Commissie: Advocatuur Zakelijk
Categorie: Betaling
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: arbitraal vonnis
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
627575/679581
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een geschil tussen een advocatenkantoor en twee cliënten over onbetaalde facturen voor juridische dienstverlening. Het advocatenkantoor had werkzaamheden verricht voor de afwikkeling van een bedrijf, advies gegeven over een grondtransactie en geholpen bij een teeltpachtovereenkomst. Voor deze werkzaamheden stuurde het kantoor meerdere facturen met een totaalbedrag van ruim € 8.000, die onbetaald bleven. Het advocatenkantoor legde de zaak daarom voor aan de Geschillencommissie Advocatuur en vroeg om betaling van de openstaande facturen, wettelijke rente en incassokosten. De cliënten hebben, ondanks dat zij daarvoor extra gelegenheid kregen, geen schriftelijk verweer ingediend en zijn ook niet verschenen op de zitting. De commissie oordeelde dat niet is gebleken dat het advocatenkantoor onjuist heeft gehandeld of onredelijke kosten in rekening heeft gebracht. Omdat de facturen niet inhoudelijk zijn betwist en de vordering niet ongegrond werd geacht, heeft de commissie de vordering grotendeels toegewezen. De cliënten moeten het openstaande bedrag van € 8.047,49 betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast moeten zij € 150 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 181,50 aan arbitragekosten vergoeden. Het overige deel van de gevraagde incassokosten is afgewezen.
De volledige uitspraak
Ondergetekenden:
de heer mr. A.G.M. Zander te Oosterhout (NB), de heer mr. T.B.M. Kersten te ‘s-Hertogenbosch en de heer mr. C.J.J. Havermans te Den Haag, die in het onderhavige geschil als arbiters optreden, hebben het volgende vonnis gewezen.
Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage
De bevoegdheid van de arbiters berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals vervat in een door beide partijen ondertekende opdracht tot dienstverlening van 5 februari 2021.
Op grond van de opdrachtbevestiging kunnen alle geschillen naar aanleiding van de totstandkoming en de uitvoering van de overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie aan de Geschillencommissie Advocatuur (hierna te noemen: de commissie) worden voorgelegd. Partijen zijn tevens overeengekomen dat alle geschillen – zoals hiervoor omschreven – zullen worden beslecht overeenkomstig het Reglement Geschillencommissie Advocatuur (hierna te noemen: het Reglement).
Aldus is in beginsel voldaan aan de eis van artikel 1021 wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De bevoegdheid van ondergetekenden om het geschil tussen partijen als arbiters te beslechten is, gezien het vorenstaande, in beginsel gegeven. Zij dienen, gelet op het bepaalde in artikel 32 van het Reglement, te beslissen als goede personen naar billijkheid, waarbij zij – met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst – als maatstaf hanteren dat de advocaat heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.
Als plaats van arbitrage is Den Haag vastgesteld.
Standpunt van verzoekster
Op 10 september 2024 heeft verzoekster door middel van een verzoekschrift een geschil aanhangig gemaakt tegen verweerders, welk verzoekschrift op 11 september 2024 door de commissie is ontvangen. Verzoekster heeft een afschrift overgelegd van haar declaraties voor de periode van 23 juni 2023 tot en met 8 december 2023 die verweerders onbetaald hebben gelaten.
De opdracht tot dienstverlening bestond uit de afwikkeling van de [bedrijfsnaam], advisering en ondersteuning bij de grondtransactie met een buurman en het regelen van de teeltpacht met broer [naam].
Vanwege het onbetaald laten van de declaraties, heeft verzoekster op grond van de in de opdrachtbevestiging opgenomen Klachten- en Geschillenregeling Advocatuur deze ter incasso voorgelegd aan de commissie. Verzoekster is op grond van het voorgaande gerechtigd dit verzoek om arbitrage bij de commissie in te dienen, omdat verweerders de opeisbare bedragen in der minne niet hebben voldaan.
Het verzoekschrift heeft betrekking op de volgende facturen en bedragen:
Factuur [nummer], d.d. 08-12-2023 t.b.v. € 1.289,65
Factuur [nummer], d.d. 14-11-2023 t.b.v. € 1.992,65
Factuur [nummer], d.d. 10-10-2023 t.b.v. € 416,43
Factuur [nummer], d.d. 11-09-2023 t.b.v. € 1.191,84
Factuur [nummer], d.d. 22-08-2023 t.b.v. € 125,03
Factuur [nummer], d.d. 11-07-2023 t.b.v. € 1.996,50
Factuur [nummer], d.d. 23-06-2023 t.b.v. € 1.035,49 (totaal factuur € 3.629,99, waarvan voldaan € 2.594,50).
Verzoekster heeft meerdere malen geprobeerd om buiten rechte, in der minne, betaling van verweerders te verkrijgen, van het totaalbedrag dat zij verschuldigd zijn, vanwege de verrichte werkzaamheden en de verzonden facturen. De kosten die verzoekster hiervoor heeft moeten maken wenst zij ten laste van verweerders te zien vergoed. Gelet op het bepaalde in BIK zijn verweerders dan ook € 940,63 verschuldigd. Deze kosten zijn gebaseerd op het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten en zijn tevoren aangezegd.
Vanwege de verrichte werkzaamheden en de in verband daarmee verzonden declaraties zijn verweerders opeisbaar aan verzoekster een bedrag verschuldigd van € 8.047,59.
Verzoekster verzoekt de commissie bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, verweerders te veroordelen tot betaling aan verzoekster, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van een bedrag van € 8.047,59 te vermeerderen met wettelijke rente, vanaf de respectievelijke vervaldata van de verzonden declaraties, althans vanaf de datum van het in deze ingediend verzoekschrift, tot die der algehele voldoening, de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 940,63 en de kosten van dit geschil.
Standpunt van verweerders
Bij brief van 11 december jl. heeft het secretariaat van de commissie verweerders meegedeeld dat verzoekster tegen hen een klacht heeft ingediend bij de Geschillencommissie Advocatuur. In dit kader is verweerders verzocht om binnen 14 dagen een vragenformulier in te vullen en ondertekend te
retourneren. Tevens is verweerders meegedeeld dat als zij in gebreke blijven verweer te voeren, de commissie een verstekvonnis zal uitspreken.
Vrijdag 24 januari 2025 heeft [naam vertegenwoordiger] als vertegenwoordiger van verweerders de commissie een bericht toegezonden waarin hij toelicht waarom verweerders niet tijdig aan het verzoek van de commissie hebben kunnen voldoen. Verweerders hebben het vragenformulier niet tijdig kunnen retourneren vanwege het overlijden van hun jongere broer, die woonachtig was op het agrarische bedrijf van verweerders. Verweerders wensen echter alsnog inhoudelijk verweer te voeren tegen de klacht van verzoekster. Gezien de uitzonderlijke situatie waarin verweerders zich bevinden, heeft hun vertegenwoordiger verzocht om verweerders alsnog in de gelegenheid te stellen om binnen een redelijke termijn te voldoen aan het verzoek om verweer te voeren.
Verweerders hebben ondanks dat zij hiertoe door de commissie in de gelegenheid zijn gesteld geen verweerschrift bij de commissie ingediend.
De commissie heeft partijen vervolgens tijdig bericht dat het geschil door de commissie op 23 mei 2025 mondeling zal worden behandeld.
Verweerders zijn evenmin ter zitting verschenen om hun standpunt uiteen te zetten en verweer te voeren.
Beoordeling van het geschil
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.
De aan verweerders gegeven termijn waarbinnen zij verweer konden voeren, was verstreken, waarna namens verweerders een verzoek is gedaan om alsnog verweer te mogen voeren gezien de uitzonderlijke situatie waarin verweerders verkeerden. Dit verzoek is toegekend. Verweerders hebben echter op geen enkele wijze, evenmin ter zitting, verweer gevoerd.
Verzoekster vordert betaling van de facturen van verweerders ten bedrage van € 8.047,59, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Verweerders zijn tot op dit moment niet bereid gebleken dit bedrag te betalen, zonder daarvoor argumenten aan te voeren.
De commissie is van oordeel dat niet is gebleken dat verzoekster door haar werkzaamheden bij facturen vanaf 23 juni 2023 tot en met 8 december 2023 bij verweerders in rekening te brengen, heeft gehandeld in strijd met hetgeen mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat. Verweerders hebben de declaraties van verzoekster niet inhoudelijk betwist.
De commissie is van oordeel dat de niet-weersproken vordering, die haar niet ongegrond of onrechtmatig voorkomt, toewijsbaar is, zodat verweerders worden veroordeeld aan verzoekster te betalen een bedrag terzake van de hoofdsom ad € 8.047,59 (inclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van de facturen tot aan de dag der algehele voldoening.
De door verzoekster gevorderde buitengerechtelijke kosten ad € 940,63 komen naar het oordeel van de commissie in redelijkheid voor toewijzing in aanmerking tot een bedrag van € 150,–.
Wat betreft de arbitragekosten overweegt de commissie dat verweerders als de in het ongelijk gestelde partij zullen worden veroordeeld tot betaling van de kosten van deze arbitrage, die worden begroot op
€ 181,50 inclusief BTW voor het door de Stichting De Geschillencommissie vastgestelde bedrag aan honorarium en verschotten van de arbiters.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
• wijst de vordering van verzoekster toe en veroordeelt verweerders aan verzoekster te voldoen een bedrag van € 8.047,49 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente ter zake van de openstaande facturen vanaf de vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening;
• veroordeelt verweerders aan verzoekster van de buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 150,–;
• bepaalt dat het bedrag dat verzoekster ter zake de arbitragekosten heeft voldaan in zijn geheel komt te vervallen aan de commissie en veroordeelt verweerders aan verzoekster te betalen de kosten van deze arbitrage ad € 181,50;
• wijst af het meer of anders gevorderde.