Commissie: Particuliere Onderwijsinstellingen
Categorie: infornatieverstrekking
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1315851/1337469
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een student van een duale opleiding diende een klacht in tegen een particuliere onderwijsinstelling nadat zijn afstudeeropdracht was afgekeurd. Volgens de student was de feedback tegenstrijdig: zijn werk werd op verschillende onderdelen positief beoordeeld, maar hij kreeg toch te horen dat het verslag te summier was en meer uitgebreid moest worden. Omdat hij al 3.997 van de maximaal 4.000 toegestane woorden had gebruikt, vond hij het onmogelijk om aan deze eis te voldoen. Daarnaast klaagde hij over het ontbreken van beoordelingscriteria en het uitblijven van een duidelijke uitleg over hoe hij zijn werk kon verbeteren. De onderwijsinstelling erkende dat de beoordelingscriteria tijdelijk niet zichtbaar waren in de leeromgeving en bood daarvoor een kosteloze herkansing van de afstudeeropdracht aan, evenals terugbetaling van € 195 aan herkansingskosten voor een portfolio. Volgens de instelling betekende “uitgebreider” echter niet dat het verslag meer woorden moest bevatten, maar dat de inhoud meer diepgang, onderbouwing en analyse moest bevatten binnen dezelfde woordlimiet. De Geschillencommissie oordeelde dat zij bevoegd was de klacht te behandelen, omdat het ging om de wijze van beoordeling en communicatie en niet om een herbeoordeling van het examenwerk zelf. Vervolgens stelde de commissie vast dat de beoordelingskaders voldoende duidelijk waren en dat de student voldoende gelegenheid had gehad om hiervan kennis te nemen. Ook volgde de commissie het standpunt van de onderwijsinstelling dat kwalitatieve verbetering mogelijk is zonder meer woorden te gebruiken. Daarom werd de klacht ongegrond verklaard en werd het verzoek van de student afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 27 september 2022 met de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verzorgen van een opleiding leidende tot het (diploma van de opleiding).
De consument heeft de klacht eerst voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik heb me ingeschreven als duaal consument bij de ondernemer voor de duale opleiding (naam opleiding), die startte op 27 september 2022. In dat kader is een Onderwijsarbeids- en werkpleklerenovereenkomst gesloten met de ondernemer en een bedrijf dat zijn werkgebied in de ICT en consultancy heeft en werkgever is.
Mijn afstudeeropdracht is ten onrechte afgekeurd: “te summier”, “niet uitgebreid genoeg”. Ik heb 3997 van het maximaal te gebruiken aantal woorden van 4000 gebruikt, zodat uitbreiding fysiek onmogelijk is binnen die limiet. De beoordelingscriteria ontbraken destijds. Verder is sprake van inconsistente feedback: analyses “helder”, “gestructureerd”, “overtuigend”, maar toch ben ik gezakt op alles. De ondernemer bood kosteloze herkansing aan, maar reageerde niet op mijn vraag: hoe uitgebreider binnen woordlimiet? Ik kan niet afstuderen zonder deze duidelijkheid.
De ondernemer heeft in reactie op mijn klacht (30 oktober 2025) een gedeeltelijke oplossing aangeboden: kosteloze herkansing afstudeeropdracht en creditering van het betaalde bedrag voor portfolio fase 2 herkansing (€ 195,-). Ik heb deze oplossing geaccepteerd en gevraagd om binnen een week concrete uitleg over hoe ik kan verbeteren binnen de woordlimiet. De ondernemer heeft hierop nooit meer gereageerd.
Mijn voorstel voor oplossing:
1. Duidelijke uitleg hoe ik aan de eis “uitgebreider” kan voldoen terwijl ik 3997 van maximaal 4000 woorden heb gebruikt, of erkenning dat deze eis niet haalbaar is binnen de gestelde woordlimiet.
Toelichting: Ik heb eerder bezwaar gemaakt tegen deze tegenstrijdigheid direct na uitslag van resultaat. Het bezwaar werd “gedeeltelijk gegrond” verklaard, maar de examinator blijft in zijn reactie aangeven dat het verslag “uitgebreider” moet, zonder te verklaren hoe dit mogelijk is binnen de maximale woordlimiet van 4000 woorden.
2. Concrete verbeterpunten voor mijn afstudeeropdracht: welke onderdelen precies moet ik aanpassen en hoe kan dit binnen de woordlimiet.
Toelichting: Ondanks vele keren bellen met de ondernemer (11 keer over de span van 2 maanden), waarbij mij werd beloofd dat als de docent mij niet kon vertellen hoe ik het moest aanpassen dat de examinator dan contact zou opnemen, bleek uiteindelijk niemand bereikbaar en geen manier om dit te escaleren. De enige aangeboden oplossing was extra begeleiding kopen (€ 250,-/mail, € 150,-/uur), maar dit garandeert niet dat ik erachter kom hoe ik moet verbeteren wanneer examinator en exameninformatie tegenstrijdige eisen stellen.
3. Uitvoering van het door de ondernemer aangeboden aanbod: kosteloze herkansing afstudeeropdracht (mits ik weet wat er verwacht wordt) en creditering van het betaalde bedrag voor portfolio fase 2 herkansing € 195,-.
4. Indien mogelijk: herbeoordeling door een andere beoordelaar die zich houdt aan de criteria uit de exameninformatie.
5. Zekerheid dat ik kan afstuderen als ik aan de verbeterpunten voldoe, zonder aanvullende tegenstrijdige eisen.
Wat ik hoop te bereiken: Ik wil graag afstuderen op basis van duidelijke, haalbare criteria die consistent zijn met de exameninformatie. (ondernemer) heeft erkend dat de beoordelingscriteria voor de afstudeeropdracht ontbraken in (leeromgeving) en heeft een kosteloze herkansing en creditering van portfolio kosten aangeboden. Echter, mijn kernvraag over de woordlimiet-tegenstrijdigheid (hoe “uitgebreider” binnen 4000 woorden limiet?) is onbeantwoord gebleven. Zonder dit antwoord kan ik niet verbeteren en blijf ik in onzekerheid.
Het door de ondernemer opgeworpen onbevoegdheidsverweer kan naar mijn mening niet kan slagen, onder meer omdat mijn klacht ziet op dienstverlenings- en zorgvuldigheidsgebreken (en niet op herwaardering van het examenwerk), omdat de woordlimiet-kwestie in geen enkele interne route is behandeld, en omdat het bevoegdheidsverweer onverenigbaar is met het inhoudelijke verweer dat de ondernemer in haar verweerschrift van 30 april 2026 zelf heeft gevoerd.
Mijn klacht ziet niet op de vraag of mijn werk een hogere of andere inhoudelijke waardering verdient. Ik vraag uw commissie geen herwaardering van mijn examenwerk en geen toekenning van een specifieke beoordelingsuitkomst. Ik vraag herstel van een reeks dienstverlenings- en zorgvuldigheidsgebreken rond de wijze waarop de beoordeling tot stand is gekomen en de wijze waarop de ondernemer daarna met mijn ophelderingsvragen is omgegaan.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht ziet in hoofdzaak op de beoordeling van de afstudeeropdracht binnen de (naam opleiding), het ontbreken van beoordelingscriteria in (leeromgeving), de vraag hoe consument zijn opdracht binnen de woordlimiet kan verbeteren en de kosten van een herkansing voor Portfolio fase 2.
Wij stellen voorop dat wij de klacht serieus hebben genomen. Wij herkennen ons echter niet in het beeld dat sprake zou zijn van structurele tekortkomingen, een gebrek aan transparantie of het onthouden van begeleiding. De consument is vanaf de start van de opleiding geïnformeerd over de opleiding, de examenprocedure, de bereikbaarheid van docenten en de procedure bij een onvoldoende resultaat. Ook in (leeromgeving) was informatie beschikbaar over herkansingen, begeleiding en de daaraan verbonden kosten. Daarnaast heeft op 14 maart 2024 een telefonisch studievoortgangsgesprek plaatsgevonden, waarin ook de jaartermijnen, herkansingen en kosten zijn besproken.
Voor zover de klacht ziet op de beoordeling van de afstudeeropdracht geldt dat wij niet meegaan in het standpunt dat verbetering onmogelijk zou zijn vanwege de woordlimiet. De kern van de feedback was niet dat het verslag simpelweg langer moest worden, maar dat onderdelen inhoudelijk meer diepgang, onderbouwing, samenhang en analytische duiding behoefden. ‘Uitgebreider’ betekent in deze context dus niet noodzakelijk ‘meer woorden’, maar een kwalitatieve verbetering binnen de beschikbare ruimte. Dat consument 3.997 van de maximaal 4.000 woorden heeft gebruikt, betekent niet dat verbetering onmogelijk is. Binnen een woordlimiet mag juist worden verwacht dat een consument keuzes maakt, minder relevante tekst inkort en de beschikbare ruimte gebruikt voor de onderdelen die voor de beoordeling het meest relevant zijn.
Wij erkennen dat de beoordelingscriteria voor de afstudeeropdracht op dat moment niet als download zichtbaar waren in (leeromgeving). Daarvoor zijn excuses aangeboden en de verantwoordelijke afdeling is gevraagd dit te herstellen. Om de consument hierin tegemoet te komen, hebben wij een kosteloze herkansing van de afstudeeropdracht aangeboden. Daarmee wordt de consument niet benadeeld door het ontbreken van de betreffende download.
De beoordeling van de afstudeeropdracht heeft verder binnen het daarvoor geldende examenrechtelijke kader plaatsgevonden. De consument heeft gebruikgemaakt van de bezwaarprocedure. Het bezwaar is in behandeling genomen en gedeeltelijk gegrond verklaard, maar dat heeft niet geleid tot aanpassing van het vastgestelde resultaat.
Ten aanzien van de begeleiding merken wij op dat de consument gedurende de opleiding toegang heeft gehad tot de reguliere informatievoorziening en begeleiding. Voor aanvullende begeleiding bij een herkansing kunnen kosten gelden. Dat is niet ongebruikelijk wanneer een consument een extra poging doet of individuele ondersteuning wenst. In dit specifieke geval hebben wij echter, vanwege het ontbreken van de beoordelingscriteria in (leeromgeving), juist een kosteloze herkansing aangeboden. Wat betreft Portfolio fase 2 geldt dat consument bij de indiening heeft nagelaten de beoordeling van zijn propedeuseportfolio bij te voegen.
De consument is zelf verantwoordelijk voor de volledigheid van de stukken die hij indient. Pas bij beoordeling bleek dat een document ontbrak. In beginsel rechtvaardigt dit dat voor een herkansing kosten in rekening worden gebracht. Desondanks hebben wij ook op dit punt uit coulance aangeboden de herkansingskosten van € 195,- te crediteren. Daarmee is ook dit onderdeel van de klacht praktisch opgelost. Wij betreuren dat de consument zich onvoldoende geholpen voelt en begrijpen dat het vervelend is wanneer een afstudeeropdracht niet direct tot een voldoende resultaat leidt. Dat betekent echter niet dat de beoordeling onjuist is, dat de gestelde eisen tegenstrijdig zijn of dat wij tekort zijn geschoten in onze verplichtingen. Het enige concrete punt waarin wij de klacht kunnen volgen, namelijk het ontbreken van de beoordelingscriteria in (leeromgeving), is erkend en daarvoor is een passende oplossing aangeboden.
In reactie op de aanvullende stellingen van de consument handhaven wij ons eerder ingenomen standpunt. Daarbij merken wij aanvullend op dat de reactie van consument opnieuw in belangrijke mate ziet op de inhoudelijke beoordeling van zijn afstudeeropdracht, de daarbij gegeven feedback en de vraag of het resultaat terecht is vastgesteld. Voor zover de klacht daarop ziet, stellen wij ons op het standpunt dat de Geschillencommissie niet bevoegd is om daarover te oordelen. Het gaat op dit punt immers niet om onze dienstverlening, maar om de inhoudelijke waardering van examenwerk en de vaststelling van een examenuitslag. Daarvoor geldt binnen het formele onderwijs een afzonderlijke examenrechtelijke route. De consument heeft die route ook gevolgd door bezwaar te maken tegen de beoordeling van zijn afstudeeropdracht. De examencommissie heeft dit bezwaar in behandeling genomen en daarop beslist. Indien de consument zich niet kon verenigen met die beslissing, had het op zijn weg gelegen om beroep in te stellen bij het College van Beroep, zoals ook volgt uit de toepasselijke regelgeving.
Wij verzoeken de Geschillencommissie daarom om zich onbevoegd te verklaren voor zover het geschil ziet op de inhoudelijke beoordeling van de afstudeeropdracht, de gegeven feedback en de vaststelling van het resultaat.
Voor het overige handhaven wij ons haar verzoek om de klacht ongegrond te verklaren, althans te oordelen dat wij met het aanbod van een kosteloze herkansing van de afstudeeropdracht en creditering van de kosten voor de herkansing van Portfolio fase 2 een redelijke en afdoende oplossing hebben geboden. Wij blijven blijft bereid dit aanbod gestand te doen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt voorop dat zij zich bevoegd acht dit geschil te beoordelen nu het niet gaat om een inhoudelijke beoordeling van de afstudeeropdracht van de consument, maar om de wijze waarop de beoordeling is tot stand gekomen en de wijze waarop de ondernemer is omgegaan met de door de consument daaromtrent gestelde vragen.
Anders dan de consument is de commissie van oordeel dat de beoordelingscriteria van het eindexamenwerk voldoende duidelijk waren. Ter zitting heeft de ondernemer nogmaals gewezen op het Onderwijs- en Examenreglement dat de in acht te nemen criteria inhoudt. In dit kader wijst de commissie er ook op dat de consument de betreffende opleiding volgt vanaf september 2022, zodat duidelijk is dat de consument voldoende gelegenheid heeft gehad om van de beoordelingsmaatstaven, de mogelijkheid van herkansingen, de begeleiding, etc. kennis te nemen.
De kern van de klacht van de consument komt er op neer dat hij stelt dat het afstudeerwerkstuk te summier c.q. niet uitgebreid genoeg is, terwijl hij 3997 woorden heeft gebruikt van het maximaal aantal van 4000 woorden dat is toegestaan. Aldus is het naar zijn mening uitbreiding fysiek onmogelijk binnen die limiet.
Naar het oordeel van de commissie vat de consument de term ‘uitgebreider’ te beperkt op. Uitgebreider betekent naar het oordeel van de commissie niet dat het afstudeerwerk meer woorden moet tellen, maar dat het moet gaan om een kwalitatieve verbetering binnen de beschikbare ruimte van 4000 woorden. Zoals de ondernemer aangeeft: inhoudelijk meer diepgang, onderbouwing, samenhang en analytische duiding. Binnen de gegeven woordlimiet mag worden verwacht dat de consument keuzes maakt door bijvoorbeeld minder relevante tekst in te korten en de beschikbare ruimte te gebruiken voor de onderdelen die voor de beoordeling het meest relevant zijn.
De commissie is derhalve van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Particuliere Onderwijsinstellingen, bestaande uit de heer prof. mr. A.W. Jongbloed, voorzitter, de heer mr. J.A. Frederik, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 6 juli 2026.