Commissie: Voertuigen
Categorie: Dwaling
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1271568/1320984
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een [automodel] uit 2019 en ging ervan uit dat de auto beschikte over alle opties die in de optielijst stonden, waaronder Apple CarPlay/Android Auto, multimediavoorbereiding met betaalde diensten en een volledige dealeronderhoudshistorie. Na aankoop bleek dat Apple CarPlay niet werkt op dit model, dat de multimediavoorbereiding geen functie meer heeft omdat de bijbehorende betaalde diensten door de fabrikant zijn beëindigd, en dat de dealeronderhoudshistorie niet beschikbaar is. Ook constateerde DEKRA diverse foutmeldingen. De consument stelt dat hij bij een juiste voorstelling van zaken de auto niet onder dezelfde voorwaarden zou hebben gekocht. De ondernemer erkent dat CarPlay niet wordt ondersteund en dat de multimediavoorbereiding feitelijk geen functionaliteit meer heeft, maar vindt dat de consument zelf had moeten navragen welk systeem aanwezig was. De commissie oordeelt dat de verkoper een duidelijke mededelingsplicht heeft over aanwezige opties en functionaliteiten, zeker wanneer bekend is dat bepaalde diensten niet meer werken. Door dit niet te melden heeft de ondernemer de consument onvoldoende geïnformeerd, waardoor de consument heeft gedwaald over wezenlijke eigenschappen van de auto. Voor dwaling is niet vereist dat de consument de auto anders helemaal niet zou hebben gekocht; het is voldoende dat de overeenkomst onder andere voorwaarden zou zijn gesloten. De commissie vindt dat hiervan sprake is en verklaart het beroep op dwaling gegrond. De koopovereenkomst wordt vernietigd. De consument moet de auto teruggeven en de ondernemer moet de volledige koopsom terugbetalen, plus het klachtengeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een door de consument van de ondernemer gekochte [automodel] uit 2019.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt, voor zover hier van belang, op het volgende neer.
Diverse voorzieningen op uitrustingslijst kloppen niet en zijn ook niet meer beschikbaar, namelijk Apple CarPlay/Android Auto. Apple CarPlay werkt niet meer op deze auto omdat de auto te oud is (2019).
Er is “volledig dealeronderhoudshistorie beschikbaar”, dat wordt niet verstrekt wegens privacy gevoeligheid. De dealeronderhoudshistorie is ook niet terug te vinden in het ICM-systeem van [automerk]. Ook is het navigatiesysteem kan ook niet meer geupdate worden. De multimediavoorbereiding werkt niet naar behoren. De betaalde diensten waarvoor deze voorziening het systeem in staat stelde daarmee te communiceren zijn niet meer beschikbaar. Daardoor heeft deze voorziening geen functionele toepassing (meer).
Er is tijdens het verkoopgesprek over al deze dingen niet gesproken. Er is alleen genoemd dat er een multiriem vervangen moest worden. Verder blijkt uit een inspectie door DEKRA dat sprake is van meerdere foutmeldingen in het systeem.
Als al die onderwerpen aan de orde waren geweest tijdens de verkoopgesprekken had ik de afweging kunnen maken om de auto wel of niet te kopen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer erkent dat Apple CarPlay niet door het systeem wordt ondersteund, ondanks de vermelding Android auto/Apple CarPlay in de, van de koopovereenkomst deel uitmakende, lijst van aanwezige opties. Volgens de ondernemer had de consument moeten begrijpen dat daarmee wordt bedoeld dat het ene óf het andere systeem in de auto aanwezig is, maar nooit beide. Het had op de weg van de consument gelegen nader te informeren naar welk systeem daadwerkelijk werd ondersteund.
De ondernemer erkent eveneens dat de eveneens in genoemde optielijst aanwezige multimediavoorbereiding (mede) zit op betaalde diensten waaronder R-link. Deze dienst wordt echter niet meer door [automerk] geboden, zodat de multimediavoorbereiding in dat opzicht niet langer functioneel is. De daarvoor noodzakelijke abonnementen kunnen namelijk niet meer worden afgesloten.
Tot slot erkent de ondernemer de aanwezigheid van de door DEKRA geconstateerde punten. De ondernemer heeft zich bereid verklaard deze op te lossen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Anders dan waar de ondernemer in haar verweerschrift vanuit is gegaan, heeft de consument zich niet beroepen op non-conformiteit van de gekochte auto (met mogelijk ontbinding van de overeenkomst tot gevolg), maar op dwaling (met als mogelijk gevolg vernietiging van de overeenkomst).
Vast staat in dit geval dat de auto niet daadwerkelijk over alle opties beschikt die in de optielijst bij de overeenkomst zijn vermeld. Dat de vermelding “Android Auto/Apple CarPlay” voor de consument voldoende duidelijk zou moeten maken dat niet beide systemen, maar een daarvan daadwerkelijk worden ondersteund en dat het aan de consument is om nader te informeren naar welk systeem dan, onderschrijft de commissie niet. Het is aan de verkopen, in dit geval de ondernemer, om voldoende duidelijk te maken wat wel en niet op de auto zit. Die verkoper weet dat immers, of behoort dat te weten.
Hetzelfde geldt voor het vermelden van een optie die communicatie met betaalde betaaldiensten mogelijk moet maken, waarbij aan de verkoper bekend is, of behoort te zijn dat die betaaldiensten niet langer meer worden aangeboden. Door van dat laatste geen deugdelijke melding te maken voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst schiet de verkoper tekort in zijn mededelingsplicht.
Daarmee staat in dit geval vast dat de consument heeft gedwaald ten aanzien van tenminste twee eigenschappen van de gekochte auto. Voor een geslaagd beroep op dwaling is niet noodzakelijke dat de eigenschappen waarover is gedwaald de kern van de overeenkomst betreffen, noch dat, bij een juiste voorstelling van zaken helemaal geen overeenkomst tot stand gekomen was. Voldoende is dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet onder dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten en dat staat naar het oordeel van de commissie in dit geval voldoende vast, zodat het beroep op dwaling slaagt.
Daarmee behoeven de overige klachten geen verdere bespreking.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht gegrond.
Verklaart voor recht dat de tussen de consument en de ondernemer op 8 april 2025 gesloten koopovereenkomst met betrekking tot de [automodel] is vernietigd wegens dwaling.
Verstaat dat de consument de auto zo spoedig mogelijk aan de ondernemer ter beschikking moet stellen door deze bij de ondernemer in te leveren, op welk moment de ondernemer het oorspronkelijke aankoopbedrag aan de consument moet terugbetalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 21 mei 2026.