Commissie: Voertuigen
Categorie: Bewijs / Reparatie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
1269555/1318779
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwistte een reparatiefactuur van € 6.464,24 voor werkzaamheden aan zijn BMW X5 en stelde dat de motor tijdens een proefrit door toedoen van de ondernemer was vastgelopen. Een deskundige concludeerde echter dat er geen verband bestond tussen de uitgevoerde reparatie en de ontstane motorschade; de oorzaak lag waarschijnlijk in een al aanwezig motorisch gebrek. Tijdens de zitting bereikten partijen een schikking: het in depot gestorte factuurbedrag wordt aan de ondernemer uitbetaald en de ondernemer ziet af van stallingskosten, mits de consument de auto binnen twee maanden laat ophalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een reparatieopdracht van 14 oktober 2024 met betrekking tot een auto BMW X5 uit 2013 met 337.462 gereden kilometers. De ondernemer heeft de consument voor die reparatie gefactureerd tot een bedrag van € 6.464,24.
De consument heeft het bedrag van € 6.464,24 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
De klacht van de consument luidt als volgt:
De BMW X5 is op 14 oktober10 2024 aangeboden ter reparatie/onderhoud. De eerste kostenprognose was ongeveer € 2.000,-, na verdere controle opnieuw prognose voor totaalbedrag € 7.200,-. Akkoord gegeven en daarna volgde een telefonische mededeling dat de motor is vastgelopen tijdens proefrit en het verzoek om de rekening te voldoen. De ondernemer heeft niets gedaan of aangeboden om tot een oplossing te komen. Er is geen tegemoetkoming of uitleg gegeven wat er precies is gebeurd. Eerst betalen is de reactie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer ontkent dat de uitgevoerde reparatie in verband staat met het vastlopen van de motor. De reparatie is correct uitgevoerd. Hij wijst op het achterstallig onderhoud aan de auto. Voorts beklaagt hij zich erover dat de auto sedert de reparatie op zijn terrein staat, waarvoor hij stallingskosten claimt.
Het deskundigenonderzoek
De deskundige H.A.B.P. Jacobs heeft de klacht onderzocht en op 23 februari 2026 rapport uitgebracht van zijn bevindingen.
Hij komt tot de slotsom dat er geen causaal verband bestaat tussen de reparatie door de ondernemer en de ontstane motorschade. De oorzaak daarvan lijkt te liggen in een latent gebrek in de motor.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen alsnog overeenstemming bereikt over de wijze waarop het geschil opgelost zal worden. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Volstaan wordt met het hierna vastleggen van de tussen partijen tot stand gekomen schikking.
Partijen verklaren zich ermee akkoord dat het in depot gestorte bedrag aan de ondernemer toekomt en aan hem kan worden doorbetaald. Van zijn kant zal de ondernemer geen stallingskosten voor de auto op zijn terrein claimen, indien de consument de auto binnen twee maanden na datum uitspraak van zijn terrein laat afvoeren.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het factuurbedrag van € 6.464,24 komt de ondernemer toe en kan uit het depot aan hem worden doorbetaald.
De ondernemer zal geen stallingskosten voor de auto op zijn terrein claimen, indien de consument de auto binnen twee maanden na datum van deze uitspraak van zijn terrein zal doen afvoeren, waartoe de consument zich van zijn kant verplicht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 8 mei 2026.