Commissie: Telecommunicatiediensten
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1340430/1345003
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een consument met een Sim Only-abonnement die bezwaar maakte tegen een wijziging van de algemene voorwaarden van zijn telecomcontract per 1 juni 2026. Volgens de consument kreeg de ondernemer daarmee het recht om de abonnementskosten extra te verhogen, boven op de inflatie, terwijl dit niet in de oorspronkelijke voorwaarden stond. De consument vond dat het aangeboden recht om het contract gratis op te zeggen geen echte keuze was, omdat hij dan ook zijn Combivoordeel, waaronder gratis Netflix, zou verliezen. De ondernemer stelde dat de bestaande voorwaarden al sinds eerdere versies de mogelijkheid boden om tarieven en voorwaarden te wijzigen, dat de consument hierover was geïnformeerd en dat hij wettelijk gezien het recht had om kosteloos op te zeggen. De Geschillencommissie oordeelde dat de ondernemer inderdaad al eerder een wijzigingsbevoegdheid had opgenomen in de voorwaarden en dat de wijziging van 1 juni 2026 geen nieuwe bevoegdheid invoerde, maar juist een maximum stelde aan mogelijke prijsverhogingen. Ook stelde de commissie vast dat de consument op tijd was geïnformeerd en gebruik kon maken van zijn opzeggingsrecht. Het mogelijke verlies van Combivoordeel maakt volgens de commissie deze opzeggingsmogelijkheid niet ongeldig, omdat zulke voordelen afhankelijk zijn van voorwaarden die de ondernemer mag stellen. Daarom verklaarde de commissie de klacht ongegrond en werd het verzoek van de consument afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een overeenkomst van 28 november 2025 met betrekking tot mobiele telefonie 15 GB Sim Only en de wijziging van de daarop toepasselijke Algemene Voorwaarden per 1 juni 2026.
Standpunt van de consument
De klacht van de consument luidt als volgt:
De ondernemer wijzigt eenzijdig de voorwaarden (Art. 12.2, mei 2026) van mijn mobiele contract. Ze voegen een bevoegdheid toe om prijzen extra te verhogen met 5% of € 3,- bovenop inflatie. Dit stond niet in mijn voorwaarden van juli 2025. Kosteloos opzeggen is een schijnkeuze: ik verlies dan mijn Combivoordeel (gratis Netflix) op mijn internetcontract dat tot 2028 vaststaat. EIS: Handhaving oude voorwaarden tot jan 2028 of € 5,- p/m korting ter compensatie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer concludeert dat:
• de op de overeenkomst van toepassing zijnde Algemene Voorwaarden reeds in 2023 en 2025 voorzagen in de mogelijkheid op wijziging van voorwaarden en tarieven;
• de consument reeds bij het aangaan van de overeenkomsten bekend was, althans bekend moest zijn, met het bestaan van de mogelijkheid van prijsaanpassingen en voorwaardenwijzigingen;
• de ondernemer de consument in mei 2026 correct heeft geïnformeerd over de gewijzigde voorwaarden en hem (tijdig) het wettelijk vereiste kosteloze opzeggingsrecht heeft aangeboden;
• eventuele gevolgen voor Combivoordeel rechtstreeks voortvloeien uit de door de Consument aanvaarde Combivoordeelvoorwaarden;
• er geen grondslag bestaat voor toepassing van oude voorwaarden of voor betaling van compensatie.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit de door de ondernemer overgelegde stukken blijkt dat de in het initiële contract van november 2025 van toepassing verklaarde Algemene Voorwaarden (artikel 12.1) reeds bepaalden dat de ondernemer zich het recht heeft voorbehouden de overeenkomst te wijzigen, waaronder de bepalingen die van toepassing zijn op de overeenkomst en wijzigingen van de afgesproken tarieven. Daarin is ook vastgelegd dat de consument de overeenkomst kosteloos kon beëindigen indien hij zich niet met een wijziging kon verenigen. Een en ander is in lijn met de geldende regelgeving.
De door de consument gewraakte wijziging van de Algemene Voorwaarden op dit punt per 1 juni 2026 houdt slechts een maximering in van een door de ondernemer gewenste tariefswijziging, namelijk 5% van de vaste maandkosten met een absoluut maximum van € 3,- per maand. Van een nieuw geïntroduceerde wijzigingsbevoegdheid per 1 juni 2026 is dus geen sprake.
Uit de stukken blijkt voorts dat de ondernemer de consument tijdig heeft geïnformeerd over de voorgenomen wijziging en hem heeft gewezen op zijn recht de overeenkomst kosteloos te beëindigen. Ook dit is conform de regels.
Dat de consument bij beëindiging van de overeenkomst het voordeel zou verliezen dat hij geniet op grond van de combinatie van diensten die hij van de ondernemer afneemt (het Combivoordeel), maakt de beëindigingsmogelijkheid niet illusoir. Dergelijk voordeel is nu eenmaal afhankelijk gesteld van daaraan verbonden voorwaarden die de ondernemer in het kader van de contractsvrijheid daaraan mag stellen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatiediensten, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. H.W. Vrolijk, de heer mr. G. Febus, leden, op 13 augustus 2026.
de heer mr. R.J. van Boven