Hoog warmteverbruik door binneninstallatie: klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Conformiteit    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 602757/678261

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat zijn stadsverwarming te veel warmte verbruikt. De ondernemer controleerde meerdere keren de afleverset en meter en vond geen defecten. Uiteindelijk bleek het probleem te liggen in de binneninstallatie van de consument. Omdat die voor eigen verantwoordelijkheid komt, is de klacht ongegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting
De consument constateert een hoog warmteverbruik. De ondernemer wijst erop dat zulks te wijten is aan de binneninstallatie die voor de verantwoordelijkheid van de consument komt. De commissie komt tot hetzelfde oordeel.

Beoordeling
De consument klaagt erover dat er waarschijnlijk een storing is in de stadsverwarming waarvan hij gebruik maakt. Hij vindt namelijk zijn verbruik te hoog.
De ondernemer heeft op 5 augustus 2021 een nieuwe afleverset en een nieuwe meter geplaatst. Daarna heeft hij nog vier keer zijn apparatuur bij de consument gecontroleerd: op 16 augustus 2022 (afleverset in orde), in januari 2024 (toen is een drukverschilregelaar geplaatst, doch dat heeft geen invloed op het verbruik), op 23 april 2024 (toen is de installatie in orde bevonden) en ten slotte op 7 oktober 2024. Op laatstgenoemde datum is de installatie van de ondernemer wederom in orde bevonden, maar zekerheidshalve is de afleverset vervangen. Voorts is toen geconstateerd dat het ervaren probleem aan de binneninstallatie moet liggen. De monteur heeft immers geconstateerd dat als de verwarming wordt uitgeschakeld er nog steeds warmte verbruikt wordt, maar dat als de binneninstallatie wordt afgesloten het verbruik nihil is.

De commissie is van oordeel dat met voornoemde bevindingen van de monteur van de ondernemer, die niet weersproken zijn, voldoende is komen vast te staan dat het gesignaleerde warmteverlies te wijten is aan de binneninstallatie van de consument. Namens de consument is ter zitting nog betoogd dat de ondernemer eerder had moeten vaststellen dat er een probleem in de binneninstallatie was en dat de ondernemer hem daarop eerder had moeten wijzen. De ondernemer stelt dat een dergelijke mededeling tijdens de eerdere bezoeken van de monteur gedaan is, maar dat is niet komen vast te staan. Wat daar echter van zij, de commissie wijst het betoog van de consument af. De consument is verantwoordelijk voor de binneninstallatie en de verantwoordelijkheid van de ondernemer reikt niet verder dan zijn eigen apparatuur. Hij is dan ook niet gehouden de consument te wijzen op problemen met zijn binneninstallatie, zo dat niet gebeurd is.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter,
de heer R.A. Timmer en mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 19 december 2024.

Opslaan als PDF