Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1260909/1326342
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De airco van een gebruikte Peugeot begaf het binnen zes maanden na aankoop. De consument liet de reparatie onder protest uitvoeren nadat de ondernemer had geweigerd deze kosteloos te verhelpen. De commissie oordeelde dat een defecte airco binnen zo’n korte periode na levering een gebrek oplevert dat de consument niet hoefde te verwachten en dus sprake was van non-conformiteit. Daarom moet de ondernemer de reparatiekosten van € 773,63 vergoeden. De extra gevraagde vergoeding voor waardeverlies van de auto werd afgewezen, omdat de auto inmiddels was verkocht en verder technisch onderzoek niet meer mogelijk was.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 5 januari 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Peugeot, 208 Allure, tegen een door de consument te betalen prijs van € 7.650, -.
De overeenkomst is op 7 januari 2025 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 19 juni 2025 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Binnen zes maanden na de aflevering trad een defect aan de airco op. De consument bracht de auto voor een diagnose naar de ondernemer, die constateerde dat de aircocompressor defect was. De ondernemer weigerde tot kosteloos herstel over te gaan en gaf aan dat dit euvel niet onder de garantie viel. Dit is door de consument mondeling en schriftelijk betwist. Op grond van de BOVAG-garantie en artikel 7:18a lid 2 BW wordt het gebrek vermoed al tijdens de aflevering aanwezig te zijn, tenzij door de ondernemer het tegendeel wordt bewezen.
Uiteindelijk gaf de consument onder protest opdracht aan de ondernemer tot het verrichten van de reparatie. De kosten bedroegen € 773,63.
De auto is van bouwjaar 2016; de kilometerstand bedroeg ten tijde van het ontstaan van het gebrek 97.000 km. Na de aankoop was ongeveer 5.000 km met de auto gereden.
Het defecte aircosysteem heeft geleid tot vervolgschade. Een volledige revisie van het systeem bleek noodzakelijk, waarbij ook de multi riem en de verdamper moeten worden vervangen. De kosten daarvan werden begroot op € 2.000, -. Als gevolg hiervan werd de auto direct onbruikbaar voor de consument, die zich gedwongen zag de auto om te ruilen en zijn verlies te nemen. Een beslissing uit overmacht genomen. Mede veroorzaakt door het standpunt van de ondernemer.
Dit heeft tot gevolg dat de auto niet meer beschikbaar is voor een technisch onderzoek.
De consument verzoekt de commissie vast te stellen dat sprake is van non-conformiteit en aan hem een passende compensatie toe te kennen. De consument verlangt vergoeding van de door hem onder protest betaalde reparatie en de lagere restwaarde, door de consument begroot op een bedrag van € 3.000, -.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Er was zes maanden garantie via [garantieverzekeraar] overeengekomen. Uit de garantievoorwaarden bleek dat de airco daarvan was uitgesloten. Om die reden is geen aanspraak gemaakt op de garantie van [garantieverzekeraar]. Aanvankelijk dacht de consument dat sprake was van BOVAG-garantie, maar bij nader inzien was dat niet het geval. De consument is met zijn klacht wel 4 à 5 keer bij de ondernemer geweest. Ook voor andere klachten, zoals een loszittende bout van een remklauw. Enkele dagen na de uitgevoerde reparatie bleek ook de verdamper kapot te zijn. De kosten voor een lokale beoordeling van deze klacht zijn door de ondernemer vergoed. De ondernemer erkende het gebrek, maar wilde niet kosteloos herstellen. Evenmin wilde de ondernemer de auto terugnemen. De auto is elders ingeruild voor een elektrisch voertuig.
De auto voldeed niet aan de verwachtingen.
De consument verlangt dat de gemaakte reparatiekosten en de waardedaling door de gebreken worden vergoed.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Indertijd was sprake van een defecte magneetkoppeling van de aircopomp. Dit houdt geen verband met het lekken van de verdamper. De ondernemer heeft zich aan zijn garantieverplichtingen gehouden. De auto is geschikt voor normaal gebruik. Als de lekkage een gevolg is van de eerste reparatie valt dit onder de reparatiegarantie. Er kan ook sprake zijn van een andere oorzaak. Een en ander is voor de ondernemer geen reden om de auto terug te nemen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over met name problemen met de airco van zijn bij de ondernemer gekochte auto.
Voor wat betreft de eerste door de ondernemer uitgevoerde reparatie overweegt de commissie het volgende.
Met de consument is de commissie van oordeel dat dit gebrek, dat door de ondernemer blijkens de uitgevoerde reparatie is erkend, binnen een dergelijk korte termijn na de aflevering, een gebrek is in de zin van artikel 7: 17 BW en dus kwalificeert als een gebrek dat non-conformiteit meebrengt. De consument mocht verwachten dat de airco, een wezenlijk onderdeel van een auto, tenminste gedurende een langere termijn dan enkele maanden naar behoren zou functioneren. De consument heeft niet betwist dat dit gebrek niet onder de overeengekomen [garantieverzekeraar] garantie van zes maanden wordt gedekt, maar dat neemt niet weg dat de dwingendrechtelijke regeling van de conformiteit onverkort geldt en het de consument vrijstond daarop een beroep te doen.
Dit brengt mee dat de ondernemer gehouden is de kosten van de reparatie die door de consument onder voorbehoud van rechten in zijn opdracht en op zijn kosten is uitgevoerd, aan de consument dient terug te betalen. Nu de consument recht heeft op – in beginsel – kosteloos herstel, maar dat heeft de ondernemer nagelaten, na daartoe in gebreke te zijn gesteld.
De commissie ziet geen aanleiding om een aftrek van nieuw voor oud toe te passen nu, als onweersproken door de ondernemer, is komen vast te staan dat de reparatie van de airco niet afdoende is geweest om de airco installatie weer naar behoren te laten functioneren, zodat geen sprake is van een “verrijking” aan de zijde van de consument.
De consument heeft de auto inmiddels verkocht zodat geen nader onderzoek naar de technische staat van de auto meer mogelijk is.
Deze omstandigheid staat eraan in de weg dat de consument aanspraak kan maken op een vergoeding die verder gaat dan de vergoeding van de kosten van de eerste reparatie, De enkele omstandigheid dat de consument aangeeft dat hij de auto met verlies moest verkopen is onvoldoende om daarvoor de ondernemer te verplichten een vergoeding aan de consument te betalen, nu de kosten van herstel niet meer kunnen worden bepaald.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument deels gegrond.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De ondernemer betaalt een bedrag van € 773,63 aan de consument. Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 102,50 aan hem te vergoeden. Voorts zal aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.
Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, B.H. Oving en H.H. van der Linden, leden, op 21 april 2026.