Geen sprake van onverschuldigde betaling bij voortgezet abonnement

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Incassogeschil    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1317212/1328393

De uitspraak:

De volledige uitspraak

De uitspraak betreft een consument die terugbetaling verlangt van abonnementskosten voor een relatiebemiddelingsdienst, omdat hij stelt niet te hebben geweten dat een abonnement liep en automatisch was verlengd. De commissie oordeelt dat sprake was van een geldige abonnementsrelatie en dat de consument het abonnement had kunnen beëindigen. Dat geen gebruik is gemaakt van de dienst doet daar niet aan af. De klacht is ongegrond.

Waar gaat de uitspraak over?

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 23 juni 2020 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot verrichten van diensten op het gebied van de relatiebemiddeling waarvoor een bedrag van in totaal € 1.549,38 in rekening is gebracht.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ik heb jarenlang maandelijks € 24,99 betaald aan de ondernemer zonder dat ik wist dat ik een abonnement had of dat er automatische verlenging plaatsvond. Ik heb nooit gebruikgemaakt van hun dienst en was mij er niet van bewust dat ik ergens aan vastzat.

Toen ik dit ontdekte via mijn bankafschriften, heb ik direct contact opgenomen met de ondernemer. Ik heb in mijn e-mails nadrukkelijk om bewijs gevraagd van enige overeenkomst of inschrijving, maar de ondernemer heeft dat niet kunnen aantonen. In plaats daarvan zijn uit eigen beweging 29 betalingen teruggestort en ik heb zelf twee incasso’s kunnen storneren. Er zijn echter nog 31 betalingen open, in totaal € 774,69.
Ik heb nooit ingestemd met een gedeeltelijke terugbetaling. Volgens artikel 6:203 BW (onverschuldigde betaling) is er geen rechtsgrond voor deze incasso’s.

Ik verzoek om terugbetaling van het resterende bedrag van € 774,69.

Ik heb nooit bewust een abonnement afgesloten, was niet op de hoogte van een doorlopend lidmaatschap en heb de dienst nooit gebruikt. Mogelijk is een oud proefabonnement stilzwijgend verlengd zonder mijn instemming.

De consument verlangt een vergoeding van € 774,69.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 23 juni 2020 is een abonnement gesloten voor twee maanden. Dat abonnement is op 23 augustus 2020 verlengd voor een maand. Dat verklaart waarom maandelijks een bedrag van € 24,99 van de bankrekening van de consument werd afgeschreven.

Na controle hebben we vastgesteld dat de consument geen actief abonnement meer heeft.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Nu partijen niet ter zitting zijn verschenen moet de commissie oordelen op basis van hetgeen zich in het dossier bevindt.

De consument stelt dat mogelijk een proefabonnement is afgesloten. Dat wordt bevestigd door de ondernemer die aangeeft dat op 23 juni 2020 een abonnement is gesloten voor een periode van twee maanden. Op basis daarvan gaat de commissie ervan uit dat een contractuele relatie tussen partijen heeft bestaan en dat de ondernemer uit hoofde daarvan maandelijks het bedrag van € 24,99 heeft geïnd.

De consument stelt dat dit proefabonnement zonder zijn instemming stilzwijgend is verlengd. Echter voor een dergelijke verlenging is geen toestemming van de consument nodig nu niet is gesteld of gebleken dat het proefabonnement automatisch zou eindigen. Was de consument ter zitting verschenen dan had hij hierover opheldering kunnen verschaffen. Als de consument destijds het proefabonnement had willen beëindigen had hij daarvan schriftelijk mededeling moeten doen aan de ondernemer.

Een en ander impliceert dat de ondernemer destijds terecht maandelijks een bedrag van € 24,99 heeft geïncasseerd. Dat de consument stelt dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de door de ondernemer aangeboden diensten voor relatiebemiddeling doet daar niet aan af.

In dat kader merkt de commissie verder op dat er sprake is van 62 betalingen. Redelijkerwijs had de consument op zeker moment zich erin moeten verdiepen waarop die betalingen betrekking hadden. In dat geval had hij zijn abonnement alsnog kunnen beëindigen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, mevrouw A. van Heeringen, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 11 augustus 2026.

 

 

Opslaan als PDF