Commissie: Energie
Categorie: Kosten
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1328593/1331525
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument met zonnepanelen die was overgestapt van een variabel naar een dynamisch energiecontract. De consument leverde veel meer stroom terug aan het net dan hij verbruikte en verwachtte daarom een hoge teruggave. Tot zijn verrassing moest hij volgens de jaarafrekening nog € 1,34 betalen. De commissie stelt vast dat bij een dynamisch contract de vergoeding voor teruggeleverde stroom per uur wordt berekend op basis van de actuele marktprijs. De berekening van de consument hield hier geen rekening mee en was daarom onjuist. Ook oordeelt de commissie dat de maandelijkse energieoverzichten alleen bedoeld zijn als informatie over verbruik en een indicatie van kosten. Deze overzichten bevatten niet alle kosten, zoals netbeheerkosten, belastingen en vaste leveringskosten, waardoor zij kunnen afwijken van de uiteindelijke jaarafrekening. De commissie concludeert dat de ondernemer de afrekening correct heeft opgesteld en wijst het verzoek van de consument af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Consument had een variabel contract met aanbieder/ondernemer, maar hij is per 13 februari 2025 overgestapt op een dynamisch contract. Hij wekt ongeveer 13000 kWh op met zijn zonnepanelen. Na verbruik levert hij per saldo 6975 kWh terug.
Consument verwachtte een teruggave van € 1.249.98 + de door hem betaalde voorschotten opgeteld
€ 127,- maar moet in plaats daarvan € 1,34 betalen.
Consument begrijpt het niet omdat in zijn contract staat dat voor terugleveren dezelfde prijs geldt als voor leveren minus een verkoopvergoeding van € 0.02534 per kWh.
Ook wijst hij op de maandelijkse kostenoverzichten die niet rijmen met de jaarafrekening.
Ondernemer/aanbieder wijst op de aard van een dynamisch contract, waarin de tarieven voor levering (en teruglevering) zijn gebaseerd op de dan actuele uurprijzen van de groothandelsmarkt en dat voor deze contractvorm een andere afrekensystematiek geldt dan bij vaste of variabele contracten.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt vast dat tussen partijen sprake was van een dynamisch contract tussen 13 februari 2025 tot 4 januari 2026. Ook dat consument daarvoor een variabel contract had bij dezelfde ondernemer/aanbieder maar was overgestapt naar een dynamisch contract omdat hij door maatschappelijke veranderingen een variabel contract minder voordelig achtte dan een dynamisch contract.
De commissie stelt vast dat consument ruim tweemaal meer opwekt dan dat hij verbruikt.
Ook dat in zijn contract is opgenomen dat hij voor de netto teruglevering, zoals gedurende vele uren het geval is, een terugleververgoeding ontvangt op basis van de marktprijs (uurprijs), exclusief belastingen en eventuele opslagen en dat hij daarnaast een verkoopvergoeding verschuldigd is over de teruggeleverde energie. Dit laatste omdat die teruggeleverde energie door aanbieder/ondernemer immers weer in de markt moet worden gezet.
De klacht van consument die gebaseerd is op een eigen berekening die geen rekening houdt met afrekening per uur tegen de dan geldende uurprijzen acht de commissie derhalve ongegrond.
De commissie stelt vast dat de maandelijkse energierapportages (MER) slechts een informatief karakter hebben met betrekking tot het verbruik en indicatieve kosten daarmee samenhangend. Echter dat bij die indicatieve kosten niet zijn opgenomen netbeheerkosten, overheidsheffingen als energiebelasting en eventuele vaste leveringskosten. Ook dat dit toegelicht is door ondernemer/aanbieder.
De commissie begrijpt dat dit tot verwarring kan leiden bij consumenten, ook dat aanbieder/ondernemer dat weet en daarom ook deze MER’s liever niet wil versturen, maar dat aanbieder/ondernemer daartoe verplicht is.
Zolang deze verplichting bestaat geeft de commissie ondernemer/aanbieder ter overweging om in de maandreportages nog veel duidelijker aan te geven dat deze maandreportages geen energierekening zijn, maar slechts informatief zijn aangaande het verbruik, en dat de indicatieve maandelijkse kosten niet richtinggevend zijn voor de totale kosten in de eindafrekening, omdat daarnaast dan immers ook netbeheerkosten, overheidsheffingen als energiebelasting en eventuele vaste leveringskosten in rekening zullen worden gebracht.
De commissie stelt vast dat er geen rekeningen bij ondernemer/aanbieder open staan die door consument dienen te worden voldaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst al hetgeen door consument verzocht is af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 27 mei 2026.