Ondernemer moet hagelschade aan verkochte auto kosteloos herstellen

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schade    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1317066/1338523

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft hagelschade op het dank van een [auto].

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 11 oktober 2025 kocht de consument een [auto] uit 2017 bij de ondernemer voor €10.959,50. Het voertuig had toen 102.944 kilometer gepresteerd. Na aankoop constateerde de consument deukjes in het dak en de motorkap veroorzaakt door hagel. De consument is van mening dat dit een verborgen schade is die niet gemeld is door de ondernemer en niet redelijkerwijs waarneembaar was. De hagelschade op het dak is niet direct zichtbaar bij normaal daglicht en was de consument bij aankoop niet opgevallen.

Ter zitting heeft de consument nog meegedeeld dat het op de dag van aankoop bewolkt was en dat het daardoor niet mogelijk was de schade aan het dak waar te nemen. De consument heeft de ondernemer direct gebeld toen de schade een dag later werd geconstateerd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Voorafgaand aan de aankoop is het voertuig volledig gereinigd en gewassen. Vervolgens heeft het voertuig buiten in het daglicht gereedgestaan voor bezichtiging en proefrit. De consument heeft daarbij voldoende gelegenheid gehad om het voertuig te inspecteren en eventuele zichtbare gebreken vast te stellen.
Van een koper mag bovendien worden verwacht dat hij het voertuig voorafgaand aan de aankoop zorgvuldig beoordeelt voor zover het zichtbare kenmerken en gebreken betreft. Tijdens de bezichtiging, proefrit en bij de totstandkoming van de koop heeft de consument geen melding gemaakt van eventuele hagelschade of andere carrosserieschade. Hagelschade betreft een uiterlijk kenmerk dat bij een normale inspectie van een voertuig waarneembaar is, zeker als deze schoon is en in het buitenlicht klaar
staat. Nu het voertuig vóór aankoop onder goede omstandigheden is beoordeeld en hierover destijds geen opmerkingen zijn gemaakt, is er geen aanleiding om over te gaan tot enige vorm van compensatie

Deskundige

Voor de bevindingen van de deskundige verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het oordeel van de deskundige op het volgende neer.

Tijdens het onderzoek stond de auto in het zonlicht. Op de dakplaat is hagelschade duidelijk zichtbaar. Ook zijn op de dakplaat diverse polijst-/schuurplekken zichtbaar. Aan de motorkap is nauwelijks hagelschade zichtbaar. De hagelschade is zodanig dat deze niet op foto’s kan worden vastgelegd. Herstel is mogelijk met behulp van uitdeuken zonder spuiten (UZS) en polijsten van de dakplaat. De herstelkosten schat de deskundige in op circa € 1.200,-.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Op grond van artikel 7:17 lid 2 BW mag een koper verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Een gebrek levert geen non-conformiteit op als de koper op het moment van het sluiten van de koopovereenkomst hiermee bekend was dan wel redelijkerwijs bekend had kunnen zijn.

Wat de koper op basis van de overeenkomst had kunnen of moeten verwachten, wordt bepaald aan de hand van wat partijen over en weer hebben afgesproken, de mededelingsplicht van de verkoper en de onderzoeksplicht van de koper. Voldoet de koper niet aan die onderzoeksplicht, dan komt hem geen beroep toe op non-conformiteit.

De kernvraag in deze zaak is of de koper voorafgaande aan de aankoop had moeten onderzoeken of er sprake was van (hagel)schade op het dak. De consument heeft onweersproken gesteld dat het die dag bewolkt was. De commissie sluit niet uit dat de schade op een bewolkte dag niet of minder goed waarneembaar was. Toen de deskundige onderzoek deed, stond de auto in het zonlicht. De stelling van de consument dat hij de schade niet heeft waargenomen, acht de commissie daarom aannemelijk, zeker nu de consument direct nadat hij de volgende dag de schade heeft geconstateerd, de ondernemer hierover heeft gebeld. Het is daarentegen wel aannemelijk dat de ondernemer zelf op de hoogte was van de hagelschade. De ondernemer heeft immers verklaard dat het voertuig voorafgaand aan de aankoop volledig is gereinigd en gewassen en de schade goed waarneembaar was. In de gegeven omstandigheden lag het op de weg van de ondernemer om de consument er bij aankoop op te wijzen dat op het dak van de auto sprake was van hagelschade. Door het achterhouden van deze informatie heeft de consument bij aankoop gedwaald en dient de ondernemer het daardoor ondervonden nadeel op te heffen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient de hagelschade door middel van uitdeuken zonder spuiten (UZS) en polijsten van de dakplaat kosteloos te (doen) verhelpen. Deze verplichting vervalt als de consument niet uiterlijk 1 november de ondernemer schriftelijk (dat kan per e-mail) heeft verzocht om deze werkzaamheden uit te voeren. Als de ondernemer niet binnen zes weken na een verzoek van de consument heeft zorggedragen voor herstel, dient de ondernemer aan de consument een bedrag van € 1.200,- te vergoeden, zodat de consument de werkzaamheden eventueel elders kan laten uitvoeren.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€ 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer C.J. Bosboom en mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 23 september 2026.

 

 

Opslaan als PDF