Commissie: Energie Zakelijk
Categorie: Informatie schriftelijk
Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
293594/432444
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De verbruiker diende een klacht in bij de Geschillencommissie Energie Zakelijk, omdat hij zich zorgen maakte over de duidelijkheid van de jaarafrekening die hij pas in september 2024 zou ontvangen. Hij had een variabel contract dat in december 2023 werd omgezet naar een vast contract, en vreesde dat de combinatie van contractvormen, het prijsplafond en gewijzigde belastingen de afrekening te ingewikkeld zou maken. Daarom vroeg hij om een tussentijdse afrekening. Het bedrijf wees dit verzoek af, omdat het wettelijk alleen verplicht is om één keer per jaar een afrekening te sturen, tenzij het contract wordt beëindigd. De commissie oordeelde dat het bedrijf hierin gelijk heeft en dat de klacht ongegrond is. De verbruiker accepteerde uiteindelijk dat er geen recht is op een tussentijdse afrekening. Wel mag hij later opnieuw een klacht indienen als de uiteindelijke jaarafrekening onduidelijk blijkt. De commissie doet geen uitspraak over een afrekening die nog niet is opgesteld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de datum waarop de jaarafrekening door het bedrijf aan de verbruiker/aangeslotene wordt gestuurd en de leesbaarheid en begrijpelijkheid daarvan.
De verbruiker/aangeslotene heeft op 23 februari 2024 de klacht bij het bedrijf ingediend.
Standpunt van de verbruiker/aangeslotene
Voor het standpunt van de verbruiker/aangeslotene verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De verbruiker/aangeslotene ontvangt de jaarlijkse afrekening altijd in september van het lopende jaar. De afgelopen twee jaar is sprake geweest van een variabel contract. Dat is per 15 december 2023 weer omgezet in een vast contract. In 2023 was sprake van een prijsplafond en in 2024 wijzigen de vaste tarieven en de energiebelasting. De verbruiker/aangeslotene is bang dat indien hij pas in september 2024 een eindafrekening ontvangt, deze dermate gecompliceerd wordt dat hij hem niet kan begrijpen. De verbruiker/aangeslotene verlangt een tussentijdse afrekening van de laatste maanden van 2023. De verbruiker/aangeslotene is gefrustreerd doordat het bedrijf slecht te bereiken is en geen e-mail contact mogelijk is.
Om druk te zetten heeft de verbruiker/aangeslotene twee termijnen laten storneren. Het bedrijf heeft daarna gedreigd met het beëindigen van de overeenkomst. Dat is niet toegestaan.
Naar aanleiding van het verweerschrift van het bedrijf realiseert de verbruiker/aangeslotene zich dat het bedrijf niet verplicht is om een tussentijdse afrekening op te stellen. De toezegging van het bedrijf dat de in september op te maken jaarafrekening voldoende duidelijk zal zijn is alleen niet voldoende. Het moet voor hem duidelijk zijn wat de totale maandelijkse verbruikskosten zijn. Ook moet duidelijk zijn hoe hoog de BTW is en waarover deze wordt berekend.
De verbruiker/aangeslotene accepteert het verweer en wil graag weten hoe de commissie denkt over zijn vragen over de samenstelling van de jaarafrekening.
Standpunt van het bedrijf
Voor het standpunt van het bedrijf verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het bedrijf heeft slechts de verplichting om eenmaal per jaar een jaarrekening op te maken.
Slechts bij een eindafrekening heeft de afrekening betrekking op een kortere periode. De aangeslotene/verbruiker is nog afnemer van het bedrijf zodat een eindafrekening niet aan de orde is. Het bedrijf mocht het verzoek dan ook afwijzen. Dat heeft het bedrijf ook aan de verbruiker/laten weten.
Het bedrijf is wel degelijk per mail bereikbaar: e-mailadres.
Het is vervelend dat de verbruiker/aangeslotene bang is dat een jaarrekening met twee contractvormen te onduidelijk voor hem wordt. Het bedrijf kan bevestigen dat de specificatie van de jaarrekening duidelijk onderscheid zal maken tussen beide contractvormen. Daarbij komt dat de klantenservice hem altijd kan helpen met vragen. De enkele vrees van de verbruiker/aangeslotene is onvoldoende om het bedrijf te verplichten tot het opstellen van een tussentijdse jaarrekening.
Het verzoek van de verbruiker/aangeslotene is terecht afgewezen.
Ter zitting heeft het bedrijf verder in hoofdzaak nog het volgende aangevoerd.
De jaarnota wordt op 3 september 2024 aan de verbruiker/aangeslotene gestuurd. Het komt vast goed met de overzichtelijkheid daarvan.
Voor het overige blijft het bedrijf bij het gestelde in het verweerschrift.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In de kern draait het geschil van partijen over de vraag of het bedrijf kan worden verplicht ter bevordering van de overzichtelijkheid een tussentijdse jaarafrekening op te maken.
Uit de aan haar overgelegde stukken maakt dat commissie op dat de verbruiker/aangeslotene berust in het standpunt van het bedrijf dat er geen verplichting bestaat voor het tussentijds opmaken van een afrekening, behoudens als sprake is van een eindafrekening, maar dat is in dit geschil niet aan de orde.
De verbruiker/aangeslotene stelt nog wel enkele eisen aan de inhoud van de in september 2024 te ontvangen jaarafrekening en vraagt de commissie zich daarover uit te spreken.
De commissie kan echter geen uitspraken doen over een jaarafrekening die nog niet is opgemaakt en nog niet aan de verbruiker/aangeslotene is gestuurd. Mocht de verbruiker/aangeslotene over die jaarafrekening klachten hebben dan dient hij zich daarvoor in eerste instantie tot het bedrijf te wenden en leidt dat niet tot een oplossing, dan kan hij zich met een nieuwe klacht wederom tot de commissie wenden.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de verbruiker/aangeslotene ongegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het door de verbruiker/aangeslotene verlangde af.
Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie voor de zakelijke markt, bestaande uit
mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. Sj.J. Bakker en mr. C.J.J. Havermans, leden, op 27 augustus 2024.