Jaarnota onterecht gesplitst – ondernemer moet volledige jaarafrekening herberekenen

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: facturering    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1307538/1311937

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De ondernemer stuurde de consument twee aparte jaarnota’s omdat er op 26 maart 2025 een nieuwe meter werd geplaatst. Daardoor werd het verbruik niet over een volledig jaar gesaldeerd, wat de consument ongeveer € 400 zou schelen. De ondernemer voerde geen verweer. De commissie vindt dat energieleveranciers normaal per volledig jaar afrekenen en dat een meterswitch geen reden mag zijn om saldering te doorbreken. Andere leveranciers kunnen dit technisch wél, dus de consument mag hiervan geen nadeel ondervinden. De ondernemer moet daarom een nieuwe jaarafrekening maken over de periode 28 juni 2024 t/m 28 juni 2025, waarbij wél volledig wordt gesaldeerd. Het positieve verschil moet aan de consument worden uitbetaald. De klacht over te late facturering wordt afgewezen, omdat dit geen recht geeft op schadevergoeding. De klacht is grotendeels gegrond.

De volledige uitspraak

Samenvatting

De ondernemer splitst de jaarnota om technische redenen. Gevolg daarvan is dat niet over een vol jaar gesaldeerd wordt. De commissie wijst een dergelijke wijze van factureren af. Zij bepaalt dat de ondernemer over het gehele jaar een herberekening dient te maken, zodanig dat over het gehele jaar waarop de nota ziet, gesaldeerd wordt.

Beoordeling

De consument heeft over de periode 28 juni 2024 tot met 26 maart 2025 een nota van de ondernemer ontvangen en daarna een nota over de periode 27 maart 2025 tot en met 28 juni 2025. Normaliter zou hij over de periode 28 juni 2024 tot en met 28 juni 2025 een nota ontvangen hebben, maar de ondernemer heeft de periode gesplitst wegens de plaatsing van een nieuwe meter op 26 maart 2025. Naar zijn zeggen was een normale nota over een geheel jaar om technische redenen niet mogelijk. Als gevolg daarvan heeft saldering van verbruik door de consument en teruglevering door de consument alleen in de betreffende nota’s plaatsgevonden in plaats van over een vol jaar, waardoor de consument, naar zijn zeggen, ongeveer € 400 is misgelopen.

Vooropgesteld wordt dat de ondernemer geen verweer heeft gevoerd. De klacht wordt dan in principe toegewezen, tenzij deze de commissie onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De commissie is van oordeel dat normaliter afgerekend wordt per jaar. Dat had in dit geval ook moeten gebeuren. De commissie is ambtshalve bekend dat vele andere energieleveranciers daarmee geen technische problemen hebben, zodat het verbaast dat deze ondernemer zijn systemen niet conform kan inrichten. Wat daarvan echter ook zij, de consument dient daarvan geen nadeel te ondervinden. Dat leidt tot het oordeel dat de klacht niet onrechtmatig of ongegrond is, zodat de ondernemer een herberekening over de periode 28 juni 2024 tot en met 28 juni 2025 dient te maken. De herberekening moet ertoe leiden dat binnen die periode gesaldeerd wordt. Het, naar verwachting, voor de consument positieve verschil met de beide uitgebrachte nota’s dient aan hem uitgekeerd te worden.

De consument heeft nog een beroep gedaan op de zijns inziens wettelijke bepaling dat een factuur binnen zes weken na het einde van de afgerekende periode verstuurd dient te worden. In casu heeft dat 15 weken geduurd. De commissie is niet bekend met een dergelijke wettelijke bepaling. De consument kon desgevraagd een dergelijke bepaling niet aanwijzen. Wel is de commissie bekend met een beleidsregel van de Autoriteit Consument en Markt die een dergelijke termijn noemt (ACM Beleidsregel factureringstermijnen energie 2021). Daargelaten dat een dergelijke regel niet gelijk te stellen is aan een wettelijke bepaling, komt de consument niet in aanmerking voor een op die termijnoverschrijding betrekking hebbende vergoeding. De consument gaf ter zitting aan dat zijn ter zake geleden schade bestaat uit de vele tijd die hij in deze zaak gestoken heeft. Eigen kosten, waaronder ook te verstaan eigen tijd, komt volgens het reglement van de commissie niet voor vergoeding in aanmerking (artikel 23). Van een bijzonder geval als in dat artikel bedoeld is geen sprake. Dit klachtonderdeel wordt dan als ongegrond afgewezen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht grotendeels gegrond is. Dat leidt ertoe dat de ondernemer aan de consument het klachtengeld dient te vergoeden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de ondernemer een herberekening over de periode 28 juni 2024 tot en met 28 juni 2025 dient te maken. De herberekening moet ertoe leiden dat binnen die periode gesaldeerd wordt. Het, naar verwachting, voor de consument positieve verschil met de beide uitgebrachte nota’s dient aan hem uitgekeerd te worden.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser en de heer drs. E.J.M. Polman, leden, op 8 december 2025.

Opslaan als PDF