Ondernemer moet deel van reparatiekosten vergoeden

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (On)zorgvuldigheid / Schadevergoeding    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1315988/1328193

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument had jarenlang terugkerende problemen met de remmen van haar auto. Uiteindelijk bleek dat de wielnaven defect waren, terwijl de ondernemer eerder andere oorzaken had aangewezen en onderdelen had vervangen. De commissie oordeelde dat de ondernemer de werkelijke oorzaak van de problemen te laat heeft ontdekt, waardoor de consument langer met gebrekkige remmen heeft gereden en mogelijk onnodige kosten heeft gemaakt. Daarom moet de ondernemer € 250,- aan de consument vergoeden. De klacht is gedeeltelijk gegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 22 oktober 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen een door de consument te betalen prijs van € 699,80.

De overeenkomst is op 22 oktober 2025 uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 22 oktober 2025 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Na herhaalde problemen met de remmen van haar auto bleek dat de wielnaven defect waren. De ondernemer had dit bij eerdere reparaties niet ontdekt, waardoor remschijven en remtangen kromtrokken en vastliepen. De ondernemer dacht aanvankelijk dat de monteur de remschijven verkeerd had gemonteerd, maar dat bleek niet de oorzaak.

De consument verlangt dat de ondernemer alle onkosten, materiaal en uurloon, aan haar terugbetaalt.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

Het motto van de ondernemer is ‘leven zonder autozorgen’. Het remsysteem vóór gaf problemen. De ondernemer liet veel stagiaires werken zonder goede begeleiding. Zij was al 15 jaar klant. In juli 2022 zijn de voorste remschijven vervangen. Het was een terugkerend probleem waardoor de remmen vastliepen en het stuur ging trillen. In oktober 2025 bleek dat de wielnaven niet in orde waren. De wiellager set is in 2024 en 2025 vervangen. Sinds het vervangen van de remnaaf rijdt de auto zuiniger. De ondernemer had het gebrek eerder moeten onderkennen. De eerste keer was sprake van vuil, toen was het een fabrieksfout, daarna een montagefout en uiteindelijk bleek het om de wielnaven te gaan. De ondernemer heeft niet steeds alle remschijven in rekening gebracht. Ze reed drie jaar met slechte remmen. De wiellagers zijn onnodig vervangen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer begrijpt niet wat de factuur van 17 mei 2024 met deze kwestie te maken heeft. Die factuur betreft een onderhoudsbeurt, het vervangen van een wiellager linksvoor, een uitlaatpijp en het reinigen van de achterremmen.

De remschijven waren krom geraakt. We dachten dat ze verkeerd gemonteerd waren, maar dat bleek niet het geval. Het probleem kwam van de wielnaven. De defecte remtangen waren al langer defect. In 2022 is een remklauw vervangen en in 2025 de andere. De remmen waren heet geworden en vast gaan zitten.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument klaagt in dit geschil over het herhaald optreden van remproblemen, die pas later door de ondernemer werden opgelost.

De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt om te antwoorden op eventuele bij de commissie levende vragen en op hetgeen de consument bij die gelegenheid aanvoert.

De commissie volgt deels het standpunt van de consument.

De commissie is van oordeel dat remmen en toebehoren aan slijtage onderhevige onderdelen zijn, die periodiek moeten worden onderhouden en zo nodig moeten worden vervangen. Kortom, als sprake is van gewone slijtage dient herstel in beginsel volledig ten laste en voor rekening van de consument te komen.

In dit geschil heeft de ondernemer onvoldoende weersproken dat sprake is geweest van een aanvankelijk onjuiste diagnose c.q. veronderstelling van de ondernemer, waardoor de consument langer dan wenselijk met niet optimaal werkende remmen heeft moeten rijden en sprake is geweest van voortijdige slijtage van remonderdelen.

Uit de stukken blijkt dat binnen korte tijd sprake is geweest van het tot tweemaal toe vervangen van wiellagers. De consument wijdt dit aan het niet tijdig onderkennen door de ondernemer van de oorzaak van de remproblemen, hetgeen door de ondernemer niet is tegengesproken en derhalve is vast komen te staan.

Op grond hiervan zal de commissie de factuur van 22 oktober 2025 verminderen met een naar billijkheid te begroten bedrag van € 250,- en de ondernemer veroordelen tot vergoeding van dat bedrag aan de consument.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer betaalt een bedrag van € 250,- aan de consument. Betaling dient plaats te vinden binnen vier weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 102,50 aan haar te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht,

Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. A. van Aldijk en R. Vlasveld, leden, op 19 mei 2026.

Opslaan als PDF