Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1320340/1332753
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument die vond dat zijn energieverbruik te hoog was vastgesteld, vooral omdat zijn gezinssituatie na een echtscheiding was veranderd. De commissie stelt vast dat het verbruik is gemeten met slimme meters en dat de meterstanden correct zijn geregistreerd. Volgens de commissie is het jaarlijkse verbruik niet uitzonderlijk hoog, mede omdat de consument een tropisch aquarium heeft dat veel energie verbruikt. Ook het verbruik in de laatste twee wintermaanden wijkt volgens de commissie niet af van wat verwacht mag worden. De commissie oordeelt dat het niet de taak van de energieleverancier is om een verklaring te geven voor het energieverbruik binnen de woning. Er zijn bovendien geen aanwijzingen dat de meters onjuist hebben gewerkt. Daarom wordt de klacht afgewezen. De consument moet de afgesproken betalingsregeling voor de eindafrekening blijven nakomen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Consument klaagt over het door ondernemer/aanbieder vastgestelde energieverbruik omdat dit proportioneel te hoog zou zijn, nu zijn gezinssituatie na echtscheiding is gewijzigd.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen
De commissie stelt vast dat tussen partijen een leveringsovereenkomst van gas en elektriciteit heeft bestaan van 14 november 2024 – 11 januari 2026 en dat de meterstanden zijn geregistreerd, zowel bij aanvang als bij einde door middel van uitlezing op afstand van slimme meters.
Waar consument klaagt over hoog verbruik over het eerste jaar, te weten 3182 kWh en 1.213 m3, acht de commissie genoemd verbruik niet exorbitant, zeker niet nadat consument had verklaard te beschikken over een tropisch aquarium, waarvan algemeen bekend is dat een dergelijk aquarium veel stroom/energie verbruikt.
Waar consument klaagt over het gefactureerde hoge verbruik in de laatste twee maanden in relatie tot het verbruik in het jaar daarvoor, acht de commissie het verbruik in de laatste 2 (winter) maanden van 469 kWh respectievelijk 418 m3 niet afwijkend en daarmee deze klacht ook ongegrond.
Bovenal stelt de commissie vast dat het niet aan aanbieder/ondernemer is om een verklaring te geven voor het verbruik achter de voordeur.
Wanneer consument twijfels zou hebben gehad over de juistheid van de aanwezige slimme meters had hij zich kunnen wenden tot de netbeheerder met een verzoek tot ijking van die meters.
De commissie stelt verder vast dat door consument geen depot was gestort bij De Geschillencommissie, maar dat partijen inmiddels wel een betalingsregeling hebben getroffen met betrekking tot de eindafrekening. Ook dat deze betalingsregeling goed werd nagekomen en dat per datum zitting van het door consument te betalen oorspronkelijk bedrag van de eindafrekening ad € 1.127,23 nog € 676,35 resteerde.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
• bepaalt dat consument de getroffen betalingsregeling met ondernemer/aanbieder dient te blijven nakomen;
• wijst het meer of anders verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 27 mei 2026.