Commissie: Notariaat
Categorie: (On)Zorgvuldig handelen
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1234806/1313846
De uitspraak:
Waar gaat deze uitspraak over?
De zaak gaat over een geschil tussen cliënten en een notaris over de kosten van de vertaling van een leveringsakte, hypotheekakte en samenlevingscontract. De cliënten vonden dat de notaris hen onterecht had verplicht om de volledige akten door een beëdigd vertaler te laten vertalen, terwijl volgens hen een samenvatting voldoende was geweest. Hierdoor maakten zij vertaalkosten van € 2.166,67, die zij van de notaris terug wilden krijgen. De notaris stelde dat hij uit het eerste gesprek had opgemaakt dat de Spaanssprekende cliënte onvoldoende Nederlands sprak om de inhoud en gevolgen van de akten goed te begrijpen. Daarom achtte hij een volledige vertaling noodzakelijk om aan zijn informatieplicht te voldoen. De commissie oordeelt dat de notaris zorgvuldig heeft willen handelen, maar mogelijk te ver is gegaan door een volledige vertaling te eisen en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de taalvaardigheid van de cliënte. Toch is niet gebleken dat hij heeft gehandeld in strijd met wat van een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris mag worden verwacht. Daarbij weegt mee dat de cliënten, nadat duidelijk was geworden dat alle akten vertaald moesten worden, ervoor hebben gekozen om het traject bij deze notaris voort te zetten en niet naar een andere notaris zijn gegaan. Daarom verklaart de commissie de klacht ongegrond en wijst zij het verzoek om vergoeding van de vertaalkosten af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de kosten die de cliënten hebben moeten maken voor de vertaling van de akten die bij de notaris zijn gepasseerd.
Standpunt van de cliënten
Voor het standpunt van de cliënten verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De notaris heeft ten behoeve van de cliënten concepten opgesteld van een leveringsakte, een hypotheekakte en een samenlevingscontract. De cliënte is Spaanstalig. De notaris heeft in het eerste gesprek aangegeven dat er daarom een tolk bij het passeren van de akten aanwezig zou moeten zijn.
Later heeft hij de cliënten daarnaast verplicht de akten vóór het passeren te laten vertalen door een beëdigd vertaler. Naast dat dit zéér kostbaar en ongebruikelijk is, was het ook nog eens overbodig. De cliënte kon zich ook zonder de vertalingen perfect voorbereiden op het passeren van de akten. De notaris heeft te weinig onderzoek gepleegd naar de taalvaardigheid en het kennisniveau van de cliënte om te kunnen beoordelen of zij de akten zou kunnen begrijpen. Voorts heeft hij geen rekening gehouden met het taalniveau Spaans van de cliënt en de moderne, kwalitatief hoogstaande (online) hulpmiddelen zoals vertaalmachines en AI, waarop de cliënte zich zou kunnen beroepen bij vragen en onduidelijkheden.
Een medewerker van de notaris had bovendien in eerste instantie laten weten dat er korte samenvattingen zouden worden gemaakt van de conceptakten en dat deze samenvattingen dan vertaald zouden moeten worden. De cliënten zijn hiermee, onder enig protest, akkoord gegaan. Gelet op deze belofte kregen zij weer vertrouwen in de notaris en hebben zij besloten om geen andere notaris te zoeken. Vervolgens hebben zij de waarborgsom gestort. Echter, de medewerker belde de volgende dag met de mededeling dat na intern overleg tóch de gehele conceptakten moesten worden vertaald. Dat de belofte is gebroken, vinden de cliënten onfatsoenlijk en zeker niet integer. Voor hen is dat een duidelijk geval van dwaling.
Door de gang van zaken hebben de cliënten onnodige kosten gemaakt voor de vertaling, ten bedrage van € 2.166,67 (inclusief BTW). De cliënten verzoeken de commissie te bepalen dat de notaris dit bedrag aan hen moet vergoeden.
Standpunt van de notaris
Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De notaris heeft een bespreking met de cliënten gevoerd. Aan het einde van die bespreking heeft hij aan de orde gesteld dat als een partij het Nederlands niet of onvoldoende beheerst, een vertaling van de stukken nodig is. In de bespreking werd duidelijk dat de cliënte na uitleg van de notaris meerdere keren naar de cliënt keek. Deze vertaalde dan wat de notaris zei en de cliënte reageerde vervolgens in het Spaans op zijn verhaal. De cliënte heeft tijdens het gesprek geen enkele vraag aan de notaris gesteld, niet in het Nederlands maar ook niet in het Spaans of bijvoorbeeld het Engels. Hieruit werd de notaris duidelijk dat zij de Nederlandse taal in ieder geval niet voldoende machtig was om de besproken akten te begrijpen. Om die reden is toen besproken dat de notaris de stukken zou laten vertalen en dat er bij de ondertekening van alle akten ook een tolk aanwezig zou zijn, zodat de cliënte de notaris vragen kon stellen en hij ook met haar kon communiceren. De reactie hierop van de cliënt was: “Wat moet dat moet”. Later werd duidelijk dat de cliënt, vanwege het kostenaspect, graag wilde dat het kantoor van de notaris zou meedenken om te bezien of een “goedkopere” oplossing mogelijk was.
De notaris heeft extern advies ingewonnen om te kijken of dit mogelijk zou zijn zonder daarbij wet- en regelgeving te overtreden. De conclusie van de betreffende adviseur was om te bezien of delen uit de akten weg zouden kunnen worden gelaten. Naar aanleiding daarvan heeft er intern kantooroverleg plaatsgehad en is vervolgens kritisch naar de akten gekeken. Geconcludeerd is dat er eigenlijk niets “weg konden worden gelaten” en dat de akten (samenlevingsovereenkomst, levering en hypotheek) volledig vertaald moesten worden. Dat heeft de notaris de cliënt ook laten weten.
Deze had in een eerder contact al laten weten dat hij overwoog de opdracht in te trekken, dus toen, na de melding dat ondanks het bericht dat de vertalingen van de hele akten nodig waren, de opdracht niet alsnog werd ingetrokken, is de notaris ervan uitgegaan dat de cliënten begrip hadden voor zijn standpunt en het belang van een volledige vertaling onderschreven.
De kosten voor de vertaling zijn volgens de notaris niet onnodig gemaakt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.
De cliënten hebben zich tot de notaris gewend voor het opstellen van een leveringsakte, een hypotheekakte en een samenlevingscontract. Zij verwijten de notaris dat hij hen heeft verplicht om deze akten in zijn geheel te laten vertalen, alvorens deze konden passeren. Volgens hen heeft de notaris een aanvankelijke belofte dat kon worden volstaan met de vertaling van een samenvatting van de akten doorbroken. De notaris heeft daartegenover aangevoerd dat hij op basis van het verloop van het eerste gesprek met de cliënte de indruk had dat de cliënte de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om de inhoud van de te passeren akten en de rechtsgevolgen daarvan te kunnen begrijpen en dat hij daarom een vertaling van de akten noodzakelijk heeft geacht.
Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is komen vast te staan dat de notaris, gelet op de uit zijn ambt voortvloeiende informatieplicht, in deze zo zorgvuldig mogelijk heeft willen handelen. Echter, de commissie is van oordeel dat hij daarin wellicht is doorgeschoten door – hoewel niet wettelijk verplicht – een vertaling van de gehele akten te eisen. De commissie kan zich voorts niet aan de indruk onttrekken dat de notaris onvoldoende heeft gedaan om de taalvaardigheid en het kennisniveau van de cliënte vast te stellen. Immers, ter zitting heeft de notaris desgevraagd verklaard dat hij de cliënte tijdens het eerste gesprek zelf geen vragen heeft gesteld; van hem had in dit opzicht een meer proactieve houding mogen worden verwacht. Naar het oordeel van de commissie heeft de notaris te veel gevaren op de mededeling van de kandidaat-notaris dat de cliënte geen Nederlands sprak.
Hoewel de gang van zaken niet de schoonheidsprijs verdient, acht de commissie dit onvoldoende voor de conclusie dat de notaris niet heeft gehandeld zoals mag worden verwacht van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris. Daarbij neemt de commissie in aanmerking dat de cliënten na vragen van de voorzitter ter zitting hebben bevestigd dat zij, toen hen duidelijk werd dat de gehele akten moesten worden vertaald, toch hebben besloten om het proces bij de notaris voort te zetten en zich niet – hoewel daar nog voldoende tijd voor was – tot een andere notaris hebben gewend. Zij kunnen daarover dan ook achteraf dan ook in redelijkheid niet meer klagen.
Gelet op het voorgaande zal de commissie de klacht van de cliënten ongegrond verklaren en de door hen verzochte vergoeding van de kosten van de vertaling afwijzen.
Nu de klacht van de cliënten ongegrond wordt verklaard, blijft het klachtengeld voor hun rekening.
Hetgeen partijen voorts nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart de klacht van de cliënten ongegrond en wijst het door hen verzochte af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. N. Schaar, voorzitter, de heer mr. M. de Waal en de heer mr. P. Rijpstra, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. drs. I.M. van Trier, secretaris, op 18 november 2025.