Omkering bewijslast als gebrek zich voordoet binnen zes maanden na aankoop moet. Gebrek wordt geacht al bij aankoop aanwezig te zijn geweest.

  • Home >>
  • Tweewielers >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Tweewielers    Categorie: Bewijs    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: TWE08-0014

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 2 februari 2007 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een [type motor] van 1997, tegen de daarvoor door de consument te betalen prijs van € 4.150,–. De levering vond plaats op of omstreeks 12 februari 2007.   De consument heeft op 20 september 2007 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Het motorblok is zwaar beschadigd (naast beschadigingen aan de rest van de motor). De oorzaak is een naar buiten gedrukt borgveertje van de zuigerpen. Het veertje was te ver gebogen. De oorzaak is zeker geen gebrek aan smering. Door het vastlopen van de zuiger ben ik met de motor gevallen, waardoor meer schade is ontstaan.   Er is sprake van non-conformiteit bedoeld in artikel 7:17 BW.   Namens de consument is daar samengevat nog het volgende aan toegevoegd, blijkens de brief van 11 februari 2008 aan de ondernemer:   Duidelijk is dat sprake was van een gebrek aan de motor, door het borgveertje van de zuigerpen.   De consument verwijst naar het rapport van de ANWB, afdeling Tc / research & Development van 13 februari 2008.   De motor is total loss.   De motor is tijdens de garantieperiode meerdere malen teruggeweest bij de ondernemer.   De consument is eerst op 26 augustus 2007 bekend geworden met het gebrek.   De ondernemer is op 20 september 2007aangetekend bericht gezonden.   De ontvangst van deze brief is op 24 september 2007 ondertekend.   Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.   Ik ben na de aflevering van de motor nog bij de ondernemer geweest om te vragen of de motor was ingevoerd. De ondernemer heeft mij verzekerd dat de motor altijd in Nederland is geweest. De lage kilometerstand is de juiste kilometerstand; er is niet met de kilometerteller geknoeid, zei de ondernemer.   De consument verlangt een vergoeding van de ondernemer, welke (na aftrek van een bedrag voor de restantwaarde) door de ANWB is begroot op € 3.600,–.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Een duidelijke motivering ontbreekt in het door de consument gestelde. De vordering is daardoor te vaag en te summier. Naar onze mening is de consument niet ontvankelijk in haar verzoek. Zij had het verzoek, op grond van artikel 7:22 BW binnen twee maanden na het ontdekken van het vermeende gebrek moeten indienen.   Subsidiair verweert de ondernemer zich door – samengevat – te stellen.   Het beroep op non conformiteit van de consument kan niet slagen, omdat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd. Haar beroep op schadevergoeding als oplossing van het geschil kan niet bij non-conformiteit. Ook heeft de consument nagelaten de motor te laten keuren na de aflevering, zodat haar recht is vervallen. Van het gestelde gebrek staat niet vast dat dit aanwezig was bij de aflevering. Het is heel goed mogelijk dat zij zelf aan de motor heeft gesleuteld. De motor is inmiddels tien jaar oud, wij hebben uitdrukkelijk geadviseerd om elke zes maanden onderhoud te plegen aan de motor.   Wij verzoeken de commissie de consument te verplichten een bedrag van € 1.000, — te betalen voor de door ons gemaakte proceskosten.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   Uit de brief van [naam verzekeringsmaatschappij] aan de consument blijkt, dat in februari 2007 de voetpakking van de achterste cilinder is vervangen. Aangezien de voorste cilinder het vastlopen van de motor heeft veroorzaakt, is deze schade niet door de ondernemer veroorzaakt. Er bestaat, volgens [naam verzekeringsmaatschappij], geen causaal verband tussen de door de ondernemer verrichte reparatie in 2007 en het vastlopen van de motor. Om dezelfde reden wordt de schade aan de motor niet door [naam verzekeringsmaatschappij] vergoed.   Naar het oordeel van de commissie is – gelet op de koopprijs en de relatief zeer lage kilometerstand, waarbij er bovendien van kan worden uitgegaan dat de teller het juiste aantal gereden kilometers vermeldt – sprake van een, qua gebruik, relatief jonge motor.   De oorzaak van de schade aan de motor is bekend geworden op of omstreeks 26 augustus 2007, terwijl uit de stukken blijkt, dat namens de consument op 20 september 2007 aangetekend aan de ondernemer is bericht over de ontstane schade. De melding aan de ondernemer is mitsdien binnen de wettelijke termijn gedaan. Nu nadien nog ruim voldoende tussen partijen is gecorrespondeerd over de schade en de afwikkeling daarvan, is de ondernemer niet alleen tijdig en behoorlijk op de hoogte gesteld, doch moet het er bovendien voor worden gehouden dat de ondernemer voldoende bekend is met de inhoud van de klacht.   De schade blijkt, naar het oordeel van de commissie, voldoende uit het deskundigenrapport van de ANWB, welk rapport bovendien zodanig is onderbouwd met gegevens dat oorzaak en gevolg voldoende duidelijk zijn en waarmede bovendien het gestelde gebrek aan onderhoud voldoende wordt weerlegd. Beide verweren van de ondernemer, inhoudende dat het verzoek onvoldoende is gemotiveerd en het verwijt dat de consument niet tijdig heeft kennis gegeven van de klacht, missen mitsdien feitelijk grondslag en dienen als onjuist, te worden verworpen.   Op grond van artikel 7:21 BW kan de consument – naast aflevering van het ontbrekende zaak herstel verlangen, mits de ondernemer daaraan redelijkerwijs kan voldoen. In het onderhavige geval heeft de deskundige van de ANWB vastgesteld dat reparatie niet mogelijk is, zodat de vraag of de ondernemer redelijkerwijs daaraan zou kunnen voldoen, reeds aanstonds negatief dient te worden beantwoord. Kennelijk om die reden heeft de consument gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheid door van de ondernemer teruggave van de koopprijs te verlangen. De consument heeft daarbij, naar het oordeel van de commissie, voldoende bescheidenheid betoond door niet het volledige bedrag te vragen, doch slechts te verzoeken een bedrag van € 3.600,– te vergoeden, daarbij rekening houdende met een vergoeding voor gebruik en genot van de motor en de waarde van de restanten. Dat de consument dit benoemt als schadevergoeding doet aan de feiten, zoals hiervoor overwogen, niet af.   Aan het verweer van de ondernemer, inhoudende dat niet vaststaat dat het gebrek bij de aflevering van de motor aanwezig was, komt de commissie niet toe en wel omdat de aflevering van de motor plaats vond op 12 februari 2007, terwijl de schade aan de motor is ontstaan op of omstreeks 26 juli 2007, zijnde binnen zes maanden na de aflevering.   Ter voldoening aan de Europese richtlijn betreffende de bescherming van de consument bij de koop van goederen, is – bij de wet van 6 maart 2003 – artikel 18 van het zevende boek gewijzigd. Het tweede artikellid bepaalt sedert dien dat bij de consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij de aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden heeft geopenbaard. Uiteraard is het voor de ondernemer in een dergelijk geval mogelijk om aan te tonen of aannemelijk te maken dat het euvel, waar de consument zich op beroept, aan haar zelf moet worden verweten.   In het onderhavige geval is de ondernemer daarin niet geslaagd, nu de ondernemer niet verder is gekomen dan de opmerking dat het heel goed mogelijk is dat de consument zelf aan de motor heeft gesleuteld.   Op grond van het voorgaande is de consument ontvankelijk in haar klacht en is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   1. De consument wordt ontvankelijk verklaard in het verzoek. 2. De ondernemer betaalt, binnen een maand na de verzending van dit bindend advies aan de consument een vergoeding van € 3.600,–. 3. Indien de betaling van genoemd bedrag niet (tijdig) plaats vindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over het bedrag.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 75,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 330,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Tweewielers, op 2 april 2009.