Commissie: Kinderopvang
Categorie: tarieven
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
830392/1108350
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een oudercommissie heeft een klacht ingediend tegen een kinderopvangorganisatie over een flinke verhoging van het uurtarief. De kinderopvang wilde de prijs per 1 januari 2025 verhogen van € 10,71 naar € 12,75 per uur. Volgens de ondernemer was dit nodig vanwege hoge verbouwingskosten en gestegen personeelskosten. De oudercommissie vond deze uitleg onvoldoende en vroeg om financiële documenten, zoals een begroting en een overzicht van de kosten waarop het nieuwe uurtarief was gebaseerd. De ondernemer weigerde deze informatie te geven, omdat hij zijn bedrijfsgegevens en privézaken niet wilde delen. Vervolgens werd de prijsverhoging doorgevoerd zonder dat de oudercommissie advies had uitgebracht. De Geschillencommissie Kinderopvang oordeelt dat de ondernemer onvoldoende informatie heeft verstrekt om de oudercommissie een goed advies te laten geven. Volgens de wet moet een kinderopvangorganisatie de oudercommissie wel de mogelijkheid bieden om advies uit te brengen over een prijsverhoging. De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat het besluit om het uurtarief te verhogen naar € 12,75 niet in stand kan blijven. De ondernemer moet daarnaast het klachtengeld van € 25 aan de oudercommissie terugbetalen. De commissie heeft niet afzonderlijk bepaald dat de ondernemer het te veel betaalde bedrag aan alle ouders moet terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De OC heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil heeft betrekking op de substantiële verhoging van het uurtarief door de ondernemer zonder dat de OC daarover advies heeft kunnen geven. Volgens de OC is dit te wijten aan het feit dat de ondernemer onvoldoende cijfermatige onderbouwing van de voorgenomen verhoging heeft aangeleverd.
Standpunt van de OC
Voor het standpunt van de OC verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De OC van de organisatie van de ondernemer heeft een klacht ingediend over het feit dat zij onvoldoende in staat is gesteld advies te geven over de verhoging van het uurtarief voor kinderopvang door de ondernemer per 1 januari 2025. De prijsstijging is vervolgens zonder advies van de OC door de ondernemer doorgevoerd.
Op 6 november 2024 had de OC via skype voor het eerst een bijeenkomst met de ondernemer (vertegenwoordigd door [naam]) over het voorgenomen besluit om het uurtarief per
1 januari 2025 te verhogen van € 10,71 naar € 12,75. Volgens de ondernemer was de prijsverhoging noodzakelijk wegens de hoge verbouwingskosten van het pand waarin de ondernemer is gevestigd en als gevolg van een verhoging van personeelskosten. Aangezien de OC de onderbouwing te summier vond, is afgesproken dat de ondernemer aan de OC een nadere onderbouwing in de zin van onder andere begroting en een uitsplitsing van het uurtarief aan de OC zou toesturen. Op 19 november 2024 heeft de OC een document met de titel ‘Onderbouwingsdocument’ ontvangen. Op 20 november 2024 heeft de OC de ondernemer, omdat de OC van mening was dat zij op basis van het Onderbouwingsdocument niet kon beoordelen of de prijsverhoging terecht was, gevraagd nadere stukken aan te leveren. De OC heeft gevraagd om een begroting, een jaarrekening, het huurcontract, de afspraken over de waardevermeerderingen die gecreëerd worden aan het pand van de ondernemer en een opbouw van het nieuwe uurtarief aan de OC toe te sturen. In een daaropvolgende e-mailwisseling is duidelijk geworden dat de ondernemer geen nadere stukken zal aanleveren en dat de ondernemer overweegt de kinderopvanglocatie te sluiten. Op 2 december 2024 heeft de ondernemer aan de OC bericht dat kinderopvanglocatie [naam kinderopvang] per 1 juni 2025 zal sluiten. Op 4 december 2024 heeft de ondernemer aan de ouders die kinderopvang van de ondernemer afnemen, gemaild dat het uurtarief zal worden verhoogd naar € 12,75.
De OC verzoekt de commissie te bepalen dat de prijsstijging per 1 januari 2025 komt te vervallen en het teveel betaalde wordt terugbetaald aan de afnemers van kinderopvang in 2025.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer heeft schriftelijk gereageerd op de klacht van de OC. De ondernemer wijst erop dat de OC erg lang heeft gewacht met het inplannen van een overleg met de ondernemer over de voorgenomen prijsverhoging. Tijdens het eerste gesprek op 7 november 2024 is volgens de ondernemer al een uitgebreide onderbouwing van de prijsstijging gegeven.
Volgens de ondernemer blijkt uit het feit dat de OC allerlei financiële stukken bij de ondernemer heeft opgevraagd dat de OC de ondernemer kennelijk als fraudeur ziet en de ondernemer daarom wil controleren op de de interne financiële bedrijfsvoering. De ondernemer wenst zijn privézaken en bedrijfsgeheimen echter voor zichzelf te houden en niet openbaar te maken. Volgens de ondernemer is hij niet verplicht om de cijfers met de OC te delen. Het uurtarief van € 12,75 is volgens de ondernemer rechtvaardig gelet op de kosten van onder andere de investeringen die moesten worden gedaan in verband met structurele kritiekpunten van de GGD. Bovendien is het nieuwe uurtarief niet hoog in vergelijking met het uurtarief dat andere kinderopvangbedrijven in rekening brengen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van artikel 1.60 van de Wet Kinderopvang moet de houder van een kindercentrum de oudercommissie in de gelegenheid stellen om een advies uit te brengen over de wijziging van de prijs van de kinderopvang (sub f). De commissie stelt vast dat er geen advies is uitgebracht door de OC over de voorgenomen stijging van het uurtarief per 1 januari 2025.
De vraag die in deze casus moet worden beantwoord is of de OC door de ondernemer voldoende in de gelegenheid is gesteld een advies uit te brengen. De commissie is van oordeel dat dit niet het geval is. Hoewel de OC eerst in een laat stadium in gesprek is gegaan met de ondernemer over de voorgenomen prijsstijging was er nog voldoende tijd om een cijfermatige onderbouwing van de opbouw van het uurtarief aan de OC te verstrekken. De onderbouwing die de ondernemer op 19 november 2025 aan de OC heeft gestuurd, is een nadere schriftelijke motivering, waarbij iedere nadere vorm van onderbouwing (met stukken) ontbreekt. Uit dit stuk kan niet worden opgemaakt, welke kosten volgens de ondernemer zijn verwerkt in het uurtarief en welke kosten hebben bijgedragen aan de verhoging. Door de OC ook daarna niet van die onderbouwing te voorzien, heeft de ondernemer de OC onvoldoende in de gelegenheid gesteld een gefundeerd advies uit te brengen over de stijging van het uurtarief. De commissie is van oordeel dat het beroep van de ondernemer op inbreuk op de privacy en het niet willen prijsgeven van bedrijfsgeheimen de ondernemer niet kan baten, nu hij naar het oordeel van de commissie in het geheel geen gegevens heeft verstrekt die noodzakelijk zijn om hun adviesrecht uit te oefenen. Van de ondernemer mocht worden verwacht dat hij de OC door de aanlevering van die gegevens in staat stelde hun adviesrecht uit te oefenen.
De commissie is op grond van vorenstaande van oordeel dat het besluit om het uurtarief per 1 januari 2025 te verhogen naar € 12,75 op onjuiste wijze tot stand is gekomen en dat het daardoor niet in stand kan blijven. De klacht van de OC is gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de oudercommissie gegrond;
– bepaalt dat het besluit van de ondernemer om het uurtarief per 1 januari 2025 te verhogen naar € 12,75 niet in stand kan blijven;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,00 aan de oudercommissie dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld;
– bepaalt dat het klachtengeld binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies door de ondernemer aan de oudercommissie moet worden betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. dr. E. Venekatte, voorzitter, de heer Y. Dragstra, mevrouw E.C. Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. C. Koppelman, secretaris, op 7 november 2025.
Voorbeslissing: https://www.degeschillencommissie.nl/uitspraken/prijsverhoging-zonder-advies-ontvankelijkheid-oudercommissie-bij-onduidelijk-prijsadviestraject/