Geringe aangerichte schade door dochter consument (bodyglitterglue op auto en twee caravans) geen gegronde reden voor intrekken toestemming verkoop kampeermiddel.

  • Home >>
  • Recreatie >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Recreatie    Categorie: Vakantieverblijf    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REC06-0163-2

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil   Het geschil betreft opzegging van de overeenkomst per 1 januari 2007 en het niet verlenen van toestemming voor verkoop van de caravan op de standplaats.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   De consument huurt sinds enige jaren een vaste standplaats bij de ondernemer voor haar caravan. Zij had toestemming van de ondernemer haar caravan te verkopen op de standplaats. Met de ondernemer was afgesproken dat hij zou bemiddelen bij de verkoop. Op 31 juli 2006 deed zich een incident voor. Haar elfjarige dochter heeft bodyglitterglue aangebracht op een auto en twee caravans van de ondernemer waarin leden van het recreatieteam wonen. De consument heeft direct aangeboden de schade te vergoeden. Voor de auto was slechts een wasbeurt nodig. Zij had ook wel de glue die afwasbaar is, willen verwijderen van de caravans, maar kreeg daarvoor geen toestemming. Zij gaf dus de schade door aan haar WA-verzekeraar. De ondernemer nam het desondanks zeer hoog op en uitte bedreigende taal tegen de consument. De ondernemer zag hierin aanleiding de staanplaatsovereenkomst op te zeggen per 1 januari 2007 op grond van artikel 10 lid 2 sub a van de Recron-voorwaarden vaste plaatsen en bovendien op grond van het feit dat haar caravan in slechte staat zou verkeren. De consument heeft nooit een schriftelijke waarschuwing van de ondernemer ontvangen over het veroorzaken van overlast aan de ondernemer of mederecreanten en ontkent dat daarvan vóór het incident op 31 juli sprake is geweest. De consument heeft ook geen waarschuwing ontvangen dat haar caravan in slechte staat zou verkeren en ontkent ook dat dit het geval zou zijn. Bovendien trok de ondernemer zijn toestemming voor de verkoop van de caravan op de standplaats in, terwijl zich juist een koper had aangediend. Ook werd de consument de toegang tot de kantine geweigerd. Zij en haar kinderen zijn de rest van het seizoen niet meer in de kantine geweest. Aangezien het slecht weer was en de kinderen niet mee konden doen met de spelletjes in de kantine, heeft de consument niet haar hele vakantie op de camping doorgebracht, maar is zij eerder vertrokken. De consument verlangt handhaving van de toestemming haar caravan op de standplaats te verkopen en vrijstelling van het betalen van staangeld gedurende de periode dat zij de caravan nog niet heeft verkocht, omdat zij zonder dit conflict met de ondernemer haar caravan in 2006 verkocht zou hebben.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Van de ondernemer is geen schriftelijke reactie ontvangen. Ter zitting deelt hij, voor zover relevant en kort samengevat, het volgende mee. De consument heeft wel al eerder overlast veroorzaakt, maar de ondernemer erkent geen schriftelijke waarschuwing te hebben gestuurd. Er was bijvoorbeeld in 2005 sprake van een bank die lange tijd op de standplaats stond voordat deze werd opgeruimd. Hij heeft ook geen schriftelijke waarschuwing gestuurd over de staat van onderhoud van de caravan. Wel heeft hij er mondeling meermalen op gewezen dat de standplaats moest worden opgeruimd. De ondernemer heeft zijn toestemming voor de verkoop van de caravan ingetrokken omdat de consument de feiten verdraait. Hij heeft niet de toegang tot de kantine ontzegd.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Opzegging vanwege het feit dat een recreant overlast bezorgt aan de ondernemer en/of mederecreanten is pas mogelijk na een voorafgaande schriftelijke waarschuwing. De ondernemer erkent dat een dergelijke waarschuwing niet is gegeven. Voor opzegging wegens de slechte staat van onderhoud van het kampeermiddel is eveneens voorafgaande schriftelijke waarschuwing nodig. Ook hiervan is geen sprake. De commissie komt dan ook tot de conclusie dat de opzegging om beide redenen nietig is. De overeenkomst met de consument is dan ook in stand gebleven. De ondernemer heeft niet ontkend dat hij de consument voorafgaande aan het incident op 31 juli 2006 toestemming had gegeven haar caravan te verkopen met behoud van standplaats en dat zich rond die tijd een belangstellende had aangediend. De commissie acht de (geringe) schade die de elfjarige dochter van de consument heeft aangericht, geen gegronde reden voor het intrekken van deze toestemming. De ondernemer is derhalve verplicht zijn eerdere toezegging gestand te doen en de consument in de gelegenheid te stellen alsnog haar caravan op de standplaats te verkopen. Aangezien de consument indien geen sprake was geweest van intrekking van de toestemming door de ondernemer in de loop van 2006 vermoedelijk haar caravan zou hebben verkocht, is de commissie van oordeel dat op grond van redelijkheid en billijkheid de consument de gelegenheid moet krijgen haar caravan op de standplaats te verkopen zonder het betalen van staangeld gedurende een periode van zes weken na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien de caravan niet verkocht kan worden binnen die periode, is de consument verplicht na afloop van die termijn staangeld te betalen over het vanaf die periode verschuldigde bedrag, dat wil zeggen met aftrek van de gratis periode vanaf 1 januari 2007 tot en met zes weken na de verzenddatum van dit bindend advies. Op grond van artikel 11 lid 1 van de Recron-voorwaarden voor vaste plaatsten is het staangeld over 2007 verschuldigd totdat een vervangende recreant gevonden.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De opzegging van de staanplaatsovereenkomst is per 1 januari 2007 nietig. De overeenkomst tussen de consument en de ondernemer dient te worden voortgezet totdat een der partijen de overeenkomst rechtsgeldig heeft beëindigd.   De ondernemer dient de consument toestemming te geven voor de verkoop van haar caravan op de standplaats en dient de consument in de gelegenheid te stellen haar caravan te verkopen. De consument is gedurende een periode van maximaal zes weken na de verzenddatum van dit advies geen staangeld voor 2007 verschuldigd. Indien de caravan niet binnen die periode kan worden verkocht, is de consument daarna het voor 2007 verschuldigde staangeld verschuldigd onder aftrek van het staangeld voor de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met de periode van zes weken na de verzenddatum.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie op 7 februari 2007.