Klacht over notaris bij afwikkeling nalatenschap ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 883158/1273977

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een erfgename die klachten had over een notaris die een akte van verdeling van de nalatenschap van haar moeder heeft opgesteld. Volgens de erfgename gaf de notaris onjuiste of onvolledige informatie, reageerde hij onvoldoende op haar vragen, was hij niet onafhankelijk en baseerde hij de akte op onjuiste gegevens. Ook vond zij dat de kosten van de notaris niet ten laste van de nalatenschap mochten komen en wilde zij haar deel van die kosten terug. De notaris stelde dat de klacht niet behandeld kon worden omdat de broer van de erfgename, als gevolmachtigde en executeur, de opdrachtgever was. De commissie oordeelde echter dat de erfgename wel ontvankelijk was en dat de commissie bevoegd was om de klacht te behandelen. Vervolgens oordeelde de commissie dat de broer bevoegd was om de notaris opdracht te geven, dat de notaris de opdracht correct heeft uitgevoerd en dat de in rekening gebrachte kosten van € 5.000 niet onredelijk waren gezien de omvang van de nalatenschap. Verder vond de commissie dat de erfgename haar verwijten over de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende had onderbouwd en dat niet was aangetoond dat de akte onjuist of onvolledig was. Daarom concludeerde de commissie dat de notaris heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en zorgvuldig handelende notaris mag worden verwacht. De klacht werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding van de erfgename werd afgewezen en ook het verzoek van de notaris om een schadevergoeding van € 750 werd afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het handelen van de notaris bij het opstellen van de akte van verdeling in de nalatenschap van de moeder van klaagster en de door de notaris daarvoor in rekening gebrachte kosten.

Standpunt van klaagster

Voor het standpunt van klaagster verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris heeft een akte van verdeling gemaakt. Klaagster is het niet eens met de gemaakte akte. Zij heeft dit meerdere keren kenbaar gemaakt via de e-mail en via de telefoon. Verder wilde zij een klacht indienen bij de notaris, maar hij reageerde niet op de vraag hoe dit moet.

Klaagster heeft de volgende klachten:
– receptiemedewerkers geven foutieve informatie;
– de notaris en de kandidaat-notaris geven geen antwoord op inhoudelijke vragen;
– er is meerdere keren door meerdere personen aangegeven dat er onjuistheden/onduidelijkheden in de aangeleverde informatie zitten, maar de notaris heeft daar niets aan gedaan;
– de notaris heeft sterk aangedrongen op accepteren van de erfenis zonder volledige informatie te geven;
– de notaris heeft aangegeven dat klaagster dreigt/bedreigt toen zij zei dat zij gaat onderzoeken wat haar rechten zijn;
– de notaris komt alleen op voor de rechten van zijn klant en houdt niet de belangen van anderen in de gaten;
– op dit moment reageert de notaris gewoon niet meer op vragen via de mail.

Klaagster verzoekt de commissie de akte van verdeling ongeldig te verklaren en haar een vergoeding toe te kennen voor de schade die zij ten gevolge van het handelen en/of nalaten van de notaris heeft geleden.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris is van mening dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht, omdat:
1. klaagster niet de opdrachtgeefster van de notaris is geweest. Weliswaar betrof het de verdeling van een (zeer conflictueuze) nalatenschap waarin zij gerechtigd was/is, maar de opdrachtgever was de executeur (de broer van klaagster), die tevens onherroepelijk gevolmachtigde was van alle familieleden (inclusief klaagster). Hij handelde daarbij bovendien ter uitvoering van een beschikking van de rechtbank, waarbij hij de zelfstandige bevoegdheid heeft gekregen om de nalatenschap af te wikkelen;
2. klaagster niet klaagt over de (hoogte van de) declaratie. Zij heeft de declaratie als zodanig ook nooit betwist. Wel heeft zij gesteld dat de declaratie niet ten laste van de nalatenschap zou mogen komen. De notaris heeft klaagster uitgelegd dat haar broer handelde ter uitvoering van de hiervoor bedoelde beschikking. Het zou volstrekt onlogisch en onterecht zijn als hij de declaratie zou hebben moeten betalen;
3. klaagster de declaratie helemaal niet, althans niet helemaal, heeft betaald. Weliswaar is de declaratie betaald uit de nalatenschapsgelden en heeft klaagster mitsdien daaraan wel bijgedragen, maar dat rechtvaardigt niet dat dientengevolge alle negen deelgenoten afzonderlijk een klacht zouden kunnen indienen;
4. klaagster niet klaagt over de (juridische) kwaliteit van de dienstverlening;
5. klaagster vooral ontevreden is over het functioneren en handelen van haar broer. Zij verlangde van de notaris dat hij haar broer ter verantwoording zou roepen. Dat is niet de rol van een notaris, maar van de (civiele) rechter;
6. klaagster stelt dat zij schade zou hebben geleden, maar met geen enkele onderbouwing daarvan komt;
7. het door klaagster verzochte niet behoort tot de competentie van de commissie;
8. de notaris betwist dat hij niet heeft gereageerd op de mededeling van klaagster dat zij een klacht wilde indienen. Hij heeft haar meerdere keren verwezen naar de website ‘notaris.nl, klachten over de notaris’.

Het gaat klaagster helemaal niet om de declaratie en het gaat klaagster evenmin om (de juridische kwaliteit van) de dienstverlening. De kwestie betreft onvrede van klaagster over de afwikkeling van de nalatenschappen van haar ouders, welke kwestie al méér dan 15 jaar heeft gelopen en tot diepe verdeeldheid binnen de familie heeft geleid. Dat is betreurenswaardig.

De notaris verzoekt de commissie klaagster niet-ontvankelijk te verklaren in de klacht. Secundair verzoekt de notaris de commissie de klacht ongegrond te verklaren. Voorts verzoekt hij de commissie om hem een schadevergoeding van € 750,– toe te kennen, ter (gedeeltelijke) vergoeding van de tijd en energie die beantwoording van de vragen van klaagster tot nu toe heeft gekost.

Reactie van klaagster op het verweer van de notaris

In reactie op het verweer van de notaris heeft klaagster – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd:

• de opdrachtgever zoals de notaris die ziet (de executeur), was niet meer gerechtigd om als opdrachtgever een akte te laten opstellen, omdat hij al in mei 2022 aangaf dat zijn werkzaamheden zijn beëindigd. De notaris was en is hiervan op de hoogte, omdat klaagster dit meerdere keren mondeling en schriftelijk heeft medegedeeld. Verder heeft klaagster aangegeven dat zij een klacht wilde indienen bij de notaris, maar ook daarover werd gezegd dat zij niet de opdrachtgever/klant van de notaris was. Toen klaagster vroeg waarom haar vragen niet met de executeur waren besproken, deelde de notaris haar mede dat hij niet wilde zeggen wat hij met zijn client besprak;
• de notaris beweert dat klaagster niet klaagt over de hoogte van de declaratie, maar zij heeft geen inzicht in de declaratie van de notaris. Klaagster wenst haar aandeel in de declaratie van de notaris teruggestort te krijgen op haar rekening;
• klaagster klaagt wel degelijk over de dienstverlening. De notaris is niet onpartijdig en onafhankelijk: hij houdt alleen de belangen van de executeur in de gaten. Klaagster kreeg geen, onjuiste of onvolledige informatie. Verder vindt klaagster de wijze van communiceren van de notaris zeer vreemd en onjuist, ook in juridisch opzicht. De gegevens waarop de door de notaris opgestelde akte van verdeling is gebaseerd, zijn niet volledig/twijfelachtig. Hierdoor loopt klaagster een “aanzienlijk bedrag” – zoals de notaris zelf aangeeft in een e-mail – mis. Dit is een vorm van leed die de notaris haar aandoet. Verder heeft de situatie rond de akte van verdeling klaagster veel spanningen en stress opgeleverd. Een dwingend advies van de notaris om de erfenis te accepteren, heeft haar veel boosheid gekost;
• het is de notaris bekend dat er meerdere erfgenamen niet instemmen met de akte van verdeling en bij hem geklaagd hebben. Mogelijk hebben andere erfgenamen andere wegen (dan de commissie) gekozen om te klagen over de notaris. Verder zegt het aantal klagers niets over de ernst van de klachten;
• klaagster maakt bezwaar tegen het bedrag van € 750,– dat de notaris wenst voor het beantwoorden van vragen.

Samenvattend: de notaris heeft een akte opgesteld voor een persoon die zijn werkzaamheden ruim twee jaar daarvoor heeft afgerond. De akte is op onjuiste/onvolledige gegevens gebaseerd en de notaris was daarvan op de hoogte. Het gaat klaagster om de dienstverlening van de notaris waarbij zij steeds geen, onjuiste of onvolledig informatie kreeg. Verder heeft de notaris er mede voor gezorgd dat zij de erfenis niet kan accepteren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Ontvankelijkheid en bevoegdheid

Nu de notaris een beroep heeft gedaan op niet-ontvankelijkheid van klaagster in de klacht, zal de commissie eerst hierop ingaan.

De commissie dient dit beroep te beoordelen aan de hand van de bepalingen van haar reglement.
De niet-ontvankelijkheidsgronden staan vermeld in artikel 7 van het reglement. De notaris heeft een beroep gedaan op artikel 7 lid 2 onder a van het reglement. Dit artikellid luidt als volgt:
“De Commissie verklaart op verzoek van de notaris – mits gedaan bij eerste gelegenheid – de cliënt in zijn klacht niet-ontvankelijk:
a. indien hij zijn klacht niet eerst overeenkomstig de kantoorklachtenregeling bij de notaris heeft ingediend binnen drie maanden na het moment waarop de cliënt kennisnam of redelijkerwijs had kunnen nemen van het handelen of nalaten dat tot de klacht aanleiding heeft gegeven”.

De notaris stelt dat klaagster de declaratie nooit heeft betwist en dat hij haar – naar aanleiding van haar mededeling dat zij een klacht wilde indienen – meerdere keren heeft verwezen naar de website ‘notaris.nl’.
De commissie stelt vast dat op deze website staat vermeld:
“Als u een klacht heeft over de handelwijze, rekening of houding van uw notaris, dan kunt u verschillende stappen ondernemen. Belangrijk is dat u eerst zelf het gesprek aangaat met uw notaris of een klacht indient volgens de klachtenregeling van het notariskantoor”.

De commissie stelt voorts vast dat klaagster in haar e-mail van 8 november 2004 onder meer heeft geschreven:
“Eventueel kan ik telefonisch over mijn klacht praten a.s. maandag 11 november tussen 17 en 18 uur of a.s. dinsdag 12 november tussen 17 en 18 uur. Ik lees graag of dat uitkomt”.

De notaris heeft daarop gereageerd met de mededeling: “Het lijkt mij beter dat we elkaar persoonlijk spreken in plaats van telefonisch”. Hij heeft haar daarbij opnieuw naar voormelde website verwezen.
De commissie is van oordeel dat klaagster de notaris voldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij een klacht wilde indienen. Een gesprek heeft kennelijk niet plaatsgevonden.

Gelet op de informatie op de door de notaris genoemde website – waarbij uitdrukkelijk wordt verwezen naar de commissie – kan de notaris klaagster thans niet tegenwerpen dat zij niet-ontvankelijk is in de klacht.
Voor zover klaagster de klachtenregeling van de notaris niet heeft gevolgd, is de commissie van oordeel dat haar daarvan redelijkerwijs geen verwijt treft (artikel 7 lid 3 van het reglement); het had op de weg van de notaris gelegen klaagster uitdrukkelijk op de klachtenregeling te wijzen.

De notaris stelt voorts dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht, omdat zij niet de opdrachtgeefster van de notaris is geweest. Dit betreft echter geen niet-ontvankelijkheidsgrond zoals genoemd in het reglement. De commissie gaat ervan uit dat de notaris heeft bedoeld hiermee een beroep te doen op onbevoegdheid van de commissie.

De commissie dient haar bevoegdheid ook ambtshalve te toetsen, zulks eveneens aan de bepalingen van haar reglement.

Van belang is artikel 4 van het reglement, waarin onder meer is bepaald:
“De Commissie heeft tot taak geschillen tussen de cliënt en de notaris te beslechten, voor zover deze betrekking hebben op de totstandkoming of de uitvoering van een door de cliënt aan de notaris gegeven opdracht”.

In artikel 1 van het reglement is bepaald dat onder ‘cliënt’ wordt verstaan: ‘de afnemer van de diensten van een notaris’.

Artikel 2 van het reglement bepaalt – voor zover van belang – dat de Geschillenregeling Notariaat van toepassing is indien het geschil betreft de totstandkoming en/of de uitvoering van de opdracht aan de notaris alsmede klachten die nauw samenhangen met die opdracht.

In een eerdere uitspraak van de commissie (met zaaknummer 510621/756900) is hierover het volgende overwogen.

“Daarin staat dus niet expliciet aangegeven dat het een opdracht moet zijn van een klager.

Het reglement is ook van toepassing bij klachten die nauw samenhangen met de door de notaris uitgevoerde opdracht.

De opstellers van dit reglement hebben aldus daarmee aan willen geven ook het oog te hebben op de mogelijkheid tot klagen in situaties waarbij de opdrachtgever een andere dan de klager is maar deze klager wel degelijk als contractspartner of begunstigde (zijnde afnemer van die diensten) een direct belang heeft bij de juiste uitvoering van die opdracht door de notaris.

Hierbij kan gedacht worden aan de verkoper van een onroerend goed waarbij de koper in het algemeen de notaris mag kiezen voor de levering en het transport van het onroerend goed en die notaris dan ook de opdracht geeft. Maar men heeft daarbij ook gedacht aan de mogelijkheid voor een erfgenaam te klagen over de uitvoering van de afwikkeling van de hem of haar (deels) toekomende nalatenschap door de notaris.

Echter, daarbij hebben de opstellers van het reglement – indachtig het hiervoor overwogene – de omschrijving van de taak van de geschillencommissie in artikel 4 van het reglement ongelukkig geformuleerd. Immers, daaruit zou kunnen worden afgeleid, hetgeen de notaris ook stelt, dat de commissie enkel en alleen bevoegd is kennis te nemen van een klacht in zaken waarbij klager als client een opdracht aan de notaris heeft gegeven.

Dit is gelet op de hiervoor weergegeven begripsomschrijving van client in artikel 1 van het reglement en gelet op de hiervoor weergegeven passage van artikel 2 van het reglement, niet de bedoeling geweest van de opstellers van dit reglement, waaronder de beroepsorganisatie waarvan iedere notaris deel uitmaakt.

Het zou immers betekenen dat het grootste deel van de door een notaris te verrichten werkzaamheden slechts onderworpen zou zijn aan het tuchtrecht en niet onderworpen zou zijn aan een ten behoeve van consumenten nu juist via De Geschillencommissie gefaciliteerd klachtrecht.

Daarbij is voorts van belang dat klaagster de erfenis heeft aanvaard, de notaris niet heeft doen laten vervangen via de rechter en de notaris rekening en verantwoording van zijn werkzaamheden/handelen (en de financiële consequenties daarvan) heeft afgelegd aan klaagster.

Naar uiterlijke verschijningsvormen kan dan ook worden gesproken van een door klaagster maar ook een in het maatschappelijk verkeer aanvaarde situatie van dienstverlening door de notaris ten behoeve van klaagster. Aldus bezien is naar het oordeel van de commissie, gelet op de beoogde strekking en uitleg van artikel 4 van het reglement, de commissie bevoegd de klacht te behandelen”.

Naar het oordeel van de commissie is een soortgelijke situatie hier ook aan de orde; klaagster is één van de erfgenamen in de nalatenschap van haar moeder en zij heeft de erfenis aanvaard.

Anders dan de notaris stelt, is de commissie voorts van oordeel dat klaagster wel degelijk klaagt over (de hoogte van) de declaratie en over de kwaliteit van de dienstverlening van de notaris.

Gelet op het voorgaande acht de commissie zich bevoegd en zal zij het geschil inhoudelijk behandelen.

Inhoudelijk

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat de notaris in opdracht van de broer van klaagster een akte van verdeling heeft opgesteld. De broer was bevoegd om de opdracht aan de notaris te verstrekken, omdat alle erfgenamen, onder wie ook klaagster, hem – blijkens het proces-verbaal van de comparitie van partijen van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2009 – een onherroepelijke volmacht hebben gegeven “om te verschijnen voor de notaris tot het doen opmaken van de definitieve akte tot verdeling van de nalatenschap (dit laat onverlet dat alle andere erfgenamen eerst kennis moeten nemen van het concept voor die akte)”. Niet gebleken is dat die volmacht op het moment van passeren van de akte reeds was geëindigd. Dat de broer in zijn e-mail van 21 mei 2022 heeft medegedeeld dat hij per die datum zijn werkzaamheden als executeur-testamentair als beëindigd beschouwde, doet dus niet af aan zijn bevoegdheid om als gevolmachtigde op te treden en de notaris in die hoedanigheid opdracht te geven.
De notaris heeft aan de opdracht voldaan en een akte van verdeling opgesteld, die op 22 augustus 2024 is gepasseerd. Blijkens deze akte heeft de notaris zijn kosten en/of eventuele juridische kosten geschat op een bedrag van € 5.000, –. Klaagster heeft op het vragenformulier aangegeven dat de notaris dit bedrag ook in rekening heeft gebracht. De commissie komt dit bedrag niet onredelijk voor, gelet op de aard en omvang van de nalatenschap. Voor terugbetaling van het aandeel van klaagster in deze kosten ziet de commissie dan ook geen aanleiding.

Klaagster klaagt voorts over de kwaliteit van de dienstverlening van de notaris. Zij verwijt de notaris dat hij niet onpartijdig en onafhankelijk is, dat zijn informatieverstrekking en wijze van communiceren te wensen overliet en dat de gegevens waarop de door de notaris opgestelde akte van verdeling is gebaseerd, niet volledig/twijfelachtig zijn. Klaagster heeft deze verwijten onvoldoende geconcretiseerd en niet nader onderbouwd. De commissie kan niet vaststellen dat de akte van verdeling onjuist en/of onvolledig is.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de notaris klaagster conform hetgeen is bepaald in voormeld proces-verbaal, een concept van de akte van verdeling heeft doen toekomen. Gelet op de verstrekte volmacht heeft hij klaagster voor nadere inhoudelijke informatie naar het oordeel van de commissie op goede gronden verwezen naar haar broer. Dat de notaris alleen zijn belangen heeft behartigd, is de commissie niet gebleken.

Gelet op het voorgaande is niet komen vast te staan dat de notaris niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Dit betekent dat de klacht van klaagster ongegrond moet worden verklaard en dat het door haar verzochte moet worden afgewezen. Ten aanzien van de door klaagster verzochte schadevergoeding merkt de commissie nog op dat van schade door toedoen van de notaris niet is gebleken.

Nu de klacht van klaagster ongegrond is, blijft het door haar betaalde klachtengeld voor haar rekening.

De commissie ziet geen aanleiding voor toewijzing van de door de notaris verzochte schadevergoeding van € 750,– nu deze onvoldoende is onderbouwd en een dergelijke vergoeding slechts in uitzonderlijke situaties voor toewijzing in aanmerking komen, hetgeen zich in deze niet voordoet.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie:

– verklaart klaagster ontvankelijk in de klacht en verklaart zich bevoegd het geschil inhoudelijk te behandelen;

– verklaart de klacht van klaagster ongegrond en wijst het door haar verzochte af;

– wijst de door de notaris verzochte schadevergoeding af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 14 oktober 2025.

de heer mr. N. Schaar

Opslaan als PDF