Geen recht op vergoeding voor uitgevoerde onderhoudsbeurt

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Informatieverstrekking    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1297209/1318870

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument stelde dat de gekochte auto zonder de afgesproken afleverbeurt was geleverd en vorderde daarom vergoeding van de kosten van een later uitgevoerde onderhoudsbeurt van € 1.346,87. De commissie oordeelde dat wel was afgesproken dat de auto een afleverbeurt en APK-keuring zou krijgen en dat niet was aangetoond dat partijen daarnaast een volledige onderhoudsbeurt waren overeengekomen. Omdat niet vaststond dat de ondernemer zijn verplichtingen niet was nagekomen, werd de klacht afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een klacht over een afleverbeurt.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De bij de ondernemer gekochte auto bleek na levering geen afleverbeurt te hebben gehad. Dit was wel tussen partijen afgesproken.
De consument wenst vergoeding van de kosten voor de beurt die hij nu uit heeft moeten laten voeren. De kosten hiervan bedragen € 1346,87 inclusief BTW.
Ook verwacht hij een redelijke schadevergoeding voor de gemaakte uren en excuses.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid verweer te voeren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Uit de ingebrachte stukken komt naar voren dat partijen zijn overeengekomen dat de auto bij levering een afleverbeurt zou krijgen en ook heeft gekregen alsmede een Apk-keuring.
De consument verkeerde en verkeert wat betreft de uit te voeren onderdelen van die beurt kennelijk in de veronderstelling dat het zou gaan om een onderhoudsbeurt. Echter, niet is komen vast te staan dat het hier om een onderhoudsbeurt zou gaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Hetgeen de consument voorts naar voren heeft gebracht behoeft geen bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer R. Romijn, de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 17 februari 2026.

Opslaan als PDF