Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening / Tariefbepalingen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1290477/1315335
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument klaagt over drie dingen: de opmaak van de jaarnota, de vaste leveringskosten en de terugleverkosten.
De commissie vindt dat de ondernemer de jaarnota op een begrijpelijke manier heeft opgebouwd en dat het logisch is dat er kwartalen en BTW‑tabellen in staan. Dat is nodig voor klanten met verschillende contractvormen. Het verschil in vaste leveringskosten (13 cent) was een foutje in het systeem, maar zo klein dat het geen gegronde klacht oplevert. De ondernemer betaalt dit bedrag terug. De terugleverkosten zijn volgens de commissie gewoon onderdeel van de overeenkomst die de consument zelf heeft afgesloten. Er is geen bewijs dat de consument verkeerd is geïnformeerd of misleid. Ook is niet aangetoond dat de tarieven buitensporig hoog zijn. Daarom wordt de klacht volledig afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de jaarnota van 9 juli 2025, meer in het bijzonder de in rekening gebrachte kosten voor de teruglevering van elektriciteit aan het net, de opmaak van de jaarnota en het gehanteerde tarief voor de vaste leveringskosten.
De consument heeft de klacht op 14 juli 2025 aan de ondernemer voorgelegd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Per 1 januari 2025 werd een ander tarief voor vaste leveringskosten in rekening gebracht dan in het contract van 1 juli 2024 – 1 juli 2025 is vermeld. Het verschil is miniem, 0,13 ct., maar maakt het lezen van de jaarnota moeilijker. Met vele duizenden klanten levert dit de ondernemer miljoenen op.
De jaarnota was opgedeeld in kwartalen en ook werden daarin standen van 1 oktober 2024 en 1 april 2025 genoemd. Op die data veranderde er niets. Dit maakt de jaarnota alleen maar moeilijker te lezen en te begrijpen, zonder dat dit noodzakelijk is.
De consument wilde vooraf weten waarvoor de terugleverkosten moesten betaald. Per mail werd steeds een andere ongeldige reden gegeven, zoals het in balans houden van het netwerk. Daarvoor wordt aan de netbeheerder betaald. Op het laatst gaf de ondernemer als reden op dat dit landelijk zo was ingevoerd. Daarna is de consument klant geworden.
Later bleek dat terugleverkosten in het geheel niet landelijk zijn ingevoerd en dat dit een eigen keuze van de ondernemer is geweest.
De ondernemer krijgt geen stroom geleverd van de consument, die teruglevert. Hij ontvangt daarvoor geen enkele vergoeding. De netbeheerder zorgt voor de balans van netwerk en ontvangt daarvoor een bedrag van € 450,66 van de consument. Energieleveranciers mogen wel kosten in rekening brengen, maar die moeten wel redelijk zijn. Een in rekening gebracht bedrag van € 139,39 is niet redelijk en de consument wil dat bedrag terugontvangen.
De energienota moet overzichtelijk zijn, dus zonder tabellen voor dal en zonder kwartalen en tabellen met en zonder BTW. De vaste leveringskosten waren afgesproken en kunnen niet eenzijdig worden gewijzigd. De terugleverkosten moeten terug, want de werkelijke kosten zijn “0”. Dat is onredelijk. De indeling van klanten aan de hand van schalen is onjuist, want de klanten leveren geen energie aan de ondernemer.
De consument komt mede op voor de belangen van de andere klanten van de ondernemer.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De opmaak van de jaarnota moet wettelijk duidelijk en helder zijn en niet nodeloos ingewikkeld en onduidelijk.
Het tarief van de vaste kosten had niet mogen worden aangepast. Dat levert de ondernemer door zijn vele klanten ten onrechte veel geld op. Ook voor 13 cent is de consument bereid om naar de ACM te gaan.
Als de terugleverkosten evident zouden zijn dan had men kunnen volstaan met een volzin. Nu moet men van alles verzinnen. Ze zijn niet legitiem en niet redelijk.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De facturen van de ondernemer worden uniform opgebouwd. Daarbij wordt rekening gehouden met overheidsheffingen die jaarlijks, per 1 januari, kunnen wijzigen, en ook met het feit dat een deel van de klanten van de ondernemer een variabel contract heeft, waarbij de leveringstarieven per kwartaal kunnen wijzigen. Om die reden wordt er op de jaarnota met kwartaalperioden gewerkt en dat verklaart ook dat op de jaarnota van de consument tussentijdse standen staan vermeld. Dit heeft tot doel het verbruik en de teruglevering op een transparante wijze inzichtelijk te maken. Daarnaast worden conform de geldende wet- en regelgeving en fiscale voorschriften afzonderlijke tabellen gebruikt voor de specificatie van BTW en heffingen. Het verzoek van de consument is daarmee niet verenigbaar.
De consument heeft een enkelvoudige meter met teruglevering en geen meter met een dubbel telwerk. Het administratieve systeem kan dat onderscheid niet maken, waardoor de dal meterstanden als afzonderlijke rubriek op de factuur blijven staan. Dit doet echter geen afbreuk aan de juistheid van het in rekening gebrachte verbruik.
De ondernemer volgt de redenering van de consument over de terugleverkosten niet. De vaste terugleverkosten zijn voorafgaand aan de totstandkoming expliciet en duidelijk getoond in de online aanmeldmodule en vastgelegd in de leveringsovereenkomst die de consument op 29 april 2024 met de ondernemer aanging. De ondernemer heeft nooit de indruk gewekt dat sprake was van een landelijk ingevoerde kostenpost. Het is binnen het bestaande reguleringskader toegestaan om dergelijke kosten mits vooraf kenbaar en transparant, via een vaste tariefcomponent aan een bepaalde klantengroep toe te rekenen.
De vaste leveringskosten zijn niet verhoogd. Wel is per abuis een ander dagtarief toegepast. Overeengekomen is een tarief van € 0,27321 per dag en in 2025 is een tarief van € 0,27396 toegepast. Deze fout is ontstaan doordat in het facturatiesysteem het jaarbedrag van € 100,- automatisch opnieuw per kalenderjaar wordt omgerekend op basis van het aantal dagen per jaar, waarbij het resulterende dagtarief vervolgens is afgerond. Er is sprake van een marginaal hoger tarief dat heeft geleid tot een in rekening gebracht bedrag van € 99,85 in plaats van € 99,72. De ondernemer zal deze fout herstellen en de consument 13 cent overmaken.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De terugleverkosten zijn wel degelijk redelijk. De ondernemer vraagt per kwartaal de standen op. Als er geen opgave wordt gedaan, worden deze geschat. Op de website staan alle kosten gespecificeerd.
Dat is ook het geval in de leveringsovereenkomst.
De ondernemer blijft bij hetgeen in het verweerschrift is gesteld.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de opmaak van de jaarnota, de in rekening gebrachte terugleverkosten en de in rekening gebrachte vaste leveringskosten.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie volgt het standpunt en wijst de klacht in zijn geheel af.
De opmaak van de jaarnota
Uit de stukken maakt de commissie op dat de jaarnota voor de consument wel duidelijk is, maar voor de andere klanten van de ondernemer onnodig ingewikkeld is.
De commissie geeft een oordeel in een aan haar individueel voorgelegde klacht. Het regelement van de commissie voorziet niet in een klachtenbehandeling per groep. Een massale klacht zoals bij de burgerlijke rechter onder bepaalde omstandigheden wel mogelijk is, kan bij de commissie niet aanhangig worden gemaakt. De commissie gaat dan ook aan de klacht van de consument voorbij voor zover deze op andere belangen dan die van de consument betrekking heeft.
De consument maakt ook bezwaar tegen het opnemen van kwartalen en tabellen met en zonder BTW. Naar het oordeel van de commissie heeft de ondernemer over de opmaak van de jaarnota een begrijpelijke uitleg gegeven en is de jaarnota zoals deze door de ondernemer aan zijn klanten stuurt, niet minder onduidelijk dan de lay-out van jaarnota’s van andere energieleveranciers. De jaarnota bevat nu eenmaal tal van tarieven, heffingen en belastingen, waardoor deze al snel te veel informatie bevat. Het probleem daarbij is dat een te eenvoudige opmaak te weinig informatie bevat en een volledige jaarnota het geheel weer overzichtelijk maakt.
Het is begrijpelijk dat de ondernemer kiest voor een uniforme aanpak zodat de jaarnota voor al haar klanten kan worden toegepast. Dat is een beleidsbeslissing die niet onredelijk is, maar waarin de commissie ook niet wil of kan treden.
De commissie wijst dit onderdeel van de klacht dan ook af.
Het tarief van de vaste leveringskosten
De ondernemer heeft erkend op dit punt een fout te hebben gemaakt. Het verschil betreft een bedrag van € 0,13 ten nadele van de consument en is dermate futiel en gering dat dit niet kan leiden tot een gebrek in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, die tot een gegronde klacht aanleiding geeft.
Bovendien heeft de ondernemer aangegeven een bedrag van € 0,13 als extra korting aan de consument te verstrekken.
Ook dit onderdeel van de klacht is niet gegrond en wijst de commissie af.
De in rekening gebrachte terugleverkosten
De consument betwist de grondslag van het in rekening gebrachte bedrag, maar miskent dat hij deze kostenpost met de ondernemer is overeengekomen. Hij heeft niet betwist of aannemelijk gemaakt dat hij daarbij is misleid of anderszins onjuist is voorgelicht over deze kostenpost. Bovendien blijkt uit de stukken dat zijn partner tevergeefs bij de ACM heeft geklaagd over de verschuldigdheid van deze kostenpost en dat hij ermee bekend was dat sprake is van een kostenpost, die mits op juiste wijze overeengekomen, in rekening mag worden gebracht.
De commissie dient terughoudendheid te betrachten als het gaat om de beoordeling van de hoogte van de tarieven. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties waarin sprake van onaanvaardbaar hoge tarieven komt aan haar op dit punt een marginale toetsingsbevoegdheid toe. In dit geval heeft de consument op geen enkele wijze aangetoond dat de door de ondernemer gehanteerde tarieven vergeleken met die van andere energieleveranciers buitensporig zijn, zodat er geen grond bestaat om te tornen aan het in rekening gebrachte tarief.
Dit onderdeel van de klacht wijst de commissie dan ook af.
Slotsom
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument ongegrond.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer H.H. van der Linden, leden, op 15 december 2025.