Koop van hybride auto ontbonden vanwege terugkerende storingen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1317913/1325351

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een gebruikte hybride auto, maar kreeg binnen enkele maanden meerdere keren te maken met ernstige storingen waardoor de auto niet harder kon rijden dan ongeveer 70 km/u. Hoewel de ondernemer herstelwerkzaamheden uitvoerde, bleven dezelfde problemen terugkomen. Uit een analyse van de foutcodes bleek dat sprake was van storingen in het hybridesysteem en andere onderdelen van de auto. Omdat de ondernemer deze bevindingen niet heeft weerlegd en de auto niet geschikt bleek voor normaal gebruik, oordeelde de commissie dat sprake was van non-conformiteit. De koopovereenkomst wordt daarom ontbonden en de ondernemer moet de volledige koopprijs van € 28.500,- terugbetalen tegen inlevering van de auto.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een op 6 mei 2025 door de consument van de ondernemer gekochte [automodel].

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 6 mei 2025 heb ik bij [ondernemer] te [plaats] een [automodel] gekocht voor € 28.500,-. De auto (bouwjaar 2022, kilometerstand 56.695) werd geleverd zonder BOVAG-garantie, maar met een zogeheten huisgarantie van het bedrijf.

In augustus 2025 trad een ernstig defect aan het hybride accusysteem op, waardoor de auto niet meer kon rijden. [Ondernemer] heeft de auto toen gerepareerd, waarbij volgens hun factuur onder meer de 12V-accu is vervangen. Deze accu kosten heb ik destijds zelf betaald. Van deze reparatie ontving ik echter geen diagnose- of werkplaatsrapport, alleen een summiere factuur. Na de reparatie meldde [ondernemer] dat het probleem was opgelost.

In oktober 2025 trad hetzelfde defect opnieuw op. De auto is op 29 oktober 2025 door [ondernemer] opgehaald. [Ondernemer] gaf vervolgens aan dat zij zelf het probleem niet konden oplossen en dat de auto naar een erkende [automerk]-dealer moest. Uit hun bericht bleek dat de dealer pas op 2 december 2025 tijd had voor diagnose en herstel. Er is dus sinds eind oktober nog geen herstel uitgevoerd en er is geen duidelijkheid over wanneer de auto weer inzetbaar is.

Ik ben van mening dat de auto niet voldoet aan wat ik als consument redelijkerwijs mocht verwachten (artikel 7:17 BW) en dat [ondernemer] onvoldoende en niet tijdig heeft hersteld (artikel 7:21 BW). Daarom beroep ik mij op artikel 7:22 BW en verzoek ik om ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van het volledige aankoopbedrag van € 28.500,-, onder inlevering van de auto.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer betwist dat de auto gebrekkig is. De eerste storing, in augustus 2025, is verholpen door een nieuwe 12V accu te plaatsen, de storingen te resetten en een software update uit te voeren. Daarna was de auto weer storingsvrij.

Na de tweede storing, in oktober 2025, is de auto opgehaald omdat hij weer niet harder reed dan circa 70 kilometer per uur. Dit kwam door een fout in het hybridesysteem, die is opgelost door een reset uit te voeren. Daarna is de auto nog door een merkdealer onderzocht. Daarbij zijn geen storingen gebleken.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft een analyse van het uitleesrapport van de betreffende auto overgelegd waaruit blijkt dat, anders dan door de ondernemer is aangevoerd, wel sprake is van verschillende foutcodes. In totaal worden er in het uitleesrapport, aldus deze analyse, vier foutcodes vermeld met betrekking tot (het systeem van) de auto. Dit zijn de foutcodes PCM-U0594 (hybride-systeem), BCM-B187B-02 (achterklep), BPCM-P0AA5-00 (schakelaar accupakket) en PLGM-B1964-11 (kortsluiting achterklepsensor). Van de eerste en tweede storing vermeld de analyse dat deze zich onder meer uiten door verminderd vermogen en dat deze zo snel mogelijk opgelost moeten worden omdat zij van invloed (kunnen) zijn op de veiligheid en prestaties van de auto.

De ondernemer heeft de bevindingen uit deze analyse niet weersproken.

Daar komt bij dat de consument ter zitting heeft medegedeeld dat in het weekeinde voorafgaand aan de zitting de auto wederom is getroffen door een storing met dezelfde symptomen als de twee eerdere en in dat verband weer voor onderzoek bij de ondernemer staat. Ook dit is door de ondernemer niet weersproken. De commissie benadrukt dat de consument deze omstandigheid weliswaar voor het eerst ter zitting heeft aangevoerd, maar ook dat die voor de ondernemer niet nieuw is, aangezien de auto naar de ondernemer is gebracht, dan wel door deze is opgehaald, om daar weer onderzoek naar te doen.

Vast staat daarmee dat, in weerwil van het standpunt van de ondernemer, weldegelijk foutcodes in het systeem zijn aangetroffen die samenhangen met de door de consument ondervonden problemen aan het voertuig. Ook staat vast dat zich nu tot drie keer toe storingen aan het voertuig hebben voorgedaan, waardoor het voertuig niet harder kon rijden dan circa 70 kilometer per uur. Deze omstandigheden samen maken dat de auto niet geschikt is voor normaal gebruik en dus niet beantwoordt aan datgene dat de consument mocht verwachten van de ondernemer geleverd te krijgen. De auto is daarmee non-conform in een mate die ontbinding van de koopovereenkomst rechtvaardigt. Daarbij betrekt de commissie uitdrukkelijk het feit dat de ondernemer niet heeft gereageerd op de hiervoor genoemde analyse en ook ter zitting niet is verschenen, om nadere tekst en uitleg te geven.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond.

Ontbindt de tussen de consument en ondernemer op of omstreeks 6 mei 2025 gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de [automodel] (koopsom € 28.500,-, bouwjaar 2022, kilometerstand 56.695) met ingang van de datum van deze beslissing.

Verstaat dat partijen zo spoedig mogelijk aan de uit hiervoor uitgesproken ontbinding voortvloeiende ongedaanmakingsverplichtingen (teruggave van de auto en terugbetaling van de koopprijs) moeten voldoen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 21 mei 2026.

Opslaan als PDF