Commissie: Kinderopvang
Categorie: Opzegging overeenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1330895/1340802
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De uitspraak betreft de beëindiging van een kinderopvangovereenkomst nadat het kind van de consument opnieuw ongewenst gedrag had vertoond. De ondernemer ontzegde het kind de toegang tot de opvang en stelde als voorwaarde voor voortzetting van de opvang dat de consument een plan van aanpak zou overleggen. Omdat de consument hier niet aan kon voldoen, zegde zij de overeenkomst direct op. De commissie oordeelt dat de ondernemer in strijd met de toepasselijke voorwaarden heeft gehandeld door zonder voorafgaande waarschuwing de toegang tot de opvang te ontzeggen. De overeenkomst eindigt daarom op 18 december 2025 en de kosten van niet-genoten opvang moeten worden terugbetaald.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de opzegging van de opvangovereenkomst voor de zoon van de consument en de daarbij door de ondernemer gehanteerde opzegtermijn.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
Op 17 maart 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de consument en de ondernemer. Aanleiding voor het gesprek was het gebruik van scheldwoorden door de zoon van de consument.
In het gesprek is besproken dat de zoon van de consument, bij het opnieuw gebruiken van scheldwoorden tijdens de opvang, niet meer welkom zou zijn en de ondernemer de opvangovereenkomst in dat geval zou beëindigen.
Op 16 december 2025 heeft de zoon van de consument opnieuw scheldwoorden gebruikt omdat hij van een van de leidsters niet mocht kleuren met stiften. De consument is hierop gebeld, zij heeft haar zoon vervolgens eerder opgehaald van de opvang. Vanuit de ondernemer is bij het ophalen aangegeven dat een en ander opgelost was en dat de zoon van de consument excuses heeft gemaakt voor wat er was voorgevallen.
Op 18 december 2025 is de consument gebeld door een andere medewerker van de ondernemer waarbij aangegeven is dat een spoedoverleg heeft plaatsgevonden met betrekking tot het incident op 16 december 2025. De uitkomst van dit overleg was dat de zoon van de consument, zonder een plan van aanpak, niet meer welkom was op de opvanglocatie en het contract beëindigd zou worden. De medewerker heeft daarbij aangegeven dat het aan de consument was om met dit plan van aanpak te komen. De consument heeft aangegeven geen plan van aanpak, zoals door de ondernemer gewenst, te kunnen aanleveren. De consument heeft vervolgens geopperd het contract per direct te beëindigen omdat zij niet aan de door de ondernemer gestelde voorwaarden kon voldoen.
De ondernemer heeft daarop te kennen gegeven niet tot directe beëindiging van de overeenkomst over te kunnen gaan, maar een opzegtermijn te hanteren van één maand. De consument begrijpt dit standpunt niet. De ondernemer heeft haar zoon de toegang tot de opvang ontzegd en heeft in maart 2025 al te kennen gegeven het contract per direct te zullen beëindigen bij nieuwe incidenten.
De consument verzoekt de commissie te bepalen dat het contract per 18 december 2025 eindigt en wil een verrekening van de gefactureerde dagen tussen 18 december 2025 en 31 december 2025 omdat haar zoon geen gebruik meer heeft gemaakt van de opvang op deze dagen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
Vanaf maart 2025 zijn er officiële gesprekken gevoerd met de consument over het ongewenste gedrag (slaan, schoppen, spugen, kinderen opsluiten op het toilet, klieren, treiteren van andere kinderen en het gebruiken van scheldwoorden en/of grof taalgebruik) van de zoon van de consument op de opvang.
Op 11 maart 2025 heeft zich een incident voorgedaan waarbij de zoon van de consument is weggelopen en -nadat hij door twee pedagogisch professionals alsnog in de kraag was gevat- diverse malen heeft gescholden met het scheldwoord ‘kanker’. Dit heeft geleid tot een streng gesprek met de zoon van de consument. De zoon van de consument zag kort nadien opnieuw een mogelijkheid weg te lopen en is op zijn sokken weggerend. Een van de pedagogisch professionals heeft hem opnieuw in de kraag gevat, de zoon van de consument gierde het vervolgens uit. De ondernemer kan niet anders dan concluderen dat sprake was van bewust treitergedrag.
De ondernemer heeft vervolgens een duidelijke waarschuwing afgegeven dat het gedrag door haar niet getolereerd kan worden. Dit omdat zij de veiligheid van de door haar opgevangen kinderen moet kunnen waarborgen en de zoon van de consument door tweemaal weg te lopen een onveilige situatie heeft doen ontstaan. Het feit dat de zoon van de consument zich ook niet laat sturen of laat corrigeren heeft gemaakt dat de ondernemer in een gesprek met de consument heeft aangegeven dat heldere afspraken en naleving van de afspraken nodig waren om de zoon van de consument gebruik te kunnen laten blijven maken van de opvang.
Afgesproken is dat zich geen nieuwe incidenten mogen voordoen waarbij de zoon van de consument weg loopt of scheldwoorden gebruikt die niet zijn toegestaan binnen de opvang. In geval van nieuwe incidenten zijn er voor de ondernemer geen mogelijkheden meer om opvang aan te bieden. De ondernemer zal, in dat geval, genoodzaakt zijn de overeenkomst te ontbinden.
In de maanden hierna vinden opnieuw gedragingen plaats die niet volgens de afspraak zijn, maar hier zijn geen consequenties aan verbonden. Dit vanwege het feit dat de consument aangegeven heeft diverse therapeuten en instanties te hebben benaderd in verband met de gedragingen van haar zoon, en om een andere opvangplek te vinden omdat ook de consument zag dat de opvang niet de juiste plek voor haar zoon was. Er is echter geen concrete actie gevolgd vanuit de consument.
Op 16 december 2025 heeft zich opnieuw een incident voorgedaan. De ondernemer heeft de consument hierop uitgenodigd voor een nieuw gesprek. In het gesprek is aangegeven dat de grens is bereikten dat het niet langer verantwoord is opvang te bieden aan de zoon van de consument zonder een duidelijk plan van aanpak. Voorts is te kennen gegeven dat bij gebrek aan een plan van aanpak de overeenkomst zal worden beëindigd, waarbij de einddatum – rekening houdende met één maand opzegtermijn- op 31 januari 2026 is gesteld.
De ondernemer heeft de consument gevraagd het plan van aanpak over te leggen en in de tussentijd de opvang van de zoon van de consument op te schorten. Een plan van aanpak heeft de consument niet overgelegd. De consument heeft aangegeven geen plan van aanpak op te kunnen stellen, waarna de ondernemer is overgegaan tot beëindiging van de overeenkomst, waarbij rekening is gehouden met een redelijke opzegtermijn van één maand.
De ondernemer heeft daarbij aan de consument de mogelijkheid geboden haar zoon naar de opvang te brengen in de periode van de opzegtermijn, waarbij opgemerkt is dat dit alleen mogelijk zou zijn bij acceptabel en hanteerbaar gedrag.
Beoordeling van het geschil
Toetsingskader
Op de overeenkomst tussen de consument en de ondernemer zijn de Algemene Voorwaarden en Aanvullende Voorwaarden Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2025 en verder (hierna te noemen: Algemene voorwaarden) van toepassing.
Op grond van artikel 11 lid 2 van deze Algemene voorwaarden heeft de ondernemer het recht het kind en/of de ouder de toegang tot de locatie te weigeren voor de duur van de periode dat een normale opvang van het kind redelijkerwijs niet van de ondernemer mag worden verwacht en het kind niet op de gebruikelijke wijze kan worden opgevangen.
Hiervan kan conform artikel 11 lid 2 onder b sprake zijn als het kind en/of de ouder een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen en/of de dienstverlening van de ondernemer aan (de kinderen van) andere ouders belemmert of onevenredig verzwaart.
Voordat de ondernemer op deze grond de toegang weigert, waarschuwt de ondernemer de ouder, tenzij een waarschuwing redelijkerwijs niet kan worden verlangd vanwege de ernst of de spoed.
De consument mag de overeenkomst -op grond van artikel 10 lid 3 onder a van de Algemene voorwaarden- te allen tijde beëindigen met de inachtneming van een opzegtermijn van één maand.
Beëindiging overeenkomst
Uit de overgelegde stukken en de toelichting ter zitting blijkt dat de ondernemer de nakoming van de overeenkomst op 18 december 2025 eenzijdig heeft opgeschort zolang er geen plan van aanpak voor de toekomst zou komen. De consument heeft uit de e-mailberichten en hetgeen mondeling besproken is op 18 december 2025 begrepen dat, nu zij geen plan van aanpak kon overleggen, haar zoon niet meer welkom was op de opvanglocatie. De consument heeft daarom de plaatsingsovereenkomst per direct opgezegd.
De ondernemer heeft de directe opzegging van de overeenkomst niet geaccepteerd en vastgehouden aan artikel 10 lid 5 van de Algemene voorwaarden, waarbij in eerste instantie een redelijke opzegtermijn is gehanteerd van één maand. Op een later moment is de einddatum voor de overeenkomst vastgesteld op 31 december 2025.
De commissie stelt vast dat, gelet op het gesprek tussen partijen op 18 december 2025, de zoon van de consument niet meer welkom was op de opvang als er geen plan van aanpak zou komen. Dat de pedagogisch professional een dergelijke uitlating niet had mogen doen zonder overleg met de directeur- bestuurder doet hier niet aan af. De toegang is aan de zoon van de consument ontzegd zonder dat de consument van tevoren was gewaarschuwd terwijl gesteld noch gebleken is dat een waarschuwing redelijkerwijs niet kon worden verlangd vanwege de ernst of spoed. Daardoor heeft de ondernemer gehandeld in strijd met de toepasselijke algemene voorwaarden. Daarop heeft de consument op 19 december 2025, per e-mail de directe beëindiging van het contract per 18 december 2025 verzocht.
Conclusie
De commissie is van oordeel dat de wijze waarop de ondernemer in deze gehandeld heeft in strijd is met de toepasselijke voorwaarden. Immers, de zoon van de consument is de toegang tot de opvang ontzegd zonder de consument van tevoren te waarschuwen. Bovendien zou de zoon van de consument alleen op de opvang worden toegelaten indien de consument op korte termijn een plan van aanpak zou aanleveren, een voorwaarde waaraan de consument onmogelijk kon voldoen. In feite was dus sprake van een verkapte opzegging van de overeenkomst. De consument heeft toen onmiddellijk de overeenkomst opgezegd.
Onder deze omstandigheden kan van de consument niet worden verlangd dat zij aan de verplichtingen uit de door haar met de ondernemer gesloten overeenkomst tot 1 januari 2026 voldoet.
De klacht is dan ook gegrond. De ondernemer dient, conform artikel 19 van het reglement van de commissie, het klachtengeld aan de consument te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht gegrond;
– bepaalt dat de opvangovereenkomst eindigt op 18 december 2025;
– bepaalt dat de ondernemer de kosten voor de niet genoten opvangdagen na 18 december 2025 dient te restitueren aan de consument;
– bepaalt dat de ondernemer binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies een bedrag ad € 25,00 aan de consument dient te voldoen ter zake van het klachtengeld.
– wijst het meer of anders verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer H. Stel, leden, in aanwezigheid van mr. D. le Pair, secretaris, op 14 juli 2026.