Klacht over eindafrekening elektriciteit op camping ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Recreatie    Categorie: Eindafrekening    Jaartal: 2024
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 235388/247829

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De recreant had een seizoenplaats op een camping geboekt en betaalde aan het einde van het verblijf een bedrag van € 190,50 voor het elektriciteitsverbruik. Later diende hij een klacht in, omdat hij geen specificatie van het verbruik had ontvangen, terwijl dat in eerdere jaren wel gebeurde. Ook voelde hij zich onterecht behandeld door de campingbeheerder, wat leidde tot een voortijdig vertrek. De ondernemer gaf aan dat er in eerdere seizoenen geen klachten waren geweest en dat de recreant de eindafrekening zonder protest had betaald. De commissie stelde vast dat de recreant geen concreet bedrag terugvraagt en dat hij pas achteraf twijfels uitte over de afrekening. Er is geen bewijs dat de afrekening onjuist is. Daarom is de klacht ongegrond verklaard en hoeft de ondernemer niets terug te betalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 11 november 2022 tussen partijen tot stand gekomen seizoenplaatsovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een seizoen-plaats (niet-waterkant; no S 124) met extra’s/toebehoren voor de periode van 1 april 2023 tot 1 november 2023. In totaal is daarvoor door recreant in termijnen betaald en in rekening gebracht € 1.077,15 (betaald op 05-01-2023) + € 1.058,65 (betaald op 21-03-2023) + € 100,– (betaald op 25-03-2023) + € 75,– (betaald op 06-04-2023).

Op woensdag 4/5 oktober 2023 heeft de recreant de camping verlaten, op basis waarvan door de ondernemer de eindafrekening (“Betalingsbevestiging”) is opgemaakt met als resultaat dat de consument op 5 oktober 2023 nog een bedrag groot € 190,50 moest bijbetalen, welk bedrag op die datum door de consument per kas is voldaan. Dat bedrag van € 190,50 betreft blijkens die eindafrekening: “Elektra-verbruik (seizoen) – 01-04-2023 tot 30-09-2023”.

De recreant heeft op 1 september 2023 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de recreant

Het standpunt van de recreant luidt in hoofdzaak als volgt.

Op 6 september 2023 werd ik per app op de hoogte gesteld van een review van een campinggast. Met deze review werd ik op de hoogte gebracht dat wij voor seizoen 2024 niet meer welkom zijn, maar seizoen 2023 konden afmaken. Tussen 6 september 2023 en 3 oktober 2023 zijn er allerlei beschuldigingen naar ons geuit en voorafgaand (tussen 25 maart 2023 en 6 september 2023) hebben wij nooit een schriftelijke dan wel mondelinge waarschuwing gekregen van mogelijke feiten die ons ten laste gelegd zouden kunnen zijn. Juridisch hadden wij dit wel gehad moeten hebben alvorens ons de toegang tot de camping werd ontzegd of zelfs afzetting had kunnen plaatsvinden. Op 2 oktober 2023 is de eigenaar met de politie bij ons geweest en zijn wij gevorderd de camping diezelfde dag te verlaten, nog steeds zonder reden. Inmiddels was de verstandhouding alleen verstoord omdat wij diverse keren een gesprek hebben aangevraagd met de beheerder en de directie, maar er was geen discussie mogelijk en hij was niet van plan een gesprek aan te gaan, alleen maar onterechte beschuldigingen; zo zouden campinggasten “bang” voor mijn vrouw zijn en hem hiervoor hebben benaderd. Later bleek dat hij zelf gasten heeft benaderd en deze vraag zelf heeft gesteld, een letterlijk antwoord was dan ook dat deze gast absoluut geen problemen heeft met ons maar als er wel een probleem zou zijn dat ze dit met mij zouden bespreken in plaats van met mijn vrouw. Ons seizoen wat eigenlijk tot 1 november zou lopen is met ingang van 6 september volledig verpest en wij stellen de ondernemer hiervoor verantwoordelijk. Wij willen nog steeds graag weten wat nu de werkelijke reden is geweest waarom ons de toegang tot de camping is ontzegd.

Ter zitting heeft de recreant verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Het is juist dat wat mij betreft dit geschil zich beperkt tot de eindafrekening, en dan alleen voor wat betreft het aantal in rekening gebrachte kWh. Er is bij de eindafrekening door de ondernemer geen inzicht verschaft in het aantal kWh dat ons in rekening is gebracht. Het klopt dat toen niet door mij is geprotesteerd tegen die eindafrekening en dat het restantbedrag toen door mij zonder protest is betaald.

De recreant verlangt:
Geen volledig financiële geschillen, maar een discussie over de afrekening van het kWh gebruik, de beheerder heeft een andere meting als onze eigen meter en weigert op de factuur een specificatie van het verbruik aan te geven, terwijl dit in voorgaande jaren wel het geval was. Bij andere campinggasten is wel een specificatie van verbruik KWh op de factuur vermeld. Tekortkoming en valselijk beschuldigd van zaken waardoor het seizoen eerder is beëindigd en daarvoor al niet meer als vakantie voelde. In de periode van 1 sept t/m 3 oktober zijn er tal van beschuldigingen geuit naar ons toe waarin geen harde feiten werden overlegd, wij zijn tegen over mede campinggasten zwart gemaakt en heeft de eigenaar/beheerder ons opgezet tegen hen. Na herhaaldelijke verzoeken van ons of wij de eigenaar van het park persoonlijk konden spreken is geen gehoor gegeven. Wij wilden klachten, in het belang van de camping, bij de eigenaar neerleggen omdat de beheerder ons niet wilde horen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Ondergetekende heeft per 1 januari 2024 de exploitatie van de camping overgenomen en is aldus gemachtigd om reactie te geven op de klacht van recreant. In de aanloop van de overname heb ik de recreant ook deels ‘meegemaakt’ en ik kan derhalve uit eigen ervaring staven hetgeen ik hier schrijf; ook als het relaas van de beheerder en de receptionistes van de camping.

De recreant heeft drie seizoenen lang op de camping een seizoenplaats gehuurd. Tijdens deze drie seizoenen zijn er meerdere kleine incidenten geweest met recreant. Deze incidenten betroffen vooral bemoeizucht jegens het beheer van de camping en kleine ruzies met medegasten. Echter, in het seizoen van 2022 heeft er een incident plaatsgevonden tussen de partner van recreant en onze receptioniste. Onze receptioniste voelde zich bedreigd en onveilig op haar werkplek. In datzelfde seizoen is er middels een gesprek met recreant duidelijk gesteld dat dergelijk gedrag ontoelaatbaar is en dat bij (mogelijke) herhaling de camping zou kiezen voor de veilige werkomgeving van haar medewerkers, ergo; dat recreant dan zou worden gezocht de camping te verlaten.

Medio seizoen 2023 bleek wederom dat de familie van recreant de grenzen van de gastvrijheid van de camping wederom opzocht. Wij hebben recreant hierna medegedeeld dat wij hen voor het seizoen 2024 geen plaats op de camping zouden aanbieden. In plaats van het accepteren van het besluit van de camping is de recreant hierna een communicatie-offensief begonnen. Daarbij werd ook naar het kantoor van ondergetekende gemaild en gebeld met het verzoek om een gesprek. Ik heb de recreant, naast het beantwoorden van de mail, uitvoerig te woord gestaan. Het antwoord dat ik recreant gaf, week niet af van de inhoud van het mailbericht dat in kopie is bijgevoegd. Echter, dit was niet het antwoord waar recreant naar op zoek was. Kort en goed, recreant is niet het soort gast dat wij op onze campings wensen te ontvangen. Als gastvrouw/-heer in de recreatiesector houden wij ons het recht voor om te kiezen wie wij als gast wensen te ontvangen; daarbij is het doel een gezellige levendige camping waarbij gasten harmonieus met elkaar omgaan en waarbij medewerkers in een prettige en veilige omgeving verkeren om hun werk te doen. Wanneer één van deze zaken in het geding is, voelen wij ons gedwongen om te kiezen.

De klacht met betrekking tot de afrekening van de elektra kunnen wij niet anders plaatsen als voortvloeiend uit de onvrede over het standpunt van de camping. De twee seizoenen daarvoor hebben wij recreant niet gehoord over deze afrekening. Daarbij hebben wij van geen van onze overige gasten opmerkingen gehad over de afrekening van de elektrakosten.

Gelet hierop verzoekt de ondernemer om de klacht van recreant ongegrond te verklaren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Recreant is bij herhaling hierover duidelijk: alleen is in geschil de juistheid van de eindafrekening van de elektrakosten.

Daarbij valt op dat door de consument geen terugbetaling van een concreet bedrag wordt gevorderd van wat mogelijk te veel zou zijn betaald. Een dergelijk bedrag wordt door de consument ook niet berekend op basis van de – kennelijk zelf bijgehouden – verbruikshistorie. Er ligt dus geen (terug) vordering uit onverschuldigde betaling voor.

Daarbij komt, dat recreant de eindafrekening niet aanstonds op juistheid heeft aangevochten en aanstonds aan de daarin geduide (bij)betalingsverplichting heeft voldaan. Desgevraagd is hierover door de consument verklaard dat de eindafrekening niet door hem onder protest is voldaan. Eerst (veel) later en uit onvrede over de gang van zaken die heeft geleid tot een voortijdig vertrek van de camping, is de consument over deze afrekening gaan nadenken, en dan met name over het gemis aan verbruiksgegevens, die volgens hem in eerdere jaren wel ter beschikking waren gesteld.

Ten overvloede verdient nog de volgende overweging. De commissie heeft op basis van het voorliggende dossier “ambtshalve” geen reden gevonden om te twijfelen aan de juistheid van de afrekening van het elektraverbruik.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat deze klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de recreant verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie bestaande uit mr. M.L.J. Koopmans, voorzitter, mevrouw J. Hagedoorn en mevrouw J.M.A. van Haren, leden, op 12 maart 2024.

Opslaan als PDF