Ondernemer verstrekt onjuiste informatie over olieverbruik, koopovereenkomst wordt vernietigd

  • Home >>
  • Voertuigen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Voertuigen    Categorie: Product voldoet niet aan verwachtingen(non-conformiteit)    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 2381/6320

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument heeft bij de ondernemer een Skoda Yeti aangeschaft. Voordat hij tot deze aankoop is overgegaan heeft hij specifiek aan de ondernemer gevraagd of de motor in de auto een zogenoemde olieverbruiker is, omdat dat bij een aantal vergelijkbare modellen het geval zou zijn. Volgens de ondernemer doet deze problematiek zich bij dit type motor niet voor. Enige tijd na de aankoop blijken er toch problemen met het olieverbruik. De consument stelt dat er sprake is geweest van dwaling en wenst vernietiging van de koopovereenkomst. De ondernemer beweert dat het olieverbruik binnen de tolerantie valt. De deskundige komt tot het oordeel dat het olieverbruik te hoog is. Het blijkt dat ook bij het motortype dat in de auto van de consument is gemonteerd overmatig olieverbruik veel voorkomt. De commissie oordeelt dat de ondernemer aan de consument informatie heeft verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden. De koopovereenkomst wordt vernietigd.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de vraag of de consument recht heeft op vernietiging van de op of omstreeks 29 augustus 2017 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst.

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument was op zoek naar een nieuwe auto. Daar de auto geschikt moet zijn om een trailer (met boot) te trekken ging de voorkeur uit naar een vierwiel aangedreven auto. De consument had hiervoor op het oog een Subaru, een Toyota RAV 4 en een Skoda Yeti. De Skoda Yeti sprak aan. Wel kwam het de consument ter ore dat een aantal modellen van de door de VAG-groep ontwikkelde ts(f)i motoren notoire olieverbruikers waren. Bij zijn zoektocht naar een Yeti kwam de consument uit bij de ondernemer. Gelet op de geografische afstand tussen de consument (Zuid-Limburg) en de ondernemer (Overijssel) heeft de consument eerst per e-mail vragen gesteld omtrent deze Yeti om te bezien of deze voldeed aan zijn wensen. Via de webpagina van de ondernemer was het mogelijk om een concrete vraag te stellen omtrent de Yeti.

De consument heeft specifiek gevraagd of de in de Yeti aanwezige motor een “olieverbruiker” is.
Hierop heeft de ondernemer aangegeven:

Onderwerp: olie verbruik
Goedemiddag
Ik heb nog even navraag gedaan maar voor deze auto is daar niets van bekend. Het gaat hier om een 1800TSI. Als ik het goed lees dan zijn er voornamelijk problemen met de 1200 en 1400 motoren.

Aan de hand van deze reactie ging de consument ervan uit dat de betreffende Yeti niet de notoire TSI-motor had. Derhalve is de consument nader in overleg en contact getreden met de ondernemer en is uiteindelijk tot de aankoop van de Yeti overgegaan. Op het moment van aankoop had de Yeti 76.472 kilometer gepresteerd.
Enige tijd na aankoop bemerkt de consument dat het olielampje op het dashboard gaat branden. In eerste instantie dacht hij dat het een kwestie van“kan gebeuren” is. Olie is bijgevuld en de Yeti is verder in gebruik genomen. Toen wederom het olielampje is gaan branden vertrouwde de consument het niet en is nader onderzoek gaan doen. Toen kwam hij erachter dat de betreffende Yeti juist wel behept is met een notoire olie-verbruikende motor. De 1.8 TSI-motor staat hier juist bekend om en alle geleverde 1.8 motoren binnen de VAG-groep gaan uiteindelijk problemen krijgen met het olieverbruik.
De consument was met stomheid geslagen en erg boos daar hij juist specifiek had gevraagd aan de verkoper bij de ondernemer of deze motor geen olieproblemen kende. Het antwoord was duidelijk en de consument ging er dan ook vanuit dat de Yeti vrij was van olieproblemen. Had de ondernemer tijdig gemeld dat juist de 1.8 TSI-motor de beruchte olieverbruiker was dan had de consument deze Yeti niet aangekocht.
Met de ondernemer is nog overleg gepleegd over hoe om te gaan met het probleem, de ondernemer lijkt het probleem echter niet in te zien. Zij vraagt door over het daadwerkelijke olieverbruik en stelt dat dit conform de opgave is van Skoda (welke overigens buitensporig hoog is). Hiermee schiet zij volledig voorbij aan de rechtsvraag omdat haar verweten wordt dat zij de consument foutief heeft voorgelicht en verkeerd heeft geantwoord op een hele concrete en essentiële vraag. Bij brief van 23 april 2019 is nog voor een laatste maal gepoogd om tot een vergelijk te komen. Hier is enkel nog telefonisch door de ondernemer op gereageerd waarin ze duidelijk maakt haar standpunt te handhaven. Schriftelijk heeft de ondernemer haar standpunt nooit weergegeven. Daar partijen niet tot een vergelijk komen is de consument geen andere keus gelaten dan om deze kwestie aan uw commissie voor te leggen.

Juridisch
De consument mocht ervan uitgaan dat de ondernemer, als professional, weet heeft van de problematiek over de 1.8 motoren uit de VAG-groep. In het vakgebied is dit breed uitgemeten. Haar mededeling dat juist de 1.2 en 1.4 motoren olieproblemen hebben is feitelijk onjuist. Enig kort onderzoek op internet levert een legio van directe hits op waaruit blijkt dat de 1.8 TSI-motor geen goede motor is en (heel) veel olie gaat verbruiken.

Dwaling
Primair wordt door de consument dan ook een beroep op dwaling gedaan. De consument heeft gedwaald ten opzichte van de aankoop. Hij heeft voorafgaande aan de koop duidelijkheid willen krijgen omtrent de eigenschap van de motor en meer specifiek dat deze niet behept zou zijn met het olieprobleem. Hiermee heeft de consument aan zijn onderzoeksplicht voldaan.
De consument is een particulier en heeft weinig verstand van auto’s. De ondernemer daarentegen had de consument goed moeten informeren. Als professional mag verondersteld worden dat zij bekend is met de problemen rondom dit motortype dan wel had hier beter onderzoek moeten doen. Haar verklaring naar de consument is simpelweg onjuist. Het kennelijk gebrekkige onderzoek van haar is laakbaar. Had zij de consument wel juist geïnformeerd dan had de consument deze koop niet gesloten, de aanwezigheid van olieproblemen was een breekpunt geweest voor de consument. Zijn vraag hieromtrent voorafgaande aan de koop onderschrijft dit. Een goede motor is het hart van de auto en hier wil de consument gewoon geen problemen mee hebben. Daar de dwaling primair te wijten is aan de gedraging en uitlating van de ondernemer is de consument gerechtigd om de koopovereenkomst te vernietigen (artikel 6:228 BW).

Misleidende handelspraktijk
Vernietiging van de vordering is eveneens te vorderen onder artikel 6:193c BW. Het is evident dat de ondernemer, als professionele partij, informatie heeft verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden. Enerzijds had de ondernemer anders moeten reageren op de vraag van de consument door te stellen dat juist de 1.8 motor behept was met de olieproblematiek dan wel haar vollediger moeten informeren dat de auto mogelijk nu nog geen olieprobleem kende, maar dat dit probleem doorgaans pas gaat spelen bij iets hogere kilometerstanden (wanneer de schraapveren versleten raken). Feit is dat de motor uiteindelijk het olieprobleem gaat krijgen.

De consument vraagt aan de commissie om vernietiging van de koopovereenkomst wat concreet inhoudt dat de ondernemer het bedrag ad € 14.500,– dan wel een door de commissie in goede justitie vast te stellen waarde dient te retourneren aan de consument dit onder retournering van de Yeti door de consument aan de ondernemer. Dan wel ontbinding of kosteloos herstel van de Yeti door de ondernemer. Al dit uit te voeren binnen 21 dagen na uitspraak van uw commissie.

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

Bij de motorflush, die in augustus 2019 is uitgevoerd, is de oliefilter vervangen. Ik kan hier bewijs van leveren.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 18 september 2017 heeft de ondernemer de Skoda Yeti afgeleverd aan de consument. De kilometerstand van de auto was toen 76.472. De auto is afgeleverd met een onderhoudsbeurt, waarbij ook olie en oliefilter vervangen zijn. Voorafgaand aan de aankoop heeft de consument gevraagd of de Skoda olie zou verbruiken. De ondernemer heeft daarop de dealer geraadpleegd waar de Skoda in onderhoud was en uit de onderhoudshistorie bleek dat er één keer 1 liter is bijgevuld vanaf aflevering tot aan de eerste onderhoudsbeurt. Op 27 februari 2018 laat de consument de auto controleren bij de dealer te Maastricht, deze geeft het advies niet meer met de auto te rijden in verband met een koelvloeistoflekkage. Op 2 maart 2018 halen wij de Skoda op en vervangen wij onder garantie de waterpomp. Dit bij een kilometerstand van 80592.

Op 9 maart 2018 stuurt de consument een e-mail dat er een geel olielampje is gaan branden. Hij vraagt of wij het oliepeil nog hebben gecontroleerd. Op 23 april 2018 meldt de consument per e mail dat hij olie heeft moeten bijvullen en meld hier pas dat hij op 9 maart 2018 500cc bijgevuld heeft. Het verbruik komt neer op 500cc over 3.882 km, dus 1 liter op 7.764 km. Dit is ruim binnen de tolerantie. In deze e-mail meldt hij tevens dat hij op 81.692 km nogmaals 700 cc heeft bijgevuld, maar dit is door ons op geen enkele wijze te controleren.

Ons standpunt:
De consument meldt ons uiteindelijk regelmatig dat hij olie moet bijvullen, maar voor ons is er steeds geen bewijs dat de hoeveelheden en kilometerstand correct zijn. Als wij vragen naar concrete informatie dan komt die lange tijd niet, uiteindelijk komt er een lijst met kilometerstanden en hoeveelheden, maar die gegevens zijn door hem niet te onderbouwen. Zelf hebben wij de auto na aflevering twee keer binnen gehad: één keer voor het vervangen van de waterpomp en één keer tijdens het deskundigenonderzoek.
De consument schrijft ook over een motorflush, deze heeft hij zelf uitgevoerd. Daarnaast is het niet duidelijk of het oliefilter na de motorflush is vervangen. De consument kan ons dit niet bevestigen. Het uitvoeren van een motorflush komt erg nauwkeurig en dient door een professional te worden uitgevoerd, een niet goed uitgevoerde flush kan het verbruik verergeren. Wat ons wel duidelijk is, is dat de consument niets met ons heeft overlegd over het uitvoeren van een motorflush.
De eerste keer dat de consument iets meldt over olieverbruik is op 9 maart 2018. Deze e-mail is niet concreet. In de e-mail van 23 april 2018 wordt een en ander concreter en duidelijker, uit deze mail blijkt het olieverbruik ruim binnen de tolerantie te vallen. Het olieverbruik is duidelijk later ontstaan en omdat wij steeds zelf niets hebben kunnen controleren of constateren voelen wij ons niet verantwoordelijk voor de problematiek.

Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voorzover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Op 5 november 2019 bij kilometerstand 97.878 werd 4,6 liter olie gevuld. Op 3 december 2019 bij kilometerstand 98.882 werd 3,8 liter olie afgetapt. Dit impliceert een olieverbruik van 0,8 liter op 1.004 kilometer. De richtlijn van 1 liter op 1.000 kilometer is niet meer van deze tijd. Als deskundige ga ik uit van het bijvullen van de carterinhoud, dus 4,6, liter op een service interval van 25.000 km. De vermoedelijke oorzaak is olielekkage langs de zuigers/zuigerveren.

Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat de consument voorafgaande aan de totstandkoming van de koopovereenkomst met betrekking tot de Skoda Yeti heeft gevraagd naar het olieverbruik van de auto omdat hij op internet had gelezen dat er nogal sprake is van olieconsumptie. Voorts staat tussen partijen niet ter discussie dat de ondernemer daarop heeft geantwoord dat daar voor de betreffende auto niets van bekend is omdat het een 1800TSI-versie betreft en er voornamelijk problemen zijn met de 1200cc en 1400cc motoren. Uit eerdere geschillen die de commissie heeft behandeld is zij echter bekend met het feit dat ook bij het motortype dat in de motor van de auto van de consument is gemonteerd overmatig olieverbruik veel voorkomt en dat dit olieverbruik, dat zich vaak pas boven circa 80.000 km openbaart, in de kern te wijten is aan het type zuiger en zuigerveren. Dit probleem is in de markt ook relatief breed bekend.

In het licht van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de ondernemer voorafgaand aan de totstandkoming van de koopovereenkomst informatie over de voornaamste kenmerken van de auto (te weten de daaraan verbonden risico’s met betrekking tot het excessieve olieverbruik) heeft verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden (vgl. art. 6:193c lid 1 onder b van het Burgerlijk Wetboek). Artikel 6:193b BW bepaalt onder meer dat een handelspraktijk oneerlijk is indien een handelaar zoals de ondernemer een misleidende handelspraktijk verricht als bedoeld in het artikel 6:193c BW. Artikel 6:193j lid 3 BW bepaalt dat een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar is.

Gegeven de in de vorige alinea omschreven omstandigheden is de commissie van oordeel dat kennis van het feit dat de auto behoort tot de categorie auto’s met een (potentieel) excessief olieverbruik de consument zou hebben afgehouden van het sluiten van de koopovereenkomst en de koopovereenkomst derhalve als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk is tot stand gekomen.

De vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst is derhalve toewijsbaar. Dat de consument een motorflush heeft uitgevoerd, doet daar niets aan af. Vernietiging van de koopovereenkomst werkt in beginsel terug tot het tijdstip waarop de koopovereenkomst tot stand is gekomen. Aangezien de consument inmiddels ongeveer 20.000 km met de auto heeft gereden, zou hij daardoor naar het oordeel van de commissie echter onbillijk worden bevoordeeld. De commissie is van oordeel dat er in dit geval sprake is van omstandigheden die maken dat een gebruiksvergoeding gerechtvaardigd is. Tussen partijen staat vast dat de consument vanaf het moment van aankoop bijna zonder bijzondere beperkingen of ongemak gebruik heeft kunnen maken van de auto en zoals gezegd omstreeks 20.000 km met de auto heeft gereden. Tegen deze achtergrond concludeert de commissie dat de consument ongerechtvaardigd zou worden verrijkt ten koste van de ondernemer, indien de consument met een geslaagd beroep op vernietiging de volledige koopprijs terug zou krijgen zonder een vergoeding te betalen voor het gebruik van de auto. De commissie acht het derhalve redelijk een gebruiksvergoeding ten bedrage van € 2.000,– in mindering te brengen op de koopprijs die de consument terug ontvangt bij vernietiging van de koopovereenkomst.

Wellicht ten overvloedige merkt de commissie op dat zij het gezien foto 7 van het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige voldoende aannemelijk acht dat bij de motorflush de oliefilter is vervangen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De overeenkomst d.d. 29 augustus 2017 wordt vernietigd verklaard. Dit betekent dat de consument de auto met alle daartoe behorende papieren en accessoires in goede staat terug levert aan de ondernemer, waarna deze de consument voor de auto vrijwaart. De ondernemer betaalt bij de ontvangst van de auto een bedrag van € 13.395,– aan de consument.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. D.P.C.M. Hellegers, voorzitter, de heer A. Vis, de heer M.H.A.M. Hoevenaars, leden, op 14 februari 2020.