Hoogte schadevergoeding bij vermist pakket; afzender moet bewijs overleggen van de waarde van de inhoud; consument in dit geval geen bewijs overgelegd; klacht ongegrond.

  • Home >>
  • Post >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Post    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 97279

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft een via PostNL verzonden poststuk.

De consument heeft in april 2015 de klacht voorgelegd aan PostNL.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

Het pakje is verzekerd verzonden, maar nooit aangekomen. Op 4 augustus 2015 heeft de consument van PostNL te horen gekregen dat hij een vergoeding krijgt van € 53,20 omdat het pakje maar 640 gram woog. Over de gemaakte kosten voor het verzekerd versturen wordt helemaal niets gezegd.
De consument verlangt een schadevergoeding van € 414,65.

Standpunt van PostNL

Het standpunt van PostNL luidt in hoofdzaak als volgt.

De klacht van de consument gaat over de vermissing van een aangetekend pakket dat hij op 25 maart 2015 naar een geadresseerde in Duitsland zond. De zaak draait hierbij niet om deze vermissing als zodanig – daarvoor aanvaardt PostNL aansprakelijkheid – maar om de afwikkeling van de schadevergoeding. In dat verband heeft PostNL de consument verzocht opgave te doen van de inhoud van het pakket en bewijs te leveren van de waarde daarvan. De consument heeft daarop gereageerd dat het om een ketting en oorbellen ging. Deze waren in zilver en drie verschillende goudsoorten uitgevoerd. De set is niet in Nederland te koop. De consument wilde of kon echter geen concrete informatie verschaffen over de waarde van de set. Daartoe zou bijvoorbeeld een aankoopbewijs van de set of een bankafschrift kunnen dienen. Evenmin kan of wilde de consument ingaan op de vraag of zij wellicht de set verkocht had en deze daarom had verstuurd naar de geadresseerde (die daar een x bedrag voor op haar bankrekening gestort had) en of zij dit mogelijk met behulp van kopieën van e-mails kon aantonen. Hierop heeft PostNL een forfaitaire schadevergoeding aan de consument aangeboden en uitgekeerd van € 53,20. Voorts heeft PostNL bij uitbetaling van deze schadevergoeding ook de gemaakte verzendkosten van € 13,– vergoed (exclusief de toeslag voor aangetekend pakket van € 1,65). De consument verlangt echter een volledige schadevergoeding. PostNL heeft onderzocht waar de vermissing van het pakket is opgetreden. Dat is in Nederland gebeurt waarbij opvalt dat het pakket volgens de gegevens bij de aanname aan het loket 103 gram woog en in de sortering plotseling 640 gram woog. Bovendien waren de afmetingen van het pakket groter. De toename in het gewicht en de grotere maten van het pakket vallen alleen te verklaren vanuit de veronderstelling dat het pakket van de consument op enig moment op enige manier op de transportband gekleefd is geraakt aan een ander pakket dat ook voor Duitsland bestemd was. Ook is nogmaals contact opgenomen met de consument waarbij deze werd uitgenodigd om alsnog met verifieerbare documentatie van het bijvoorbeeld het bestaan van een verkooptransactie de waarde van de ketting en de oorbellen aan te tonen. Deze informatie is echter niet geleverd. Er bestaat daarom geen verifieerbaar bewijs van de waarde van de inhoud van het pakket. De schadevergoeding – waarop de consument onweersproken recht heeft – kon en kan daarom helaas alleen op forfaitaire basis worden vastgesteld.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De aansprakelijkheid van PostNL voor schade die voortvloeit uit het vervoer van poststukken is geregeld in artikel 29 van de Postwet en uitgewerkt in artikel 9 van de Algemene voorwaarden voor de universele Postdienst 2014 (AVP). Het komt er in hoofdzaak op neer dat PostNL een beperkte aansprakelijkheid aanvaardt voor schade aan poststukken die aangetekend worden verstuurd (artikel 9.3 AVP).

PostNL erkend dat zij aansprakelijk is voor het vermiste pakket. De hoogte van de schadevergoeding betreft de kern van het geschil. Op grond van artikel 9.3 onder b AVP bedraagt de aansprakelijkheid ten hoogste € 500,– waarbij geldt dat de afzender bewijs moet overleggen van de waarde van de inhoud.
Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan geldt ten hoogste een vergoeding van € 50,–. In het geval het aangetekende pakket wordt verstuurd naar het buitenland, wordt de vergoeding van € 50,–vermeerderd met € 5,– per kilogram of gedeelte daarvan. Het bewijs van de waarde van de inhoud kan op grond van artikel 9.4 AVP worden geleverd door het originele verzendbewijs, de aankoopnota, de verkoopnota en/of ander rechtsgeldig bewijs van de waarde.

Nu de consument geen enkel bewijs heeft overgelegd van de waarde van de inhoud van het pakket geldt op grond van artikel 9.3 letter b AVP aldus dat PostNL dan een forfaitaire schadevergoeding aan de consument aanbiedt van € 50,– vermeerderd met € 5,–  x 640 gram. Vaststaat dat dit bedrag met vermeerdering van de verzendkosten inmiddels aan de consument is voldaan.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Post op 21 oktober 2015.