Ondernemer moet deel van meerwerk terugbetalen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Meer- en minderwerk    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1316393/1321743

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument gaf opdracht voor een reparatie waarvoor volgens hem vooraf een richtprijs van € 7.500,- was afgesproken. Uiteindelijk bedroeg de factuur € 9.380,-. De commissie oordeelde dat de ondernemer onvoldoende heeft aangetoond dat de verhoging van de kosten tijdig met de consument is besproken, terwijl de BOVAG-voorwaarden voorschrijven dat een overschrijding van meer dan 10% moet worden gemeld. Daarom mocht de ondernemer maximaal € 8.250,- in rekening brengen. Het teveel betaalde bedrag van € 1.130,- moet aan de consument worden terugbetaald.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vergoeding van meerwerk.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Er is voorafgaande aan de opdracht een prijsafspraak gemaakt voor de reparatie van € 7.500,- De reparatie duurde ruim zes maanden zonder duidelijke communicatie. Het meerwerk werd pas vermeld op het moment dat de reparatie zonder dat meerwerk niet kon worden afgerond. De consument heeft daardoor noodgedwongen moeten instemmen met extra werk. De factuur bedroeg uiteindelijk € 9.380, miste een duidelijke specificatie en het totaalbedrag is onverklaarbaar hoog. De consument heeft de betaling onder protest verricht. Volgens de richtlijnen van Volkswagen dient een DSG-automaat iedere 60.000 tot 80.000 kilometer te worden gespoeld. Ondanks dat de auto structureel bij de ondernemer in onderhoud is geweest, is de consument hier nooit over geïnformeerd.

De consument stelt voor om het totaalbedrag vast te stellen op € 5.000,- inclusief btw, tegen finale kwijting van wederzijdse verplichtingen.

Standpunt van de ondernemer

Uit de stukken en de verklaring van de consument leidt de commissie af dat de ondernemer van oordeel is dat hij de volledige kosten van de reparatie kan berekenen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Tussen partijen is niet in geschil dat de consumentopdracht heeft gegeven voor de reparatiewerkzaamheden en dat deze werkzaamheden zijn uitgevoerd. De consument is gebonden aan deze afspraak en dient deze werkzaamheden daarom te vergoeden. Het enkele feit dat de reparatie (veel) langer geduurd heeft dan verwacht of dat de ondernemer de automaat bij onderhoud mogelijk niet heeft gespoeld, is geen reden om daar anders over te oordelen.

De ondernemer heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat er door hem voorafgaand aan de werkzaamheden een prijsopgave van € 7.500 is gedaan. Ingevolge art. 4 lid 5 van BOVAG-voorwaarden dient de ondernemer een kostenstijging met de consument bespreken als de richtprijs meer dan 10% duurder wordt. De consument heeft ter zitting gesteld dat dit niet is gebeurd. De ondernemer heeft dat niet weersproken. De ondernemer kan daardoor niet meer dan een bedrag van € 8.250 in rekening brengen en dient het meerdere dat is betaald aan de consument terug te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen 14 dagen na kennisgeving van deze uitspraak een bedrag van € 1.130 te betalen aan de consument.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en de heer D. van der Wal, leden, op 17 maart 2026.

Opslaan als PDF