Geen kwijtschelding bij overgang naar variabel contract: klacht afgewezen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Contract    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 240788/253090

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde over hoge energiekosten nadat zijn vaste contract op 17 november 2022 automatisch werd omgezet naar een variabel contract. Hij betaalde in vijf maanden € 1000 meer dan voorheen en vroeg om kwijtschelding van € 535,58. De commissie oordeelt dat de tarieven in die periode inderdaad hoog waren, maar dat dit komt door marktomstandigheden. De commissie mag niet oordelen over tarieven dat doet de ACM. De meterstanden zijn niet betwist en de consument heeft zelf ingestemd met het variabele contract. Daarom wordt de klacht afgewezen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument klaagt over de hoge tarieven die hij voor elektriciteit aan de ondernemer diende te betalen toen zijn vaste contract omgezet werd naar een contract met variabele tarieven. De commissie gaat niet over tarieven. Voor kwijtschelding is geen reden. De klacht wordt afgewezen.

Beoordeling
De consument klaagt over de buitensporig hoge tarieven die hij aan de ondernemer moest betalen toen zijn vast contract per 17 november 2022 afliep. Inmiddels, sinds 1 april 2023, heeft hij weer een vast contract. Hij heeft gedurende vijf maanden € 1000 meer betaald dan voordien (stijging van meer dan 60%). Hij vordert kwijtschelding van het openstaande bedrag ad € 535,58. Hij acht het berekende verbruik ook buitensporig omdat hij in een klein appartement woont dat goed geïsoleerd is.
De ondernemer wijst erop dat het vaste contract in november 2022 voortgezet is als contract voor onbepaalde tijd tegen een variabel tarief. De tarieven, zeker in december 2022, waren aanzienlijk hoger dan het vaste tarief dat de consument voordien had.

De commissie stelt allereerst vast dat in dit geschil niet het in de Algemene Voorwaarden opgenomen wijzigingsbeding (artikel 2.1 Algemene Voorwaarden voor variabele contracten) aan de orde is. Het dossier zou dat kunnen doen vermoeden, omdat de consument spreekt over zijns inziens verboden wijzigingen anders dan per 1 januari en 1 juli. Het gaat in dit geding niet om een wijziging gedurende de loop van een variabel contract, maar om het tarief bij overgang van een vast naar een variabel contract. Die overgang vond plaats op grond van artikel 5 Algemene Voorwaarden voor vaste contracten. Op dat ogenblik waren dan ook (nog) niet de bepalingen van de Algemene Voorwaarden voor variabele contracten van toepassing. De consument heeft met ingang van 17 november 2022 een nieuw contract gesloten voor onbepaalde tijd met variabele tarieven en eerst dan met toepassing van de Algemene Voorwaarden voor variabele contracten.

De commissie oordeelt niet over de hoogte van tarieven. Dat doet de Autoriteit Consument en Markt. Kortheidshalve verwijst zij naar een uitspraak onder nummer 193801/195953, te kennen op de website van de commissie onder eerdere uitspraken.

Terzijde merkt zij op dat de tarieven in november/december 2022 hoog waren, maar dat een vergelijking met de in 2019 geldende tarieven (aanvang aflopend driejarig contract) onjuist is. Toen golden immers geheel andere marktomstandigheden. De meterstanden staan niet ter discussie. Dat de consument in november 2022 niet opnieuw een vast contract kon sluiten (de consument noemt dat een monopoliepositie van de ondernemer), betekent niet dat hem een deel van de kosten over de periode dat hij een variabel contract had, kwijtgescholden moet worden. De klacht wordt dan ook afgewezen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer mr. SJ.S. Bakker, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 28 mei 2024.

Opslaan als PDF