het bedrijf betwistte dat er zo’n lange, onafgebroken onderbreking was en wees op drie afzonderlijke storingen, waarvoor al compensatie is betaald. De Geschillencommissie Energie zakelijk oordeelde dat de aangeslotene niet heeft bewezen dat er sprake was van één lange onderbreking. Omdat het bewijs ontbreekt, wordt de klacht ongegrond verklaard en de gevraagde vergoeding afgewezen.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De aangeslotene stelt ten gevolge van een gaslek 26 dagen lang geen gas te hebben ontvangen van het bedrijf. Daarom verlangt de aangeslotene een compensatie van € 3.030,– van het bedrijf. Het bedrijf betwist dat er gedurende een onafgebroken periode van 26 dagen sprake is geweest van onderbreking van het transport van gas en is van mening dat de aangeslotene om die reden, mede gelet op de Aansluit- en transportcode gas RNB, geen recht heeft op het door hem verlangde. Naar het oordeel van de commissie is niet komen vast te staan dat er gedurende een onafgebroken periode van 26 dagen sprake is geweest van onderbreking van het transport van gas. Het door de aangeslotene verlangde wordt daarom afgewezen.
Beoordeling
De aangeslotene stelt ten gevolge van een gaslek 26 dagen lang geen gas te hebben ontvangen van het bedrijf. Daarom verlangt de aangeslotene een compensatie van € 3.030,– van het bedrijf. Deze vordering kan niet worden toegewezen. Aan deze beslissing liggen de volgende overwegingen ten grondslag.
De vraag of de aangeslotene recht heeft op het door hem verlangde dient te worden beantwoord aan de hand van de Aansluit- en transportcode gas RNB. Artikel 4.2.1 onder a van deze code luidt als volgt:
“De regionale netbeheerder betaalt, onverminderd het bepaalde in 4.2.2, aangeslotenen op zijn net bij wie het transport van gas ten gevolge van een storing is onderbroken, per onderbreking een compensatievergoeding ter hoogte van het hieronder genoemde bedrag:
· a. per aansluiting van een kleinverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 35,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking;”
Het bedrijf heeft gemotiveerd betwist dat er gedurende een onafgebroken periode van 26 dagen sprake is geweest van onderbreking van het transport van gas en gesteld dat sprake is geweest van drie afzonderlijke, dus niet aansluitende, onderbrekingen van het transport van gas, te weten een onderbreking op 26 oktober 2023, 26 december 2023 en 8 januari 2024. Voor deze drie onderbrekingen heeft het bedrijf de aangeslotene gecompenseerd. Andere onderbrekingen zijn niet door de aangeslotene gemeld en zijn niet door het bedrijf vastgesteld en na iedere melding werden voornoemde onderbrekingen verholpen en kon de aangeslotene weer gas gebruiken, aldus het bedrijf.
• Ingevolge artikel 150 Rv heeft als uitgangspunt te gelden dat de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door hem gestelde feiten – bij voldoende betwisting door de wederpartij – zijn stellingen moet bewijzen. Naar het oordeel van de commissie heeft het bedrijf de stelling van de aangeslotene dat er gedurende een onafgebroken periode van 26 dagen sprake is geweest van onderbreking van het transport van gas voldoende betwist, zodat het bewijs daarvan door de aangeslotene geleverd had moeten worden. Daar is de aangeslotene naar het oordeel van de commissie echter niet in geslaagd zodat niet is komen vast te staan dat er gedurende een onafgebroken periode van 26 dagen sprake is geweest van onderbreking van het transport van gas. Het door de aangeslotene verlangde wordt daarom afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de verbruiker/aangeslotene verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie zakelijk, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer R.A. Timmer , de heer P.C.J. Dinkgreve RA , leden, op 19 augustus 2024.