Ondernemer mag na invoering van het continurooster niet meer uren opvang in rekening brengen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Contract    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2017-106270

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Bij aanvang heeft de ouder gebruik gemaakt van een actiepakket voor 125 uur opvang tegen een bepaald tarief, inclusief kosteloos gebruik van de voorschoolse opvang. Nadat een school het continurooster invoerde, rekende de ondernemer meer contracturen. De commissie beslist dat de ondernemer zich aan het geboden pakket moet houden.

Het geschil betreft in hoofdzaak de vraag of de ondernemer na de invoering van een continurooster op de school van het opgevangen kind gerechtigd was om meer contracturen in rekening te brengen dan overeengekomen bij aanvang van de kinderopvang.

De consument heeft op 30 augustus 2016 de klacht schriftelijk voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.

De consument maakt sinds 15 januari 2016 gebruik van de kinderopvang van de ondernemer.
Bij aanvang van de opvang heeft de consument gekozen voor een actiepakket inhoudende dat bij afname van tenminste vier dagen kinderopvang, kosteloos gebruik gemaakt kan worden gemaakt van de voorschoolse opvang, in totaal voor een bedrag van € 800,– per maand. Voor dit bedrag werd maandelijks 125 uur berekend zoals ook is opgenomen in de overeenkomst. Na invoering van het continurooster heeft de ondernemer ten onrechte 10 uur extra berekend voor de uren die ondernemer zegt extra te hebben moeten maken. In de overeenkomst en in de algemene voorwaarden wordt alleen gesproken over ‘einde schooltijd’ en dit is niet gespecificeerd. De consument verlangt dat de ten onrechte in rekening gebrachte 10 uur per maand worden gecrediteerd.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak –  het volgende verklaard.

De consument geeft aan dat meer ouders gebruik maken van het actiepakket dat overigens nog steeds op de website van de ondernemer staat. Voorts geeft de consument aan dat het eerste contract is overeengekomen met de ondernemer en niet het tweede contract. De teveel betaalde uren belopen een bedrag van € 64,– dat de consument gestorneerd heeft.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer geeft aan dat de consument op 29 augustus 2016 heeft doorgegeven dat de schooltijden vanwege het continurooster van haar dochter zouden wijzigen waardoor hij een nieuw contract heeft opgesteld. In het oude contract was uitgegaan van een starttijd van 15.15 uur. Met 5 dagen opvang komt dit gemiddeld op 125 uur per maand. In de praktijk heeft de ondernemer het kind al vanaf het begin, vanaf 15 januari 2016, steeds om 15.00 uur opgehaald. Daarnaast speelt extra opvang voor studiedagen, gemiddeld zo’n 10 dagen. In totaal heeft de consument feitelijk gezien 151,5 uur opvang genoten terwijl sprake is van een contract van 125 uur per maand.
Op basis van het nieuwe contract per 29 augustus 2016 wordt het kind om 14.30 uur opgehaald om welke reden 10 uur per maand extra bij de consument in rekening is gebracht.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie volgt het standpunt van de consument. De overeenkomst tot kinderopvang tussen consument en ondernemer is van meet af aan uitgevoerd op basis van 125 uur per maand voor een bedrag van € 800,–. Daarbij behoort de voorschoolse opvang die op basis van het actiepakket kosteloos is aangeboden. De uren die de ondernemer in zijn opgave van geboden opvanguren terzake deze voorschoolse opvang opvoert (32,5) dienen dan ook op het door hem berekende totaal aantal uren (151,5) in mindering te worden gebracht. Dan resteren, ook voor de nieuwe situatie en ook naar de eigen stellingen van de ondernemer, minder dan 125 geleverde opvanguren. Nu derhalve de feitelijke grondslag ontbreekt om de overeenkomst te wijzigen en dus meer in rekening te brengen dan voor de invoering van het continurooster is overeengekomen, dient naar het oordeel van de  commissie de klacht van de consument gegrond te worden verklaard. 

De commissie beslist derhalve als volgt.

Beslissing

De klacht is gegrond en het door de consument verlangde wordt toegewezen.

Het bedrag dat consument aan de ondernemer verschuldigd is terzake opvang beloopt ook na de invoering van het continurooster € 800,–. Voor zover meer gedeclareerd is dient de ondernemer het meerdere  te crediteren op de maandfactu(u)r(en) van de consument.

Voorts dient de ondernemer conform het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang en Peuterspeelzalen op 18 november 2016.