Het tijdsverloop sinds het aanmeten van de bril maakt het onmogelijk vast te stellen of door de ondernemer verwijtbare fouten zijn begaan.

  • Home >>
  • Optiek >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Optiek    Categorie: Klachtenbehandeling    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: OPT01-0005

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil
 
Het geschil vloeit voort uit een op 25 juni 1997 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een montuur met glazen tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 534,55. Deze overeenkomst is uitgevoerd op of omstreeks 25 juni 1997.
 
Standpunt van de consument
 
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak:
 
Op 25 juni 1997 legde de consument een bezoek af aan het filiaal van de ondernemer, aangelokt door een advertentie waarin bepaalde glazen werden aangeprezen. Deze actieglazen werden door een medewerker van de ondernemer afgeraden, omdat mensen met deze glazen problemen zouden hebben. Uiteindelijk werd besloten tot de aanschaf van glazen met extra A.R. voor een bedrag van € 307,66 inclusief montuur. Nadat de bril was afgehaald manifesteerden zich snel problemen. Een bezoek werd afgelegd aan de ondernemer. De reactie was, dat de consument ten minste drie weken de bril moest dragen teneinde de hersenen in staat te stellen te wennen aan de nieuwe glazen. Na ommekomst van de termijn van drie weken werd wederom een bezoek gebracht aan de ondernemer. Dit bezoek werd gevolgd door nog enkele volgende bezoeken. Uiteindelijk werd in overleg besloten tot aanschaf van andere glazen, waarbij de consument € 226,89 in rekening werd gebracht. Ook deze bril voldeed niet. De consument berustte. Rond de jaarwisseling 2000-2001 ging het montuur van de bril kapot. Daarop werd een bezoek gebracht aan een andere opticien dan de ondernemer in kwestie. Deze gaf na onderzoek van de glazen aan, aldus de consument, niet verbaasd te zijn dat de glazen van de door de ondernemer aangemeten bril problemen hebben opgeleverd. Technisch mankeerde er veel aan.
 
De consument verlangt ontbinding van de beide overeenkomsten en restitutie van de koopprijzen voor een bedrag van in totaal € 534,55.
 
Standpunt van de ondernemer
 
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak:
 
De garantie op de glazen zoals geleverd is inmiddels ruimschoots verlopen. Een en ander heeft niet betekend, dat de ondernemer niet bereid geweest zou zijn om desgevraagd naar de juiste afstelling te kijken, omdat nu eenmaal niet valt uit te sluiten dat er in de loop van de tijd iets aan de afstelling verandert. Daarnaast geeft de ondernemer aan in 1997 een voorstel te hebben gedaan om wanneer geen gewenning zou optreden aparte kijk- en leesglazen aan te meten. Zulks werd niet gewenst door de consument.
 
Deskundigenrapport
 
Nameting van de door de ondernemer aangemeten glazen wijst uit, dat de sterkte van de op 4 september 1997 geleverde glazen ligt binnen de productiegrenzen. Vervolgens wordt geconstateerd, dat de sterkte van het linkerglas van de door de ondernemer aangeboden bril aanzienlijk afwijkt van de in oktober 2001 door de ondernemer gemeten sterkte, die heeft te gelden als de op dat moment optimale correctie. De sterkte van het rechterglas van de door de ondernemer aangemeten bril stemt exact overeen met de door de deskundige gemeten sterkte. Overigens merkt de deskundige ook nog op, dat de beide multifocale glazen in 2001 door de loslating van de coating kwalitatief niet meer in goede conditie zijn.
 
Beoordeling van het geschil
 
De commissie heeft het volgende overwogen:
 
Door het verloop van tijd sedert 1997 is niet meer vast te stellen in hoeverre de verschillende meetresultaten van de ondernemer en de deskundige van het linkerglas verklaard moeten worden door een onjuiste meting in 1997 door de ondernemer. Onverklaard daarnaast blijft hoe de consument zo lang voort heeft kunnen gaan met de onjuiste glazen zonder van de ondernemer te vergen, dat hij het probleem van de consument oplost en hem evenmin in gebreke te stellen alvorens zich tot een andere ondernemer te wenden. Samengevat maakt het tijdsverloop sedert het aanmeten van de bril het onmogelijk vast te stellen, dat door de ondernemer verwijtbare fouten werden begaan. Daarnaast valt niet te verklaren waarom de consument met de bril is blijven rondlopen totdat deze door een toevalligheid kapot ging alvorens zich bij een andere ondernemer te vervoegen.
 
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
 
Derhalve wordt als volgt beslist.
 
Beslissing
 
Het verlangde door de consument wordt afgewezen.
 
Aldus beslist door de Geschillencommissie Optiek op 28 januari 2002