Commissie: Afbouw
Categorie: Schade
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
1313741/1316620
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument die klaagt over scheuren in een gietvloer die kort na aanleg zijn ontstaan. De consument vindt dat de vloer niet voldoet aan wat mocht worden verwacht en vraagt ontbinding van de overeenkomst en schadevergoeding. De ondernemer betwist aansprakelijkheid en stelt dat de scheuren mogelijk zijn veroorzaakt door de onderliggende vloerconstructie of andere factoren buiten zijn verantwoordelijkheid. Uit het onderzoek van de deskundige blijkt dat de scheuren waarschijnlijk samenhangen met spanningen of vervormingen in de onderliggende vloeropbouw, maar dat de exacte oorzaak zonder destructief onderzoek niet kan worden vastgesteld. Omdat daardoor nog niet duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de scheurvorming, heeft de commissie nog geen inhoudelijk oordeel gegeven. De commissie besluit dat aanvullend destructief onderzoek moet worden uitgevoerd door de deskundige. De verdere behandeling van de zaak wordt aangehouden totdat de resultaten van dit onderzoek bekend zijn.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een overeenkomst van 5 april 2024 met betrekking tot de aanleg van een polyurethaan gietvloer met panzergewebe mat, voor de prijs van € 8.146,60.
Standpunt van de consument
De klacht van de consument luidt als volgt:
In juni 2024 heeft de ondernemer in mijn huis op de begane grond een polyurethaan gietvloer met panzergewebe mat gelegd voor een bedrag van € 8.146,50. Deze vloer is voor 20 m2 gelegd in de nieuwe aanbouw met vloerverwarming en voor de rest (60 m2) over de gietvloer die al in huis lag, zonder vloerverwarming. In mei 2025 heb ik scheuren ontdekt in de gietvloer en daarvan direct melding gemaakt bij de ondernemer. Inmiddels zijn op ten minste 7 verschillende plekken scheuren ontstaan, allemaal in het oude gedeelte waar al een niet gescheurde gietvloer lag zonder vloerverwarming. De ondernemer wijt de scheurvorming aan de vloerverwarming of werking van de ondervloer, maar dat is dus niet mogelijk. Wel heb ik foto’s waaruit blijkt dat de scheurvorming precies daar is ontstaan waar de panzergewebe matten niet goed aan elkaar zijn gelegd. Daarbij geldt dat de scheuren zo groot zijn, dat de vloer niet voldoet aan hetgeen ik mocht verwachten op grond van de overeenkomst, mede gelet de algemene voorwaarden van de ondernemer en de toepasselijke SBR-richtlijnen.
De consument verlangt ontbinding van de overeenkomst, restitutie van € 8.146,60 en aanvullende schadevergoeding voor het verwijderen van de vloer, ontruiming en tijdelijke opslag inboedel en vervangend verblijf elders.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het aangebrachte vloersysteem is een beproefd systeem voor onstabiele ondervloeren. Dat scheuren zijn ontstaan, is niet te wijten aan dit vloersysteem maar moet gezocht worden in andere factoren die niet onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer liggen. Aannemelijk is dat de vloer plaatselijk overbelast is door het plaatsen van de zware stalen keuken en de daarbij behorende puntbelasting van de wieltjes of poten. Mogelijk ligt de oorzaak in de onderliggende vloerconstructie ofwel in de vloerverwarming. Opvallend is dat de scheurvorming zich beperkt tot circa 15 m2 van het totale vloeroppervlak van ongeveer 80 m2.
De ondernemer heeft als oplossing aangeboden de vloer te overlagen en de kosten met de consument te delen, zulks terwijl scheurvorming in de voorwaarden is uitgesloten van garantie.
Het deskundigenonderzoek
De deskundige R. Rieborn heeft de klacht onderzocht en op 19 februari 2026 rapport uitgebracht van zijn bevindingen, die als volgt luiden:
In de woning van consument heeft deskundige een olijf gele (RAL 1020) polyurethaan gietvloer aangetroffen. In deze gietvloer zijn op meerdere plaatsen scheurlijnen en zogeheten aders zichtbaar. De scheur- en adervorming bevindt zich uitsluitend in het middendeel van de woning (globaal het gebied rondom keuken en hal). In het voorste deel van de woning (woonkamer aan de straatzijde) zijn geen scheuren of aders waargenomen. Eveneens zijn in het achterste deel van de woning (de uitbouw uit 2024 en de oudere uitbouw uit 2009) geen scheuren of aders in de gietvloer zichtbaar. De waargenomen scheurlijnen en aders vertonen een overwegend rechtlijnig verloop met een duidelijke richting. Op meerdere locaties lopen scheurlijnen vanuit uitwendige hoeken, onder meer bij deur doorgangen en bij buitenhoeken van bouwkundige elementen. De breedte van de scheuren is beperkt (0,3 mm, haarscheurvorming), maar de lengte is plaatselijk aanzienlijk. De scheuren volgen deels een doorgaand lijnenspel door het vloeroppervlak. Beklopping van het vloeroppervlak met een hamer geeft over het gehele vloeroppervlak een homo- geen en gelijkmatig geluid. Ook ter plaatse van de scheurlijnen zijn geen afwijkende of holklinkende zones vastgesteld. Dit duidt niet op plaatselijke onthechting van de gietvloer van de ondergrond.
Polyurethaan gietvloeren met een dergelijke geringe laagdikte zijn in beginsel flexibel en volgen in zekere mate de vervormingen van de ondergrond. Gezien de flexibiliteit van een PU-gietvloer met deze laagdikte ligt het technisch in de rede dat scheurvorming samenhangt met spanningen/vervormingen in de onderliggende vloeropbouw. De oorzaak van de waargenomen scheurvorming kan op basis van visuele inspectie en niet-destructief onderzoek niet eenduidig worden vastgesteld. Gezien de opbouw van het vloersysteem en het rechtlijnige verloop van de scheuren ligt het in de rede dat de oorzaak van de scheurvorming in de onderliggende vloeropbouw of draagconstructie moet worden gezocht. Mogelijk is sprake van vervormingen, spanningsopbouw of onvoldoende vormvastheid in één of meerdere onderliggende lagen. Om de exacte oorzaak van de scheurvorming te kunnen vaststellen, zou destructief onderzoek nood- zakelijk zijn. Een dergelijk onderzoek valt in beginsel binnen de werkzaamheden van deskundige en kan, indien partijen daarmee instemmen, worden uitgevoerd in het kader van een onderzoek voor de Geschillencommissie. Bij destructief onderzoek worden de gietvloer en onderliggende lagen plaatselijk geopend om de vloeropbouw en eventuele scheurvorming of vervormingen in de ondervloer te kunnen beoordelen.
Deskundige heeft consument ter plaatse geïnformeerd over de aard en de consequenties van destructief onderzoek. Daarbij is toegelicht dat het openen van de vloer onvermijdelijk tot beschadiging van de vloerafwerking leidt en dat herstel daarvan niet door deskundige wordt uitgevoerd. Tevens is toegelicht dat destructief onderzoek geen garantie biedt dat de exacte oorzaak van de scheurvorming kan worden vastgesteld, noch dat daarmee direct duidelijk wordt aan wie eventuele verantwoordelijkheid voor de ontstane schade moet worden toegerekend. Dit is immers aan de Geschillencommissie in haar bindend advies. Daarbij is aangegeven dat het mogelijk is dat na destructief onderzoek de vloer plaatselijk geopend en beschadigd is, terwijl de oorzaak van de scheurvorming alsnog niet eenduidig kan worden vastgesteld. Eveneens is het mogelijk dat de commissie in haar uiteindelijke uitspraak oordeelt dat ondernemer geen verwijt treft, waardoor herstel van de ontstane schade niet noodzakelijkerwijs door ondernemer zal worden uitgevoerd. Na deze toelichting heeft consument aangegeven af te zien van destructief onderzoek.
Op basis van het uitgevoerde visuele en niet-destructieve onderzoek stelt deskundige vast dat sprake is van scheurvorming in de gietvloer die zich beperkt tot een afgebakend deel van de woning. Gezien het rechtlijnige verloop van de scheuren en de opbouw van het vloersysteem ligt het technisch in de rede dat de oorzaak samenhangt met spanningen of vervormingen in de onderliggende vloeropbouw. Zonder destructief onderzoek kan de exacte oorzaak van de scheurvorming en een eventuele toerekenbaarheid daarvan niet eenduidig worden vastgesteld.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Hoewel er volgens de deskundige aanwijzingen zijn dat de scheurvorming samenhangt met spanningen of vervormingen in de onderliggende vloeropbouw, moet mét de deskundige worden vastgesteld dat zonder destructief onderzoek niet met voldoende zekerheid de oorzaak van de scheurvorming kan worden aangewezen.
De commissie is dan ook van oordeel dat alsnog zodanig destructief onderzoek door de deskundige dient te worden verricht. Ter zitting heeft de consument verklaard dat, indien de commissie dat noodzakelijk acht, zij daar alsnog mee akkoord gaat. In afwachting van de resultaten van dit nader onderzoek zal de commissie iedere verdere beslissing aanhouden.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie bepaalt dat alsnog een destructief onderzoek zal worden ingesteld naar de oorzaak van de scheurvorming in de gietvloer door de deskundige R. Rieborn.
De deskundige zal schriftelijk rapport aan de commissie uitbrengen. Het rapport zal in afschrift aan partijen worden gezonden. Partijen worden in de gelegenheid gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk hun op- en aanmerkingen aan de commissie kenbaar te maken.
Tenzij (één der) partijen uitdrukkelijk te kennen geven (geeft) een nadere mondelinge behandeling op prijs te stellen, zal de commissie vervolgens op basis van de stukken bindend adviseren.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 28 april 2026.