Ondernemer aansprakelijk voor ernstige gebreken aan badkamervloer

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: Schade    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1025257/1151119

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die een nieuwe gietvloer met holplint in de badkamer liet aanbrengen nadat er lekkageproblemen waren ontstaan. Na de werkzaamheden bleken de problemen niet opgelost. De vloer vertoonde blazen, gaten, een slechte afwerking en onvoldoende afschot, waardoor water op de vloer bleef staan. Uit onderzoek van de deskundige bleek dat de vloer ernstige gebreken heeft en niet voldoet aan de kwaliteit die de consument mocht verwachten. Ook zijn door de ondernemer gaten in de vloer geboord, waardoor de vloer niet langer waterdicht is. De commissie neemt de conclusies van de deskundige over en oordeelt dat de ondernemer verantwoordelijk is voor de gebreken. Omdat de consument voldoende gelegenheid heeft gegeven voor herstel en geen vertrouwen meer heeft in de ondernemer, hoeft zij hem niet opnieuw toe te laten voor herstelwerk. De ondernemer moet daarom de herstelkosten van € 2.100,- aan de consument vergoeden. Daarnaast moet hij het klachtengeld van € 102,50 terugbetalen.

De volledige uitspraak?

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 22 januari 2024 tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht het leveren en aanbrengen van een holplint en een kunstharsgebonden gietvloer in de badkamer van de woning van de consument op de bestaande betonnen gietvloer tegen een prijs van € 907,50 inclusief btw. De bestaande betonnen gietvloer is in 2018 door de ondernemer gerealiseerd. In 2023 is er lekkage in de badkamer geweest waarvan onduidelijk was waar die vandaan kwam.

De ondernemer heeft de gietvloer aangebracht. Dit leidde volgens de consument tot nog grotere lekkages. Die heeft de consument voor eigen rekening laten herstellen door een derde. De ondernemer heeft meerdere gaten in de vloer geboord. Verder herstel heeft niet plaatsgevonden.

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Eind 2023 had de consument lekkage in de badkamer, waarbij niet helemaal duidelijk was waar het vandaan kwam. Vijf jaar eerder had de ondernemer de betonnen gietvloer gestort. De consument vroeg de ondernemer of het eventueel mogelijk was om tegels te plaatsen over de gietvloer. De ondernemer had een betere oplossing en bood aan om de gietvloer opnieuw leggen voor € 850,- exclusief btw. De consument heeft de ondernemer gevraagd of de bobbels die in de gietvloer zaten, niet ook in de nieuwe gingen zitten. De nieuw gestorte vloer is een groot drama geworden: de werknemers die hem hebben gestort, hebben dat niet alleen heel rommelig gedaan, ook hebben ze de drain niet op de juiste manier behandeld. Het resultaat: een nog grotere lekkage, die ook onder de huiskamervloer doorliep. De consument heeft de drain zelf laten maken (ander bedrijf ingeschakeld), maar vindt dat de ondernemer de vloer moest restaureren. De ondernemer wilde dat wel, maar had telkens andere excuses om niet te komen opdagen. Uiteindelijk is de ondernemer gekomen en toen heeft hij zelf geconstateerd dat de vloer vol water zat. De ondernemer heeft toen gaten in de vloer geboord, zodat de vloer kon drogen. Daarna zou De ondernemer snel terugkomen. De ondernemer heeft de consument gemeld dat het hem niet lukt. De ondernemer zou ‘zijn verzekering’ laten bellen. De consument heeft geen vertrouwen meer in de aannemer. De consument ervaart de volgende klachten in de badkamervloer:
1. De vloerafwerking in de badkamer zit vol met gaten aangebracht door de ondernemer waardoor normaal gebruik van de douche vrijwel onmogelijk is;
2. Het oppervlak van de vloerafwerking vertoont blazen;
3. De aangebrachte gietvloer met holplint is esthetisch gezien matig,
4. Het afschot in de ondervloer is onvoldoende/onjuist aangebracht waardoor er een plas water blijft staan.

Ter zitting heeft de consument desgevraagd bevestigd dat zij geen vertrouwen meer heeft in de ondernemer en dat zij de vloer wil laten herstellen door een derde.

Standpunt van de ondernemer

De ondernemer heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt aan de commissie kenbaar te maken.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

De consument was aanwezig bij het onderzoek.

De deskundige heeft in de badkamer een uni-kleur (paars) vloerafwerking aangetroffen, van circa 4 m2. Het betreft de gehele badkamervloer.

Voor dit type vloerafwerking is een onafhankelijke richtlijn beschikbaar “Specificatie en beoordeling van kunsthars gebonden gietvloeren op esthetische aspecten” (de richtlijn). Hoewel deze richtlijn niet specifiek tussen partijen is overeengekomen is deze door de deskundige wel te hanteren als een beschrijving van goed en deugdelijk werk. Voor dit type woning, een appartement, is een klasse B vloer normaal te doen gebruikelijk. Klasse B betreft een gietvloer met hoge esthetische eisen voor woningbouw. Met dit referentiekader heeft de deskundige de door de consument geuite klachten over de gietvloer in de badkamer beoordeeld.

Blaasvorming/osmose
De blaasvorming (osmose) zichtbaar aanwezig in de vloerafwerking duidt op een ondervloer (cementgebonden dekvloer) die te nat is. Duidelijk is dat de eerder aangebrachte gietvloer ook al blaasvorming vertoonde en dat de consument juist de ondernemer heeft gevraagd dit bij de nieuwe gietvloer te verhelpen. Dit is niet gelukt omdat ondernemer over de bestaande giet vloer met blazen een nieuwe gietvloer heeft aangebracht, de cementgebonden ondervloer heeft dus niet eerst kunnen drogen en was gewoon te nat.

Afwerking plinten
De afwerking van de plinten is esthetisch en technisch onvoldoende. Ook het oppervlak van de gietvloer vertoont een verschil in textuur (sinaasappelhuid). Hoewel de richtlijn niets over een in het werk geformeerde holplint vermeldt, staat in paragraaf 5.5.3 van de richtlijn over de oppervlaktetextuur vermeld dat dit niet is toegestaan bij klasse B.

Afschot
Het in de ondervloer gerealiseerde afschot is onvoldoende, er is een plas water midden op de douchevloer zichtbaar. Dit betreft niet direct een gebrek aan de gietvloer maar aan de ondervloer, de cementgebonden dekvloer. Maar ook deze ondervloer is door ondernemer in 2018 gemaakt en heeft blijkbaar onvoldoende afschot.

Gaten
Doordat de ondernemer gaten in de vloer van de badkamer heeft geboord is deze niet meer vloeistofdicht waardoor vocht in de ondervloer kan komen. De consument heeft juist dit type vloerafwerking in de badkamer/douchehoek gekozen omdat het een vloeistofdichte vloerafwerking betreft. Omdat de ondernemer meerdere gaten in het vloeroppervlak heeft geboord is er sindsdien (op het moment van de inspectie haast 10 maanden) geen sprake van een vloeistofdichte vloer.

De deskundige heeft de gebreken als ernstig beoordeeld en heeft als oplossing voorgesteld:
– de huidige twee lagen gietvloer (één uit 2018 en één uit 2024) in z’n geheel verwijderen tot op de cementgebonden dekvloer;
– Afschot en holplint herstellen met reparatiemortel;
-gietvloer opnieuw aanbrengen;

De herstelkosten worden door de deskundige begroot op € 2.100,- inclusief btw.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het gevorderde komt de commissie noch onrechtmatig noch ongegrond voor, en leent zich dan ook voor toewijzing zoals hierna vermeld. Daarbij geeft de commissie nog de volgende toelichting.

De bevindingen en conclusies van de deskundige maakt de commissie tot de hare. De consument heeft ter zitting haar bedenkingen geuit tegen de door de deskundige begrote herstelkosten. Zij vraagt zich af welke aannemer bereid is om tegen dit bedrag de badkamervloer te herstellen. De commissie gaat hieraan voorbij, omdat bij de begroting van de herstelkosten de deskundige heeft vermeld dat hij rekening heeft gehouden met de hoge prijs per m2, veroorzaakt door een relatief klein vloeroppervlak waarbij de opstart- en arbeidskosten (meerdere werkdagen door droogtijd) zwaar zullen wegen. Bovendien heeft de consument geen stukken overgelegd, zoals offertes, waarmee zij twijfel heeft gezaaid over de begrote herstelkosten. De ondernemer heeft bij de commissie geen bedenkingen geuit tegen het deskundigenrapport.

Op basis van het deskundigenrapport is de commissie van oordeel dat sprake is van ernstige gebreken in de vloer die de ondernemer heeft opgeleverd. Op grond van artikel 7:759 lid 1 Burgerlijk Wetboek is de ondernemer voor de gebreken aansprakelijk. De commissie is verder van oordeel dat van de consument niet meer kan worden gevergd om de ondernemer toe te laten om het herstel te laten uitvoeren, voor zover deze daartoe nog bereid zou zijn. De consument heeft de ondernemer hiertoe in de gelegenheid gesteld, maar het herstel – voor zover daarvan al zou kunnen worden gesproken – is ondeugdelijk geweest. De commissie kan de consument volgen in haar stelling dat zij geen vertrouwen meer heeft in de ondernemer. De ondernemer moet daarom de herstelkosten aan de consument vergoeden.

De commissie vindt de begrote herstelkosten van € 2.100,- inclusief btw aannemelijk. Dit bedrag is toewijsbaar en de ondernemer moet dat betalen aan de consument.

Artikel 22 van het reglement van deze commissie staat in de weg aan het toewijzen van ter zake de behandeling van het geschil gemaakte kosten. Die kosten komen voor eigen rekening. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die hier nopen tot een andere beslissing.

Nu terecht is geklaagd is de ondernemer op basis van het reglement gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen en om de bijdrage in de behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie. Die bijdrage wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de ondernemer aan de consument een bedrag van € 2.100,- moet betalen.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
De commissie wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. M. Cune, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 7 november 2025.

 

 

Opslaan als PDF