Commissie: Openbaar Vervoer
Categorie: Boete
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
730039/ 778945
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument stelde dat hij op 10 februari 2023 onterecht een boete kreeg tijdens een OV-controle en dat de betrokken BOA hem provocerend bejegende. Hij verzocht om schadevergoeding, excuses en maatregelen tegen de ambtenaar. De RET beriep zich echter op niet-ontvankelijkheid: de klacht werd pas 1,5 jaar na de interne afhandeling bij de commissie ingediend, terwijl het reglement een termijn van 12 maanden voorschrijft. De commissie oordeelde dat deze termijn is overschreden en dat de aangevoerde omstandigheden geen verschoonbaarheid opleveren. De klacht is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een beweerd onterecht opgelegde boete.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
“Op vrijdag 10 februari 2023 om 20:35 uur heb ik onterecht een boete ontvangen. Vlak voor het uitstappen ben ik als enige staand gehouden voor een OV-controle. Bij het in twijfel brengen van de legitimiteit van het staande houden, heeft de BOA mij provocerend bejegend, ondanks dat ik het vriendelijk vroeg en meewerkte. Vervolgens heb ik alsnog een boete ontvangen, Tevens is het opgenomen door een cameraman voor een televisieprogramma.
Het voorstel om de klacht op te lossen is dat de klacht gegrond wordt verklaard met een schadevergoeding, excuses van de betrokken ambtenaar en dat er stappen worden genomen tegen de ambtenaar.
De gemachtigde heeft nog het volgende aangevoerd. Client heeft een beslissing d.d. 1 april 2023 ontvangen naar aanleiding van zijn tweede bezwaar van 7 maart 2023 tegen het op 10 februari 2023 aan hem opgelegde boete. Client wenst met betrekking tot de ontvankelijkheid van het geschil naar voren te brengen dat hij zijn klachten eerst aanhangig heeft gemaakt bij de RET. De RET heeft zijn klachten echter ongegrond verklaard. Client heeft het geschil bij uw Commissie zo snel als voor hem mogelijk aanhangig gemaakt. Van belang is hierbij om op te merken dat client het proces bij de RET alleen heeft gevoerd en niet via een professionele gemachtigde. Daarnaast is van belang om op te merken dat cliënt lijdt aan psychische klachten en wordt cliënt behandeld.
Client verzoekt de bemiddeling van de Geschillencommissie zodat alsnog kan worden vastgesteld dat client in deze een slachtoffer is geworden van het zonder enige reden laten escaleren van een situatie die niet hoefde te escaleren.”
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
RET doet een uitdrukkelijk beroep op de niet ontvankelijkheid van de klacht. Datum overtreding/boete: 10 februari 2023 Datum klacht van de consument bij de RET: 16 februari 2023 Datum reactie van RET: 1 maart 2023 Datum bezwaar van [persoon] bij de RET: 7 maart 2023 Datum 2e reactie van RET: 1 april 2023 Datum laatste reactie, afkomstig van RET: 12 april 2023. Hierna is er geen contact meer geweest tot een mail van de consument d.d. 24 oktober 2024 op de laatste reactie van RET d.d. 12 april 2023. Kennelijk ingegeven door het voornemen om de zaak aanhangig te maken bij uw geschillencommissie. Hierbij doet RET een beroep op artikel 6 lid 1 sub b van het Reglement Geschillencommissie Openbaar Vervoer.
De consument had conform de regels van het Reglement binnen 12 maanden na de datum waarop hij de klacht bij de RET indiende het geschil bij de commissie aanhangig moeten maken. Dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft het er 1,5 jaar lang bij laten zitten en komt nu pas in actie. Daarvan kan hem een verwijt worden gemaakt c.q. is hem toerekenbaar. De zaken die de gemachtigde opwerpt maken dit niet anders.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie constateert dat de 12 maanden termijn van artikel 6 van haar reglement is overschreden, ook als van 26 februari 2023 als eerste bezwaardatum wordt uitgegaan, en dat dit in principe leidt tot niet-ontvankelijkheid.
De consument heeft nog aangevoerd dat in het verweer van de ondernemer niet inhoudelijk wordt ingegaan op de argumenten die hij heeft aangevoerd in zijn klacht bij de Geschillencommissie. Dit is echter inherent aan het uitgaan van niet-ontvankelijkheid. Dan wordt aan inhoudelijke behandeling niet toegekomen.
Voorts stelt de consument nog dat niet is gesteld en niet is gebleken dat de ondernemer door het tijdsverloop niet kan reageren op de verweren van client (zie de uitspraak van de Commissie met het kenmerk: 147261/156552). De commissie wijst erop dat in dit door de consument aangehaalde bindend advies de consument niet ontvankelijk werd verklaard en dat geen verschoonbaarheid kon worden aangenomen. De commissie is daarin niet ingegaan op de al dan niet mogelijkheid tot (nog) kunnen reageren op het verweer.
Bovendien, zo stelt de consument nog, blijkt dat in de beslissing van de RET van 1 april 2023 wel wordt verwezen naar de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de Geschillencommissie maar wordt daarin geen termijn genoemd. De commissie stelt vast dat dit op zich geen vereiste is.
Het klachtenreglement van de Geschillencommissie stelt volgens de consument verder dat een klacht ondanks het tijdsverloop van 1 jaar ontvankelijk kan worden verklaard indien er omstandigheden zijn waardoor het de client niet is te verwijten dat hij zijn klacht te laat heeft ingediend (artikel 6 lid 2). In dit kader verwijst de consument naar zijn behandelverklaring waaruit blijkt dat hij onder meer wordt behandeld voor ADHD waarvan een van de symptomen is dat je dan moeite hebt om dingen te regelen en te plannen. Hij was daarom niet in staat om zelf tijdig een klacht in te dienen dan wel daartoe iemand hiervoor in te schakelen.
De commissie kan alleen op die informatie niet vaststellen dat een zo ruime periode verontschuldigbaar kan worden geacht.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De consument wordt in de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit de heer mr. J.M.J. Godrie, voorzitter, de heer mr. P. Vonk, de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 5 februari 2025.