Klacht deels afgewezen: saldering correct toegepast, commissie niet bevoegd over prijsplafond

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Tariefbepalingen    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 242703/249479

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagt over zijn jaarrekening van 26 oktober 2022 tot 4 september 2023. Hij vindt dat de salderingsregeling niet goed is toegepast en dat het prijsplafond niet is meegenomen. De commissie oordeelt dat de saldering wél correct is uitgevoerd: de afgenomen en teruggeleverde stroom is op jaarbasis verrekend, zoals de regels voorschrijven. De klacht over saldering wordt daarom afgewezen. Over het prijsplafond mag de commissie geen oordeel geven, omdat dat buiten haar bevoegdheid valt. De consument kan daarvoor terecht bij de aparte commissie energie prijsplafond. De klacht is dus deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk.

De volledige uitspraak

Samenvattig
De consument klaagt over de wijze van salderen en de toepassing van het prijsplafond. De commissie verwijst ten aanzien van de salderings- en afrekenmethodiek naar een eerdere uitspraak. Ten aanzien van het prijsplafond is zij niet bevoegd.

Beoordeling
De consument klaagt over de jaarrekening 26 oktober 2022 tot en met 4 september 2023. Hij betoogt dat de salderingsregels niet goed zijn toegepast, nu er niet op jaarbasis maar op maandbasis gesaldeerd wordt. Voorts klaagt hij erover dat geen rekening is gehouden met het prijsplafond.

Wat betreft de methodiek van saldering heeft de commissie reeds in eerdere beslissingen uitgemaakt dat de hoeveelheden door de consument afgenomen en door hem geleverde elektriciteit op jaarbasis gesaldeerd moeten worden. Dat laat echter onverlet dat vervolgens het door de consument te betalen of te ontvangen bedrag op maandbasis bepaald kan worden.

Door de consument is afgenomen 1262 kWh en geleverd 1303 kWh tegen normaaltarief, wat betreft het daltarief heeft de consument 1135 kWh afgenomen en 537 kWh geleverd. De ondernemer heeft de afgenomen en geleverde energie gesaldeerd, zodat (1262-1303+1135-537=) 557 kWh overbleef. Die 557 kWh heeft hij op maandbasis met de consument afgerekend tegen het daltarief. Hoewel nergens voorgeschreven wordt hoe er gesaldeerd moet worden, is het uitgangspunt dat er op jaarbasis gesaldeerd moet worden. Daar is in de bovenstaande casus aan voldaan. Voor de verdere onderbouwing verwijst de commissie kortheidshalve naar haar uitspraak onder nummer 238703/243388 (te kennen op de website van de stichting onder eerdere uitspraken). Dit onderdeel van de klacht wordt dan ook afgewezen.

Wat betreft het prijsplafond is de commissie niet bevoegd te oordelen. Zij verwijst naar artikel 3 lid 1 van het reglement waarin dat uitdrukkelijk bepaald is. Het staat de consument vrij, zo hij na de beslissing ten aanzien van de saldering aanleiding ziet zijn klacht over het prijsplafond te handhaven, zich te wenden tot de commissie energie prijsplafond.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht deels ongegrond is en dat zij ten aanzien van een ander deel niet bevoegd is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie verklaart zich niet bevoegd te oordelen over de klacht voor zover het gaat om de toepassing van het prijsplafond.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer R.A. Timmer, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 16 mei 2024.

Opslaan als PDF