Commissie: Voertuigen
Categorie: Garantie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1314573/1332683
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een gebruikte auto met 12 maanden BOVAG-garantie. Al binnen de garantieperiode klaagde hij over een hoog olieverbruik, maar volgens de commissie heeft de ondernemer destijds onvoldoende onderzoek gedaan naar de oorzaak. Toen de motor later uitviel en een kostbare reparatie nodig bleek, liet de consument deze uitvoeren door een andere garage. De commissie oordeelde dat de ondernemer al eerder op de hoogte was van de problemen en voldoende gelegenheid had gehad om maatregelen te nemen. Daarom kan de ondernemer zich niet beroepen op het argument dat hij geen herstelkans heeft gekregen. De ondernemer moet de reparatiekosten van € 4.997,95 aan de consument vergoeden.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vraag of de consument de ondernemer in staat heeft gesteld gebreken aan een voertuig te repareren.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Ik heb op 20 januari 2024 een tweedehands [automodel] gekocht bij de ondernemer (hierna: ‘het voertuig’). De heer [naam] heeft mij toen geholpen. Het voertuig dateert van begin 2016 en had toen ongeveer 96.630 kilometer gereden. De netto koopprijs was € 7.742,50. Het voertuig werd met twaalf maanden BOVAG-garantie geleverd en een check op 250 punten.
Binnen korte tijd na aflevering traden ernstige technische gebreken op, waaronder bovenmatig olieverbruik. Ik moest meerdere keren vroegtijdig olie bijvullen. In november 2024, toen de BOVAG-garantie niet was verstreken, heeft de ondernemer nieuwe olie bijgevuld. Volgens mij heeft deze echter geen onderzoek gedaan naar de aard en oorzaak van het gebrek. De door mij geleden schade had derhalve kunnen worden voorkomen, zeker omdat van de PureTech motor in het voertuig bekend is dat deze problemen kan veroorzaken. Een hoog oliegebruik is een van de symptomen hiervan.
Ik heb vervolgens meerdere keren contact met de ondernemer opgenomen. Op 10 juli 2025 begaf het voertuig het. Ik kwam stil te staan langs de weg en de [bedrijf] heeft het voertuig naar mijn huis gebracht. Ik ben er toen weer even mee gaan rijden maar constateerde direct dat de motor ernstige problemen veroorzaakte. Daarom heb ik het voertuig naar garage [naam] in mijn dorp gebracht omdat deze dichtbij was.
Ik heb vervolgens contact opgenomen met de ondernemer. Mijn vraag was wat er moest gebeuren. [Naam] kon de auto ook maken, maar zou de ondernemer dat dan gaan betalen? Tijdens het eerste gesprek op 11 juli gaf deze aan na overleg met een reactie te zullen komen. Toen deze reactie uitbleef, heb ik op 19 juli opnieuw contact gezocht. De ondernemer gaf pas in het tweede gesprek aan dat de auto naar haar garage moest worden gebracht. Beide gesprekken voerde ik met de heer [naam], verkoopadviseur van de ondernemer.
Ten tijde van het tweede gesprek had ik al onderdelen moeten bestellen. Op het verzoek om rechtstreeks contact met de [garagenaam] op te nemen, is de ondernemer niet ingegaan. Ze hadden de auto dan eventueel met de onderdelen kunnen ophalen.
Uit de diagnose door de derde is gebleken dat sprake was van een storing op cilinder 3, waardoor deze cilinder geen compressie meer had. De oorzaak hiervan betrof bovenmatig olieverbruik, wat heeft geleid tot een verstopte katalysator. Hierdoor konden de uitlaatgassen niet worden afgevoerd, met als gevolg een verbrande uitlaatklep.
Op 22 juli 2025 heb ik het noodzakelijke herstel laten uitvoeren. De kosten voor de motorrevisie en bijkomende werkzaamheden bedragen in totaal € 4.979,95.
Mijn voorstel is dat de garage de kosten vergoed voor het bedrag €4.997,95.
Ik heb de heer [naam] gemachtigd mij in deze kwestie te vertegenwoordigen.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij betwisten uitdrukkelijk betwisten dat de consument meermaals telefonisch contact zou hebben gezocht met ons en dat het ontbreken van enige registratie daarvan te wijten zou zijn aan een gebrekkige administratie aan onze zijde. In de administratie zijn geen meldingen of oproepen van de consument terug te vinden die betrekking hebben op het door hem gestelde gebrek. Ook via mail of schriftelijk per brief heeft de consument niet kenbaar gemaakt om herstel te verzoeken. De consument verwijst naar gesprekken met de heer [naam]. Die werkt inderdaad bij ons. Wij hebben hem in dit kader niet gesproken, dus we weten niet of hij contact heeft gehad met de consument.
Wij willen benadrukken dat de consument (zelf) ervoor heeft gekozen het door hem gestelde gebrek niet eerst bij ons kenbaar te maken of ons in de gelegenheid te stellen het voertuig te beoordelen. Wij zijn van mening dat het op de weg van de consument had gelegen om ons voorafgaand aan verdere stappen te informeren en de kans te bieden het gestelde gebrek zelf te onderzoeken en zo nodig te herstellen. Doordat dit niet is gebeurd, hebben wij geen enkel onderzoek kunnen uitvoeren en is ons daarmee de mogelijkheid ontnomen om vaststellingen te doen over de aard en oorzaak van het gebrek en/of een
eventuele aansprakelijkheid aan onze zijde.
Dit standpunt blijkt ook uit onze eerdere reacties richting de jurist van de klant. Daarnaast merken wij op c.q. benadrukken wij dat wij de door de klant gestelde kosten en werkzaamheden van de door hem ingeschakelde derde partij niet hebben kunnen beoordelen. De klant heeft ondanks herhaald verzoek, zoals onder andere blijkt uit de e-mail van ondergetekende d.d. 3 oktober 2026, geen stukken voor schadeonderbouwing aangeleverd. De screenshot met een diagnose en de vermelding van de betreffende garage in de “Uiteenzetting punten” in het zaakdossier zijn nieuw voor ons.
Het klopt inderdaad dat de PureTech motoren problemen als de onderhavige kunnen hebben. Dit had de consument overigens ook kunnen weten toen hij het voertuig kocht, want op het Internet is hier informatie over te vinden.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer betwist in dit geval niet dat de consument problemen heeft gehad met het voertuig. Het standpunt van de ondernemer is echter dat zij de kosten van herstel niet hoeft te vergoeden omdat de consument haar eerst de kans had moeten geven het gebrek te herstellen. Dat heeft de consument volgens haar in dit geval niet gedaan.
Hoewel dit uitgangspunt in het algemeen juist is, gaat de commissie toch niet in dit verweer mee. Hiervoor gelden de volgende redenen.
Niet betwist is dat de consument het voertuig met twaalf maanden BOVAG-garantie van de ondernemer gekocht. Dit benadrukt in het bijzonder dat de consument mocht verwachten dat hij een deugdelijk product zou kopen en het hem niet kan worden verweten dat er op het Internetinformatie is te vinden over problemen met de PureTech motoren. Die informatie had de ondernemer echter wel, althans aangenomen moet worden dat een professionele verkoper die wetenschap heeft. Dit legt dus eerder een verzwaarde verantwoordelijkheid op de schouders van de ondernemer.
Toen de consument zich in november 2024 tot de ondernemer wendde in verband met het feit dat hij naar zijn mening wel erg veel olie moest bijvullen, had de ondernemer dan ook niet mogen volstaan met alleen het bijvullen van olie. De ondernemer had onderzoek moeten doen naar de oorzaak hiervan, zodat de huidige problemen inderdaad waren voorkomen. Bovendien wist de ondernemer hierdoor dat de consument met dit probleem kampte en op enig moment langs de weg zou kunnen komen te staan.
Toen de consument de ondernemer in de persoon van het heer [naam] voor het eerst na de autopech belde, had de heer [naam] direct moeten aangeven dat de ondernemer het probleem zou gaan bekijken. Kennelijk heeft hij dit in het midden gelaten en zou de ondernemer – zoals de consument onbetwist heeft gesteld – gaan nadenken over het betalen van kosten. De ondernemer heeft evenmin betwist dat zij wisten dat het voertuig toen bij [garagenaam] stond. Zij hadden kunnen aangeven dat zij het voertuig bij [garagenaam] zouden ophalen. Ook in tweede instantie – toen de consument opnieuw belde – had dat nog gekund.
Onder die omstandigheden gaat het niet aan dat de ondernemer de consument verwijt dat deze de ondernemer niet de kans heeft geboden het gebrek zelf te verhelpen en een derde de reparatie heeft laten uitvoeren.
Nu niet betwist is dat deze klacht onder de BOVAG-garantievoorwaarden valt moet de ondernemer die schade vergoeden.
De klacht is dan ook gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van €4.997,95.
Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van €127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 4 juni 2026.