Commissie: Notariaat
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
788679/1146268
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
Deze zaak gaat over een klacht van een erfgename tegen een notaris die als boedelnotaris betrokken was bij de afwikkeling van de nalatenschap van haar moeder. De erfgename vond dat de notaris afspraken niet nakwam, haar onvoldoende informeerde, zonder overleg kosten berekende, niet-erfgenamen liet meebeslissen over kosten, partijdig was en dat de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) te traag reageerde. De commissie oordeelt dat deze klachten grotendeels ongegrond zijn. Volgens de commissie heeft de notaris de erfgename regelmatig geïnformeerd over de voortgang van de nalatenschap, haar vragen zoveel mogelijk beantwoord en voldoende zorgvuldig gehandeld. Ook is niet gebleken dat de notaris kosten bij de erfgename in rekening heeft gebracht of dat hij partijdig is geweest. Voor sommige vertragingen in de afwikkeling acht de commissie de erfgename zelf mede verantwoordelijk, omdat zij weigerde een benodigde volmacht te ondertekenen totdat zij meer informatie had ontvangen. De klacht over de KNB kon de commissie niet behandelen, omdat zij daarvoor niet bevoegd is. De commissie concludeert dat niet is aangetoond dat de notaris heeft gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwame en zorgvuldig handelende notaris mag worden verwacht. Daarom worden de klachten tegen de notaris afgewezen en krijgt de erfgename geen schadevergoeding.
De volledige uitspraak
Bevoegdheid van de commissie
De bevoegdheid van de commissie berust op de verplichte deelname van de notaris via de Verordening Klachten- en geschillenregeling, waarbij de bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (verder: KNB) aangesloten notarissen zich voor de beslechting van alle geschillen ontstaan naar aanleiding van de totstandkoming en/of uitvoering van de dienstverlening, inclusief alle declaratiegeschillen, onderwerpen aan bindende advisering door de commissie. De notaris is lid van de KNB.
Onderwerp van het geschil
De klacht betreft de wijze waarop de notaris zijn werkzaamheden als boedelnotaris heeft uitgevoerd en daarover met klaagster communiceert.
Standpunt van de cliënt
Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Klaagster heeft – kort samengevat – de volgende zes klachtonderdelen ingediend.
1. De notaris komt afspraken niet na en wijzigt deze zonder afstemming met klaagster;
2. De notaris deelt niet of nauwelijks informatie betreffende zijn kosten, de boedelbeschrijving, RVS en meer;
3. De notaris rekent kosten zonder afstemming met klaagster;
4. De notaris laat niet-erfgenamen meebeslissen in de kosten;
5. De notaris stelt zich partijdig op;
6. De KNB reageert traag en matig.
Klaagster verzoekt de commissie om in redelijkheid en billijkheid een schadevergoeding vast te stellen.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De notaris voert aan dat hij wel eens een afspraak vergeet maar dat dat kan worden opgelost.
De notaris heeft een boedelbeschrijving aan de erfgenamen toegestuurd. Deze is wel door de andere erfgenamen ondertekend. De notaris voert voorts aan dat de erfgenamen geen kosten van verschotten zijn verschuldigd. De notaris heeft ook excuses aangeboden als klaagster zich onheus bejegend voelde. De notaris betwist dat hij niet integer heeft gehandeld. Op een gegeven moment heeft de notaris de vertrouwensvraag gesteld, waarna klaagster meende met de notaris verder te moeten gaan. De notaris heeft rekening gehouden met de verschillende belangen, gevoelens en emoties van partijen.
Beoordeling van het geschil
Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het volgende.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelend notaris.
Ter zitting heeft de notaris desgevraagd bevestigd het door hem gevoerde verweer in zijn brief aan de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna te noemen: de KNB) d.d. 29 november 2025 ook als zijn verweer in het onderhavige geschil te beschouwen.
Erflaatster heeft bij testament van 17 augustus 2022 over haar nalatenschap beschikt. Een van beide zusters is in dit testament door erflaatster tot executeur benoemd, maar zij heeft deze benoeming niet aanvaard. In plaats daarvan heeft zij op 27 april 2024 mevrouw [naam], werkzaam bij [organisatie] (hierna te noemen: [naam]), opdracht gegeven haar bij te staan in de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster. [Naam] heeft op haar beurt de notaris verzocht een verklaring voor erfrecht op te stellen. Klaagster heeft op 29 juli 2024 een verklaring van beperkte boedelvolmacht aan de notaris ondertekend. De notaris is vervolgens opgetreden als boedelnotaris. Klaagster verwijt de notaris een slordige en onattente afhandeling van de – naar haar mening – vrij eenvoudige nalatenschap. De nalatenschap bestaat uit twee bankrekeningen (met een saldo van ongeveer €30.000,–) en inboedel uit het gehuurde appartement van erflaatster.
Klachtonderdeel 1
Klaagster heeft onvoldoende geconcretiseerd welke afspraken de notaris nu niet is nagekomen en/of heeft gewijzigd zonder nadere afstemming met klaagster. Voor zover klaagster doelt op de afspraak tussen de notaris en een van haar zusters om op 29 oktober 2024 naar de woning van erflaatster toe te gaan en de door deze zuster gekozen inboedel mee te nemen, vormt dit niet een zodanig ernstig verwijt dat daarmee de klacht als gegrond dient te worden beschouwd. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.
Klachtonderdeel 2
In tegenstelling tot het verwijt van klaagster dat zij niet of nauwelijks is geïnformeerd is uit de stukken gebleken dat de notaris klaagster heeft geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap in 2024: op 23, 24 juli, 24 september, 3, 4, 10, 14 oktober, 1, 6,12 november, 11 december, en in 2025: op 9, 15, 16, 22, 28 januari, 10 februari, 26 maart, 18, 23, 28 april, 8 mei en 18 juni.
De notaris heeft bij e-mail van 23 april 2025 aan klaagster en haar zusters een overzicht van de afschriften van de bankrekeningen vanaf de overlijdensdatum van erflaatster toegestuurd en hen geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap. Daarbij heeft de notaris een volmacht voor het opheffen van de rekeningen aan de erfgenamen toegezonden teneinde het eindsaldo over te maken naar de derdengeldenrekening van de notaris voor verdeling. De beide zusters van klaagster hebben de notaris hun akkoord met het financiële overzicht van de bank gegeven en de volmacht tot het opheffen van de bankrekeningen getekend toegestuurd. Klaagster heeft de haar toegestuurde volmacht niet ondertekend. Desgevraagd heeft klaagster ter zitting verklaard dat zij eerst een eindafrekening wenst te ontvangen en ook alle bankafrekeningen wenst te controleren voordat zij tot ondertekening van de volmacht wenst over te gaan.
De notaris heeft verklaard dat de afwikkeling van de nalatenschap zich in de fase van de finale verdeling bevindt. De bankrekening(en) moet(en) worden opgeheven en het saldo verdeeld. De notaris heeft tegelijk met zijn verweerschrift van 7 juli 2025 een boedelbeschrijving met bijlagen aan de commissie toegestuurd, die klaagster tevens heeft ontvangen.
Klaagster heeft aan de notaris gevraagd of hij kan garanderen dat alle zaken zijn afgehandeld, de notaris heeft daarop geantwoord dat hij zich er zoveel mogelijk van heeft overtuigd dat de zaken zijn afgehandeld, dat er geen restituties meer zijn te vorderen en geen betalingen meer te doen en dat kan worden overgegaan tot verdeling van de nalatenschap, maar dat hij dit nooit volledig kan uitsluiten.
Desgevraagd heeft klaagster ter zitting verklaard de volmacht niet te willen ondertekenen omdat zij nog geen antwoord heeft gekregen op de door haar gestelde vragen.
De commissie overweegt dat, gelet op het voorgaande, voldoende vast is komen te staan dat de notaris klaagster periodiek heeft geïnformeerd over de voortgang van de afwikkeling van de nalatenschap en zoveel mogelijk antwoord heeft gegeven op de vragen van klaagster.
Voor zover klaagster met haar klacht de notaris verwijt de nalatenschap niet voldoende voortvarend af te wikkelen, is naar het oordeel van de commissie de omstandigheid dat klaagster volhardt in haar stelling eerst een volledige eindafrekening te willen ontvangen alvorens de volmacht te ondertekenen – in het licht van de verklaring van de notaris dat hij zich er van heeft overtuigd dat alle zaken zijn afgehandeld en dat kan worden overgegaan tot verdeling van de nalatenschap – een omstandigheid die voor rekening van klaagster dient te komen. Dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.
Klachtonderdeel 3
Onweersproken is dat de notaris een pro forma verdeling aan klaagster heeft laten zien, waaruit blijkt dat er door de erfgenamen geen kosten en verschotten zijn verschuldigd. Bij e-mail van 11 december 2024 heeft de notaris bevestigd geen declaratie uit te brengen. Ook ter zitting heeft de notaris desgevraagd bevestigd geen kosten aan klaagster in rekening te brengen.
Dit klachtonderdeel acht de commissie daarom ongegrond.
Klachtonderdeel 4
De commissie overweegt dat onderhavig klachtonderdeel met het vorige klachtonderdeel samenhangt.
Nu dat klachtonderdeel ongegrond is, heeft ook onderhavig klachtonderdeel geen zelfstandige betekenis meer.
Klachtonderdeel 5
De commissie is niet gebleken van enige partijdigheid van de notaris jegens een of meer andere erfgenamen van klaagster.
Klachtonderdeel 6
Overeenkomstig artikel 4 van het Reglement Geschillencommissie Notariaat is de commissie niet bevoegd te oordelen over klachten tegen de KNB. De commissie is dan ook onbevoegd in dit klachtonderdeel.
Voor zover overige door partijen aangevoerde argumenten c.q. klachten – waaronder het gestelde in de
e-mails van klaagster van 6 februari en 21 mei 2025 – niet zijn besproken, kan daarvan worden afgezien, omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de commissie niet komen vast te staan dat de notaris niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. De door klaagster gevorderde schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Bovendien is onvoldoende gebleken dat klaagster schade heeft geleden door toedoen van de notaris.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
– De commissie verklaart zich onbevoegd ten aanzien van klachtonderdeel 6;
– De commissie verklaart de klachtonderdelen 1 tot en met 5 ongegrond en wijst het door klaagster gevorderde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, mevrouw mr. B. van Dis, mevrouw J.M.A. van Haren, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Land Smorenburg, secretaris, op 22 augustus 2025.