Commissie: Reizen
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: ontvankelijkverklaring
Uitkomst: ontvankelijk
Referentiecode:
529860/980376
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een vliegtegoed van € 1.800,86 dat een consument kreeg nadat haar vlucht in juni 2020 door de coronapandemie was geannuleerd. In 2023 probeerde de consument dit tegoed te gebruiken, maar dat lukte niet door technische problemen bij de ondernemer. Daarom vroeg zij op 2 augustus 2023 om terugbetaling van het bedrag. Volgens de consument heeft de ondernemer meerdere keren toegezegd dat het tegoed zou worden terugbetaald, maar dat is niet gebeurd. De ondernemer stelde dat de consument haar klacht te laat had ingediend en daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De Geschillencommissie oordeelt echter dat niet is aangetoond dat de consument al in april 2023 wist dat haar verzoek was afgewezen. Uit de beschikbare e-mails blijkt bovendien niet dat de ondernemer het verzoek heeft afgewezen. Daarom vindt de commissie dat de consument haar klacht binnen de geldende termijn heeft ingediend. De commissie verklaart de consument dan ook ontvankelijk in haar klacht, waardoor de behandeling van de zaak kan worden voortgezet.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het verzilveren van een vliegtegoed dat is afgegeven na annulering van een vlucht in juni 2020 in verband met de Corona uitbraak.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Als gevolg van de corona uitbraak is de vlucht van de consument in juni 2020 geannuleerd.
Het vliegtegoed van € 1.800,86 bleef behouden.
In 2023 heeft de consument geprobeerd het vliegtegoed te verzilveren maar van wege technische problemen aan de kant van de ondernemer is dat niet gelukt.
De consument heeft op 2 augustus 2023 gevraagd om het tegoed alsnog te restitueren. De ondernemer heeft verschillende keren gezegd dat te zullen doen, maar het is nog steeds niet gebeurd.
De consument wil dat de ondernemer zijn toezeggingen nakomt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer meent dat de consument het geschil te laat aanhangig heeft gemaakt.
De consument wist in april 2023 dat het niet zou lukken en kon daarom tot 18 juni 2023 klagen. De klacht is pas op 2 augustus 2024 ingediend.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de stukken in het dossier stelt de commissie vast dat de consument op 2 augustus 2023 heeft gevraagd aan de ondernemer om uitkering van het tegoed.
Uit de stukken blijkt niet dat de ondernemer daarop heeft gereageerd.
Waar de ondernemer op baseert dat de consument op 18 april 2023 al zou hebben geweten dat haar verzoek is afgewezen, weet de commissie niet.
Wel blijkt uit de stukken dat er per mail contact tussen partijen is geweest op 21 augustus 2023 en 14 november 2023. Uit die mailwisseling is niet af te lezen dat het verzoek van de consument was afgewezen.
Naar het oordeel van de commissie heeft de consument haar klacht binnen de daarvoor geldende termijn aanhangig gemaakt.
Op grond van het voorgaande is de consument ontvankelijk in de klacht.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, de heer J.J.M. Crijnen, mevrouw A. Pols-Verweij, leden, op 14 april 2025.