Commissie: Kinderopvang
Categorie: Informatie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1321901/1327498
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een klacht van een ouder over verwondingen die haar kind tijdens de opvang heeft opgelopen en over een tijdelijke schorsing van de opvang na ongewenst gedrag van de vader. Het stond vast dat het kind in 2025 meerdere verwondingen had opgelopen, waaronder krassen en blauwe plekken, terwijl het op de opvang verbleef. De ouder vroeg de kinderopvang herhaaldelijk om uitleg over de oorzaak hiervan, maar vond dat zij nooit een duidelijk antwoord kreeg. Volgens de ouder verschoof de aandacht van de kinderopvang al snel naar het gedrag van de vader en de thuissituatie, terwijl haar vragen over het letsel onbeantwoord bleven. De kinderopvang erkende dat er gesprekken waren geweest over het gedrag van de vader en dat hiervoor een oplossing was gevonden, maar kon geen concrete verklaring geven voor het ontstaan van de verwondingen. De Geschillencommissie oordeelt dat een kinderopvang zorgvuldig en transparant moet communiceren over incidenten waarbij een kind letsel oploopt. Omdat de ondernemer geen duidelijke en controleerbare uitleg heeft gegeven over de oorzaak van de verwondingen en de zorgen van de ouder onvoldoende serieus heeft genomen, verklaart de commissie de klacht gegrond. De kinderopvang moet daarom het door de consument betaalde klachtengeld van € 25,- vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft verwondingen die het kind van de consument heeft opgelopen bij de ondernemer en een tijdelijke schorsing van de opvang vanwege ongewenst gedrag van vader.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
De ondernemer heeft de beide kinderen van de consument geschorst van de opvang, wegens ongewenst gedrag van hun vader, die boos was na meermaals letsel te hebben aangetroffen bij het kind. Dit is verbaal geuit en er zijn twee gesprekken over gevoerd. De consument dacht dat de situatie hiermee was afgedaan, maar door een personeelsprobleem probeert de ondernemer een reden te vinden om de overeenkomst te beëindigen.
De consument wenst alsnog informatie over het ontstaan van het letsel bij haar kind. De consument heeft hier nooit een antwoord op gekregen van de ondernemer. De ondernemer heeft vooral gefocust op de situatie met de vader van het kind en heeft advies ingewonnen bij Veilig Thuis. De consument is het niet eens met de wijze waarop de ondernemer met haar en met de tijdelijke schorsing is omgegaan.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.
Tot en met 20 februari 2026 zaten de kinderen van de consument op de groep bij de ondernemer. Inmiddels heeft de consument de opvang opgezegd.
Voor wat betreft het gedrag van vader zijn in december 2025 gesprekken gevoerd. Er is een nieuwe plek gezocht en gevonden en de ondernemer heeft aangegeven dat de consument en haar kinderen welkom zijn, maar dat vader niet welkom is op de opvang gezien de voorvallen en zijn gedrag. Hierover zijn gesprekken gevoerd met de consument en samen is overeengekomen dat het geschil is afgehandeld.
Beoordeling van het geschil
Niet tussen partijen in geschil is dat het kind van de consument in de maanden oktober en november 2025 verwondingen heeft opgelopen tijdens het verblijf op de opvanglocatie van de ondernemer. Deze verwondingen bestonden uit krassen in de nek en het gezicht en blauwe plekken van aanzienlijke omvang. De ondernemer heeft het ontstaan van deze verwondingen tijdens de opvang door de ondernemer niet betwist. Vaststaat dat de consument naar aanleiding hiervan de ondernemer heeft verzocht om een nadere toelichting over de toedracht. In dat kader is een gesprek gevoerd waarin de vader van het kind ontoelaatbaar gedrag heeft vertoond. Naar aanleiding daarvan heeft de ondernemer nadere vragen gesteld over de thuissituatie en advies ingewonnen bij Veilig Thuis.
De klacht van de consument ziet er in de kern op dat de ondernemer geen afdoende en concrete verklaring heeft gegeven voor het ontstaan van de verwondingen bij haar kind, terwijl de aandacht in de communicatie vervolgens in belangrijke mate is verschoven naar de thuissituatie van de consument en het gedrag van de vader.
Op de ondernemer rust de verplichting om zorgvuldig en transparant te communiceren over incidenten die zich voordoen tijdens de opvang, in het bijzonder indien daarbij sprake is van letsel bij een kind. Dit brengt mee dat van de ondernemer mag worden verwacht dat hij de toedracht van dergelijke gebeurtenissen zo volledig en controleerbaar mogelijk reconstrueert en deze informatie op begrijpelijke wijze met de ouders deelt.
Naar het oordeel van de commissie is de ondernemer in dit geval tekortgeschoten in deze verplichting. Niet is gebleken dat de ondernemer op enig moment een concrete en verifieerbare verklaring heeft gegeven voor het ontstaan van de verwondingen. Ook ter zitting heeft de ondernemer hierover geen duidelijkheid kunnen verschaffen. De commissie heeft dan ook niet kunnen vaststellen dat de consument een inhoudelijk antwoord heeft ontvangen op haar – naar het oordeel van de commissie gerechtvaardigde – vraag.
Daar komt bij dat de ondernemer zich in de verdere communicatie in overwegende mate heeft gericht op het gedrag van de vader en de thuissituatie van de consument. Hoewel de commissie begrijpt dat het gedrag van een ouder aanleiding kan geven tot zorg en nader onderzoek, rechtvaardigt dit niet het onbeantwoord laten dan wel naar de achtergrond verschuiven van de oorspronkelijke vraag van de consument naar de oorzaak van de verwondingen.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer hiermee de zorgen van de consument onvoldoende aantoonbaar serieus heeft genomen en dat hij in de communicatie en informatieverstrekking niet de mate van zorgvuldigheid en professionaliteit heeft betracht die in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.
In zoverre is de klacht van de consument gegrond. Omdat de klacht gegrond is bepaalt de commissie dat de ondernemer het klachtengeld aan de consument dient te vergoeden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de consument gegrond;
– bepaalt dat de ondernemer het door de consument betaalde klachtengeld van € 25,- aan haar dient te vergoeden binnen 14 dagen na verzending van dit bindend advies.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, de heer Y. Dragstra, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 24 maart 2026.