Geen recht op verlaagd tarief voor laadpalen: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 676545/704299

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument wilde het verlaagde energiebelastingtarief voor zijn laadpalen toepassen. Volgens de wet geldt dit alleen voor openbare laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet. Omdat slechts één van zijn drie laadpalen openbaar is en deze geen eigen aansluiting heeft, voldoet hij niet aan de voorwaarden. De commissie wijst de klacht af.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Ter discussie staat of de consument recht heeft op een verlaagd tarief zoals vermeld in artikel 60a Wet belastingen op milieugrondslag. De commissie wijst de vordering af nu het moet gaan om een openbare laadpaal met een zelfstandige aansluiting op het distributienet.

Beoordeling
De consument verzoekt toepassing van het verlaagde tarief energiebelasting en Opslag Duurzame Energie (ODE) voor laadpalen sinds 2018. De daarvoor vereiste verklaring van de consument is sinds 15 april 2019 in het bezit van de ondernemer. Ondanks herhaalde navraag past de ondernemer de verlaging niet toe in zijn jaarlijkse facturen. De ondernemer voert aan dat niet voldaan is aan de vereisten, zoals gesteld in artikel 60a Wet belastingen op milieugrondslag. Hij verwijst ook naar het door de Belastingdienst opgestelde Handboek Milieubelastingen 2024. Ter zitting lichtte de consument de situatie toe: hij beschikt over drie laadpalen die gezamenlijk een eigen aansluiting hebben op het elektriciteitsnet. Twee laadpalen staan in zijn garage, één laadpaal staat op een openbaar toegankelijk parkeerterrein, dat op zijn grond gelegen is. De commissie overweegt dat artikel 60a van de Wet belastingen op milieugrondslag, zoals dat tot eind 2024 gold, een verlaagd belastingtarief bepaalde voor “elektriciteit die wordt geleverd aan een oplaadinstallatie voor elektrische voertuigen die beschikt over een zelfstandige aansluiting”.

In genoemd handboek is in paragraaf 7.8.9 opgenomen: “Met een zelfstandige aansluiting wordt bedoeld een aansluiting die geen deel uitmaakt van de aansluiting van een meer omvattende onroerende zaak en de oplaadinstallatie rechtstreeks met het distributienet verbindt. Een oplaadinstallatie bestaat uit 1 oplaadpunt of meerdere bij elkaar gelegen oplaadpunten die doormiddel van dezelfde aansluiting met het distributienet verbonden zijn”. De commissie overweegt ook dat voornoemd artikel 60a in de wet is opgenomen ter verlaging van de energiebelasting voor openbare laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet ter verbetering van de businesscase van een openbare laadpaal (zie memorie van toelichting 2e kamer 2016- 2017 34545 nr.3). In de inleiding van de memorie van toelichting is immers vermeld dat het kabinet in het Belastingplan 2017 had aangekondigd de verlaging van energiebelasting voor openbare laadpalen praktisch vorm te geven door een tijdelijk verlaagd tarief in de energiebelasting op te nemen voor laadpalen met een zelfstandige aansluiting op het distributienet. In het wetsvoorstel betreffende artikel 60a wordt hieraan uitvoering gegeven. De commissie acht van belang dat hier weliswaar sprake is van een zelfstandige aansluiting, maar dat daarop van de drie laadpalen hoogstens één als openbaar aan te duiden valt. In die situatie kan niet gezegd worden dat de als openbaar aan te merken laadpaal een zelfstandige aansluiting heeft. Er wordt niet voldaan aan het wettelijk vereiste. De consument heeft dan ook geen recht op bedoeld verlaagd tarief. Ten overvloede merkt de commissie nog op dat de toezending van de door de consument genoemde verklaring niet betekent dat de consument op de verlaging recht heeft.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer ing. C. Verloop, de heer H.H. van der Linden, leden, op 27 januari 2025.

Opslaan als PDF