Notaris hoefde erfgenaam niet te informeren over levenstestament

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 893521/1308892

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een klacht van een zoon tegen een notaris die kort voor het overlijden van zijn vader een levenstestament heeft opgesteld. De zoon vond dat de notaris onzorgvuldig had gehandeld, omdat hij meende dat zijn jongste broer alles had geregeld zonder hem erbij te betrekken en zonder rekening te houden met de wensen van hun vader, die na een herseninfarct niet meer kon spreken. Ook vond hij dat de notaris hem had moeten informeren over het levenstestament. De notaris stelde dat hij rechtstreeks contact had met de ouders, dat het levenstestament zorgvuldig volgens de geldende regels was opgesteld en dat de wilsbekwaamheid van de vader was gecontroleerd, onder meer met hulp van een arts. Daarnaast gaf de notaris aan dat hij vanwege zijn geheimhoudingsplicht geen informatie aan de zoon mocht geven. De Geschillencommissie oordeelde dat niet is gebleken dat de notaris fouten heeft gemaakt of dat de jongste broer ongeoorloofd betrokken was bij het opstellen van het levenstestament. Ook vond de commissie dat de notaris terecht geen informatie aan de zoon had verstrekt. Daarom concludeerde de commissie dat de notaris heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en zorgvuldig handelende notaris mag worden verwacht. De klacht werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat geen schade door toedoen van de notaris was aangetoond, en het klachtengeld bleef voor rekening van de klager.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft vermeend onzorgvuldig handelen van de notaris bij het opstellen van het levenstestament van de vader van klager.

Standpunt van klager

Voor het standpunt van klager verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Een voormalig notaris van het kantoor, thans werkzaam als kandidaat-notaris bij het kantoor (hierna te noemen: de notaris) heeft van de jongste broer van klager – buiten klager om – de opdracht gekregen om een levenstestament te maken kort voor het overlijden van de vader van klager (hierna te noemen: de vader), die ten gevolge van een herseninfarct niet kon praten. De moeder van klager had totaal geen verstand van de kwestie en was dus geheel afhankelijk van de jongste broer van klager.

Klager is de oudste zoon en als één van de drie zonen erfgenaam. De middelste zoon is overleden.
De jongste broer regelde blijkbaar alles, zonder klager ergens in te betrekken en zonder rekening te houden met de wensen van de vader. De notaris heeft dat ook nagelaten. Klager heeft bij het kantoor herhaaldelijk verzocht om toelichting op de gang van zaken, echter zonder resultaat.

Klager wil erkenning dat de notaris niet zorgvuldig heeft gehandeld en dat hij klager op zijn minst had moeten informeren. Klager verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding toe te kennen voor de schade die hij door het handelen en/of nalaten van de notaris heeft geleden en hem hulp te bieden bij het oplossen van de huidige situatie.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De notaris is bij de ouders van klager betrokken geraakt door de levering van de woning. Deze was reeds verkocht en moest nog worden geleverd. De notaris is toen bij de ouders van klager geweest voor het tekenen van een volmacht. Hij heeft hen geadviseerd om voor toekomstige zaken/handelingen een levenstestament op te stellen. Het is een notaris niet toegestaan om een kind, zelfs al is het de oudste zoon, uit zichzelf hierover te informeren. Het levenstestament is met de nodige zorgvuldigheid opgesteld en getekend. De opdracht is dus niet door de jongste zoon verleend. Het levenstestament van de vader is door zijn overlijden helaas maar zeer kort van kracht geweest. Het testament van de vader is niet door het kantoor opgesteld en bij de afwikkeling van de nalatenschap heeft het kantoor geen betrokkenheid gehad.

Het kantoor ziet geen enkele aanleiding om een schade (als die er al is) aan klager te vergoeden.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt voorop dat de omvang van het geschil wordt begrensd door hetgeen klager in het vragenformulier als klacht heeft geuit. Hetgeen klager daarna ter zitting als nieuwe klachten nog naar voren heeft gebracht, maakt geen onderdeel uit van het geschil en zal de commissie daarom niet bespreken.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

In het vragenformulier heeft klager aangegeven dat hij de notaris verwijt dat hij het levenstestament van de vader niet zorgvuldig heeft opgesteld.
Het kantoor heeft toegelicht hoe het contact met de ouders van klager tot stand is gekomen en dat bij de aanvang van het contact de woning van de ouders van klager al was verkocht; de notaris heeft geen rol gespeeld bij de verkoop van de woning en heeft slechts de akte van levering gepasseerd.

Ter zitting is van de zijde van het kantoor voorts desgevraagd verklaard dat de notaris het levenstestament heeft opgesteld, met inachtneming van alle daarvoor geldende regels. Ook is het KNB-stappenplan voor de beoordeling wilsbekwaamheid van de vader gevolgd. Zo is hiervoor een arts geraadpleegd. De commissie heeft geen reden hieraan te twijfelen. Zij heeft voorts geen aanwijzingen dat de jongste broer van klager bij de totstandkoming van het levenstestament betrokken is geweest.

Klager beklaagt zich er verder over dat de notaris hem niet heeft geïnformeerd over het opgestelde levenstestament. Het kantoor heeft te dien aanzien terecht gesteld dat dit de notaris niet was toegestaan. De commissie is van oordeel dat de notaris op grond van aan zijn ambt verbonden geheimhoudingsplicht het verstrekken van informatie aan klager heeft mogen weigeren.

Op grond van het voorgaande komt de commissie tot de conclusie dat de notaris heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Dit betekent dat de klacht van klager ongegrond is en dat hem door hem verzochte moet worden afgewezen. Daarbij merkt de commissie met betrekking tot de verzochte schadevergoeding nog op dat van schade door toedoen van de notaris niet is gebleken.

Nu de klacht van klager ongegrond wordt verklaard, blijft het klachtengeld voor zijn rekening.

Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van klager ongegrond en wijst het door hem verzochte af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 14 oktober 2025.

de heer mr. N. Schaar

Opslaan als PDF