Geschil over motorschade na reparatie eindigt in voordeel van garage

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1309713/1320809

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft klachten over een reparatie.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument ondervond met zijn voertuig in augustus 2024 motorpech. Het voertuig werd vervolgens namens de consument door [naam] bij de ondernemer aangeboden. Uit diagnose door de ondernemer werd vastgesteld dat er sprake was van een defect in de distributie van het voertuig door een defect tandwiel van de brandstofpomp. [Naam] heeft namens de consument opdracht tot reparatie gegeven. De ondernemer heeft het voertuig hersteld door het vervangen van de defecte delen en de cilinderkop. Omstreeks februari 2025 werd de consument geconfronteerd met een slecht/onregelmatig draaiende motor. Het voertuig werd wederom bij de ondernemer aangeboden voor diagnose. De ondernemer is van mening dat er sprake is van problematiek in het onderblok, hetgeen los staat van de door hen uitgevoerde werkzaamheden. Volgens de consument is de reparatie niet goed uitgevoerd. Voor het geval de schade aan het onderblok reeds ten tijde van de eerste reparatie bestond, stelt de consument dat de ondernemer heeft verzuimd dat defect te constateren en niet een kostbare reparatie uit te voeren welke niet alle problemen verhielp.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Aan de hand van de diagnose vermoedt de ondernemer dat er iets mis is in het onderblok van de motor. Aangezien bij de vorige reparatie het onderblok niet vervangen is kan de reparatie niet volledig onder garantie plaatsvinden. In overleg met de consument zijn de kosten van de diagnose 50/50 gedeeld (factuurnummer 20251125 ad € 410,80,-). De ondernemer heeft geen officiële ingebrekestelling ontvangen en is niet in verzuim. De consument wenst niet dat de ondernemer reparaties verricht. Hij wil daarvoor naar een andere reparateur. De ondernemer is daarmee niet akkoord.

Deskundige

Voor de bevindingen van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.

De deskundige heeft vastgesteld dat er geen sprake is van zichtbare afwijkingen aan het motorblok. Er is licht zweten van motorolie aanwezig aan de achterzijde van de motor, hetgeen niet afwijkend is bij een voertuig van deze leeftijd en verreden kilometers. Het oliefilterelement laat vervuiling zien en sporen van slijtage delen afkomstig uit de motor. Dit wijst op inwendige motorschade. De deskundige heeft beperkt onderzoek gedaan. Om de precieze oorzaak van de motorproblematiek onomstotelijk vast te stellen is nader onderzoek en demontage van delen vereist, waarbij de motor uit het voertuig dient te worden gedemonteerd. De deskundige heeft geen zaken aangetroffen waaruit blijkt dat er sprake is van problematiek die wijst op eerder aantoonbare onjuist uitgevoerde werkzaamheden van de
ondernemer. Er zijn sinds de reparatie ruim 12.500 kilometer met het voertuig gereden, in een dergelijke periode kunnen er andere zaken defect raken. Gezien de huidige bijgeluiden en loop van de motor, kan het voertuig op deze wijze geen 12.500 kilometers hebben gereden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om te kunnen aannemen dat de ondernemer ten tijde van de reparatie gebreken aan het onderblok had moeten constateren. De commissie acht het op basis van de voorliggende feiten niet aannemelijk dat de schade aan het onderblok reeds aanwezig was toen de ondernemer de reparatieopdracht uitvoerde, ook gezien het feit dat de consumenten na de reparatie 12.500 kilometer met de auto heeft gereden voordat er motorproblemen optraden.

De deskundige heeft geen aanwijzingen aangetroffen waaruit kan worden geconcludeerd dat de ondernemer de reparatiewerkzaamheden onjuist of ondeskundig heeft uitgevoerd of dat deze verband houden met de schade aan het onderblok. De commissie ziet daardoor ook geen aanleiding om nader onderzoek te doen, zeker niet nu ook geen van partijen daarop heeft aangedrongen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 23 september 2026.

Opslaan als PDF