Naheffing na foutieve meterregistratie blijft in stand; klacht ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarrekening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1324016/1328239

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument ontving drie gecorrigeerde jaarafrekeningen nadat bleek dat haar elektriciteitsmeter gedurende zestien maanden foutief teruglevering registreerde terwijl zij geen zonnepanelen heeft, wat leidde tot een naheffing van € 796,33; hoewel de fout niet aan haar te wijten is, oordeelt de commissie dat de financiële gevolgen wel terecht zijn omdat de netbeheerder verplicht is het verbruik te reconstrueren en de leverancier de facturen moet corrigeren, waarbij het herleidde verbruik transparant en plausibel werd bevonden en eerdere jaarafrekeningen zelfs tot forse teruggaven hadden geleid, zodat de naheffing blijft staan en de consument het resterende bedrag via veertien maandtermijnen van € 53,10 moet voldoen.

De volledige uitspraak

Samenvatting
Consument heeft gecorrigeerde jaarafrekeningen (3) ontvangen, nadat gebleken was dat gedurende 16 maanden de meetregistratie niet klopte. Dit resulteerde in een naheffing van € 796,33. Consument heeft zowel leverancier/aanbieder als de netbeheerder Liander aangesproken op de gevolgen van de storing van de meter die ten onrechte teruglevering had gemeten, terwijl er geen sprake was van teruglevering, zodat haar verbruik hoger bleek te zijn geweest dan voor haar kenbaar was geweest. Zij voelt zich van het kastje naar de muur gestuurd en wenst herberekening.

Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen hebben sinds 2022 een overeenkomst tot levering van energie.
Gebleken is dat over de periode 13 maart 2024 tot en met 14 juli 2025 de elektriciteitsmeter niet goed werkte. In het bijzonder bleek dat teruglevering was geregistreerd terwijl er geen zonnepanelen zijn en er geen sprake is van teruglevering van energie.

Waar consument stelt dat de foutieve registratie niet haar schuld is, acht de commissie dit terecht. Waar consument evenwel stelt dat het gevolg daarvan, in het bijzonder het gecorrigeerde verbruik niet voor haar rekening dient te komen, acht de commissie dit niet terecht.

Indien bij het opnemen of verwerken van meetgegevens iets misgaat dient de netbeheerder te bepalen hoeveel elektriciteit is geleverd, en dient op grond van de leveringsovereenkomst, de leverancier/aanbieder een herberekening te maken en de uitkomst te verwerken door het corrigeren van de jaarafrekeningen en facturen die deze gebruiksperiode raken.

De commissie is niet gebleken dat het door de netbeheerder herleid verbruik op grond van verbruik gedurende 4 maanden na herstel van de meter niet transparant was of niet plausibel was, mede gezien het historisch meetbeeld voordat de meter niet goed functioneerde.

De commissie is voorts gebleken uit twee originele jaarafrekeningen die betrekking hadden op de foutperiode, dat consument (forse) bedragen heeft terugontvangen.

De laatste correctiefactuur die een gerelateerde naheffing inhoudt, acht de commissie niet onterecht en de commissie acht de klacht derhalve ongegrond, omdat ook ter zitting, consument heeft aangegeven de forse naheffing, niet in een keer te kunnen betalen, en leverancier/aanbieder heeft aangegeven een (nieuwe) betalingsregeling te willen treffen van 14 termijnen van € 53,10 ter betaling van het thans nog openstaande bedrag van € 743,30 gaat de commissie er vanuit dat leverancier/aanbieder deze betalingsregeling in zijn administratie doet verwerken en dat consument deze betalingsregeling nakomt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie
• bepaalt dat consument nog 14 maandelijkse termijnen van € 53,10 dient te betalen aan leverancier/aanbieder, welke betalingsregeling ingaat in de maand volgend op de datum van verzending van deze beslissing
• wijst het meer of anders verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld, de heer H.W. Zuur, leden, op 30 april 2026.

Opslaan als PDF