Onenigheid over opdracht aan notaris leidt tot gedeeltelijke verlaging van factuur

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 939621/1119009

De uitspraak:

Waar gaat deze uitspraak over?

Deze zaak gaat over een geschil tussen een cliënt en een notaris over een factuur voor het opstellen van een samenlevingscontract en testamenten. De cliënt stelt dat hij en zijn partner hiervoor nooit officieel opdracht hebben gegeven en daarom de rekening niet hoeven te betalen. Volgens de notaris is er tijdens een gesprek op 21 augustus 2023 wel mondeling opdracht gegeven en zijn vervolgens concepten van de documenten opgesteld en toegestuurd. De Geschillencommissie stelt vast dat er geen schriftelijke opdrachtbevestiging is, waardoor de notaris niet sterk kan bewijzen dat een opdracht is verstrekt. Tegelijkertijd vindt de commissie dat de cliënt en zijn partner eerder hadden moeten aangeven dat zij geen opdracht hadden gegeven, omdat zij de concepten hadden ontvangen en daar destijds niet op hebben gereageerd. De commissie oordeelt daarom dat sprake is van miscommunicatie aan beide kanten. Om die reden wordt de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en wordt de factuur met 50% verlaagd. Van het depotbedrag van € 974,05 wordt € 487,02 aan de notaris betaald en € 487,03 teruggegeven aan de cliënt. De commissie wijst het verzoek om volledige kwijtschelding van de factuur af en bepaalt daarnaast dat de notaris de behandelingskosten van de commissie moet betalen, waarbij deze kosten met 50% worden verminderd.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de door de notaris in rekening gebrachte kosten.

De consument heeft een bedrag van € 974,05 niet aan de notaris betaald en bij De Geschillencommissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënt

Voor het standpunt van de cliënt verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Cliënt en zijn partner hebben zich tot de notaris gewend voor een leveringsakte en hypotheekakte met betrekking tot hun koopwoning. Beiden zijn op 21 augustus 2023 getekend. Op die dag is ook gesproken over een samenlevingscontract en over testamenten. Cliënt en zijn partner zouden daarover nadenken en contact opnemen als zou worden besloten een samenlevingscontract te willen. Een paar maanden later is cliënt daarover gebeld door de notaris met de vraag of zij dit nog wilden. Cliënt heeft daarop aangegeven dat zij het, vanwege het klussen, er nog niet over hebben gehad, maar dat als ze het zouden willen zij contact zouden opnemen. Cliënt heeft het contract doorgenomen. Daarin staan de namen, geboortedatum en woonplaats. Verder staat er geen inhoudelijke informatie in het contract. In de toen bijgeleverde e-mail stond vermeld dat een lijst met persoonlijke eigendommen moest worden opgestuurd om in het contract te verwerken. Cliënt en zijn partner kwamen tot de conclusie dat ze het niet wilden. Cliënt heeft vervolgens verder geen contact meer opgenomen met de notaris. Desondanks heeft de notaris toch conceptakten opgesteld en hiervoor een factuur gestuurd, zonder dat hier een expliciete opdracht voor is verstrekt. Cliënt heeft vervolgens de notaris gebeld en uitgelegd dat hij nergens mee heeft ingestemd en nergens voor heeft getekend. Cliënt ontving meerdere betalingsherinneringen en een door de notaris uitgeschreven boete. Cliënt heeft meerdere keren gebeld maar kreeg niemand anders te spreken dan de baliemedewerkster. Ook is door cliënt meerdere e-mails, alsmede een aangetekende brief, verstuurd waarop hij geen reactie heeft ontvangen.

Cliënt wenst een volledige kwijtschelding van de factuur en stopzetting van de incassoprocedure.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 21 augustus 2023 zijn cliënt en zijn partner mondeling akkoord gegaan met het opstellen van een samenlevingscontract en testamenten. Vanwege het spoedeisend karakter zijn de concepten op 22 augustus 2023 via e-mail aan cliënt verzonden. Hierop is geen reactie gekomen. Ook op de eerste herinnering via e-mail van 10 november 2023 komt geen reactie. Na de tweede herinnering is op 2 februari 2024 telefonisch contact opgenomen. De partner van cliënt heeft toen aangegeven dat het door drukte en verbouwing nog niet was gelukt om een afspraak te maken. Op 14 mei 2024 stuurt de notaris een derde herinnering via e-mail. Die datum wordt ook een declaratie verstuurd voor de verrichte werkzaamheden. De notaris vindt het opmerkelijk dat cliënt na het versturen van de declaratie opeens wel schriftelijk kon reageren. De notaris stelt zich dan ook op het standpunt dat als de opdracht door cliënt en zijn partner niet zou zijn verstrekt dit de reactie zou moeten zijn nadat de stukken waren ontvangen, derhalve rond eind augustus 2023. Dat geen opdracht is verstrekt, is dan ook pertinent onjuist.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteren dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

De commissie stelt op grond van de overgelegde stukken vast dat cliënt en zijn partner met de notaris op 21 augustus 2023, na tekening van de leverings- en hypotheekakte van hun koopwoning, gedurende 28 minuten hebben gesproken over het opstellen van een samenlevingscontract en testamenten. De notaris is ervan uitgegaan dat door cliënt en zijn partner aan hem opdracht is verstrekt een samenlevingscontract en testamenten op te stellen. De door de notaris gestelde opdracht is niet schriftelijk door hem bevestigd. Op 22 augustus 2023 heeft de notaris concepten van een samenlevingscontract en testamenten aan cliënt en zijn partner toegestuurd. Cliënt stelt zich op het standpunt dat hij en zijn partner echter geen opdracht aan de notaris hebben verstrekt en dat zij de door de notaris in rekening gebrachte kosten dan ook niet hoeven te voldoen.

Voorop staat dat het aan de notaris is om te bewijzen dat sprake is van een door cliënt aan hem verstrekte opdracht. Vast staat dat er geen sprake is van een schriftelijke, ondertekende, opdrachtbevestiging. Daar staat echter tegenover dat 28 minuten is gesproken over het samenlevingscontract en de testamenten en dat daarover is gecorrespondeerd. Zo zijn het samenlevingscontract en de testamenten in concept aan cliënt toegestuurd. De commissie is van oordeel dat het op de weg van cliënt en zijn partner had gelegen om direct na de ontvangst van de concepten de opdracht te betwisten. Dit hebben zij destijds en ook later niet gedaan. Eerst na het versturen van de factuur door de notaris op 14 mei 2024 betwist cliënt dat een opdracht is verstrekt.

Gelet op voormelde gang van zaken, waaronder de miscommunicatie over en weer, is de commissie van oordeel dat het redelijk en billijk is de klacht van cliënt gedeeltelijk gegrond verklaren. Dit leidt tot een matiging van de door de notaris op 14 mei 2024 verzonden factuur, in die zin dat cliënt een bedrag van
€ 487,02 nog verschuldigd is aan de notaris.

Hetgeen partijen ieder voor zich verder nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen verdere bespreking, nu dat niet tot een ander oordeel kan leiden.

De commissie ziet geen aanleiding de notaris te veroordelen tot vergoeding van het door cliënt betaalde klachtengeld.

De notaris dient– overeenkomstig het reglement van de commissie – de behandelingskosten van de commissie te voldoen. De commissie ziet in wat hiervoor is overwogen aanleiding deze te matigen met 50 %.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

verklaart de klacht van cliënt (deels) gegrond;

bepaalt naar aanleiding van het bovenstaande dat het depot als volgt wordt verrekend. Een bedrag van € 487,02 zal aan de notaris worden over gemaakt en aan de cliënt een bedrag van €487,03 wordt overgemaakt;

bepaalt dat de notaris overeenkomstig het reglement van de commissie behandelingskosten aan de commissie verschuldigd. Deze behandelingskosten worden gematigd met 50%;

wijst af het meer of anders verzochte.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat, bestaande uit de heer mr. A.G.M. Zander, voorzitter, de heer mr. M. de Waal, de heer H.W. Zuur, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. I. van der Kamp, secretaris, op 13 juni 2025.

de heer mr. A.G.M. Zander

Opslaan als PDF