Commissie: Energie
Categorie: gebrekkige installatie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1328878/1333457
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de klacht van de consument grotendeels ongegrond is. De problemen met de vloerverwarming – een koude woonkamer terwijl badkamer en hal wel warm waren – bleken te worden veroorzaakt door de binneninstallatie. Die valt onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder, niet van de ondernemer. Hoewel de ondernemer het aanspreekpunt is voor reparatieklachten en een reparateur inschakelde, betekent dit niet dat hij aansprakelijk is voor schade aan of door de binneninstallatie. De consument vroeg daarnaast vergoeding voor een vermeend extra verbruik van 5 GJ in oktober, november en december 2025, maar kon niet aannemelijk maken dat dit door de ondernemer kwam; het hogere verbruik kan ook zijn veroorzaakt door onderdelen van de binneninstallatie, zoals de verdeler. Daarom wordt deze vordering afgewezen. Het verzoek om de aanvoertemperatuur terug te zetten naar het oude niveau wordt eveneens afgewezen, omdat de ondernemer gerechtigd was tot een kleine wijziging en de consument geen belang meer heeft bij herstel. Alleen de vordering van € 2,40 wegens een foutieve factuur wordt toegewezen, omdat de ondernemer dit bedrag niet langer betwistte. De klacht is daarmee ongegrond, behalve voor dit kleine bedrag.
De volledige uitspraak
Samenvatting
In de kern komt deze klacht neer op de vraag wie aansprakelijk is voor schade als gevolg van niet-functioneren van de binneninstallatie als de ondernemer het aanspreekpunt is voor reparatieklachten betreffende de binnen- en buiteninstallatie.
Beoordeling
De consument voert aan dat de vloerverwarming in haar huis niet goed werkte. De badkamer en de hal waren warm, maar in de huiskamer was het 18 graad. Inmiddels is de storing verholpen door een door de ondernemer ingeschakelde reparateur. De consument verlangt een financiële compensatie voor de storing. Bovendien is door een instellingswijziging door de ondernemer haar verbruik in de maanden oktober, november en december 2025 5 GJ hoger geweest dan gebruikelijk. Zij verlangt de kosten daarvan vergoed te krijgen. Ook wil zij dat het systeem weer ingesteld wordt als voorheen. Ten slotte verlangt zij betaling van € 2,40 in verband met onjuiste facturen.
De ondernemer wijst erop dat, naar de reparateur heeft vastgesteld, de storing betrekking had op de binneninstallatie. De ondernemer is daarvoor niet aansprakelijk. Op zich is juist dat hij het aanspraakpunt is voor alle reparatieklachten betreffende warmte, ook voor zover deze betrekking hebben op de binneninstallatie. Als het uiteindelijk op aansprakelijkheid betreffende de binneninstallatie aankomt dient de consument zich te wenden tot de verhuurder.
Het is juist dat de ondernemer in de door de consument genoemde periode de aanvoertemperatuur gewijzigd heeft, maar dat kan niet te maken hebben met het verbruik, omdat deze afgerekend wordt volgens het door de meters geregistreerde verbruik. Vergoeding van 5 GJ wordt daarom afgewezen. Wijziging van de aanvoertemperatuur naar het oude niveau wordt afgewezen omdat de ondernemer gerechtigd was tot wijziging met 1 tot 2 graad.
Wat betreft de vordering van € 2,40 is hij, naar hij ter zitting verklaarde, tot betaling bereid om meer kostend uitzoekwerk te vermijden.
Onweersproken staat vast dat de door de consument genoemde problemen betrekking hebben op de binneninstallatie. De commissie overweegt dat de ondernemer niet aansprakelijk is voor de binneninstallatie. Hoewel wat betreft reparatieklachten over de binneninstallatie afspraken zijn gemaakt dat de ondernemer deze namens de verhuurder behandelt, is hij niet aansprakelijk voor schade. Daarvoor dient de consument zich te wenden tot de verhuurder.
Ter zitting erkende de consument dat zij de vergoeding voor 5 GJ gebaseerd had op verschil met het verbruik in het jaar daarvoor, maar dat het hogere verbruik ook veroorzaakt kon zijn door de verdeler, die tot de binneninstallatie behoort. Nu de consument niet aannemelijk heeft gemaakt dat het hogere verbruik aan de ondernemer is te wijten, wordt de klacht in zoverre afgewezen.
Herstel van de aanvoertemperatuur naar het oude niveau wordt afgewezen, nu de consument daartoe geen belang heeft.
Het bedrag ad € 2,40 wordt toegewezen, nu de ondernemer dat bedrag niet meer weersproken heeft.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is, behoudens het bedrag ad € 2,40.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een bedrag van € 2,40.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 13 juli 2026.