Onterechte opzegging kinderopvang door onvoldoende onderzoek naar extra ondersteuning

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Opzegging overeenkomst    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1336378/1337825

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze zaak gaat over een conflict tussen een ouder en een kinderopvangorganisatie die de opvang van het kind heeft stopgezet. Volgens de ondernemer vertoonde het kind al langere tijd lastig en soms agressief gedrag, zoals slaan en bijten, waardoor andere kinderen en medewerkers zich onveilig voelden. Er zijn verschillende deskundigen ingeschakeld en zij concludeerden dat het kind extra begeleiding nodig heeft die de opvang niet kan bieden. De ouder is het hier niet mee eens en vindt dat te snel is besloten om de opvang te beëindigen en dat er niet genoeg is gekeken naar andere oplossingen, zoals hulp via het wijkteam. De Geschillencommissie oordeelt dat de opvang wel zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar het gedrag van het kind, maar dat zij te snel heeft besloten om de overeenkomst op te zeggen zonder eerst goed te overleggen met het wijkteam over extra ondersteuning. Daardoor is niet voldoende bewezen dat de opvang het kind echt niet meer kon begeleiden. Ook is de opzegging niet goed uitgelegd aan de ouder. De commissie vindt daarom dat de opzegging ongeldig is. De klacht van de ouder is gegrond en het kind mag weer gebruikmaken van de opvang. Daarnaast moet de ondernemer het klachtengeld van €25 aan de ouder terugbetalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft de opzegging van de opvangovereenkomst van de consument vanwege de ondersteuningsbehoefte van zijn kind.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De overeenkomst van de consument is eenzijdig beëindigd omdat zijn kind extra hulp nodig zou hebben en zelfs één-op-één begeleiding zou moeten krijgen. Een pedagogisch coach heeft slechts twee keer anderhalf uur geobserveerd en op basis daarvan is besloten de opvang te stoppen.

De ondernemer bood hulp aan om andere opvang te zoeken, maar heeft geen wijkteam gebeld of gezocht naar alternatieven.

De consument wil meer tijd om een andere opvang te kunnen zoeken dan wel dat de ondernemer meer hulp en structuur biedt op de huidige opvang.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt dat op het volgende neer.

De ondernemer stelt zich op het standpunt dat het besluit tot opzegging zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de plaatsingsovereenkomst met ingang van 1 mei 2026 mocht worden beëindigd.

Vanaf juli 2025 zijn door de medewerkers van de ondernemer structureel signalen waargenomen van zorgwekkend gedrag bij de zoon van de consument binnen de buitenschoolse opvang. Het betrof onder andere herhaald fysiek agressief gedrag (slaan, duwen, schoppen, bijten) en ander grensoverschrijdend gedrag richting andere kinderen en de medewerkers van de ondernemer. De consument en de moeder van het kind zijn hier ook steeds van op de hoogte gebracht.

Gedurende de opvangperiode heeft de ondernemer diverse inspanningen verricht om de zoon van de consument zo goed mogelijk te begeleiden en te ondersteunen. Zo is eerst gekeken of de ondersteuning en begeleiding kon worden verbeterd via coaching van de pedagogisch professionals door het inzetten van een pedagogisch coach. De pedagogisch coach heeft de zoon van de consument en de groep geobserveerd en heeft op basis daarvan meerdere (praktische) adviezen gegeven aan de pedagogisch professionals. De pedagogisch coach is in de maanden daarna regelmatig op de groep geweest om de pedagogisch professionals te coachen.

Mede op advies van de pedagogisch coach is eind oktober ook de zorgcoördinator ingeschakeld voor ondersteuning en advies. Op 20 november 2025 heeft de zorgcoördinator de zoon van de consument geobserveerd en advies uitgebracht aan de pedagogisch professionals en locatiemanager. De ondernemer verwijst in dit verband naar het observatieverslag van de zorgcoördinator van 20 november 2025. Een van de adviezen van de zorgcoördinator was om de adviezen toe te passen en na acht weken een vervolggesprek in te plannen.

Omdat de toepassing van de adviezen van de pedagogisch coach en zorgcoördinator niet leidden tot verbetering en de impact van het gedrag van de zoon van de consument op de groep toenam, is in overleg met de consument en de moeder van het kind ook een specialistisch coach ingeschakeld voor advies. De specialistisch coach is een ervaren gedragsdeskundige die werkzaam is binnen het jeugdhulpdomein. De specialistisch coach is tot de conclusie gekomen dat de zoon van de consument een ondersteuningsbehoefte heeft die niet binnen de reguliere opvang kan worden geboden.

Het besluit om de plaatsingsovereenkomst op te zeggen is mede op basis van al deze observaties en adviezen tot stand gekomen. De ondernemer bestrijdt dan ook dat de opzegging te snel en enkel op basis van de conclusie van de specialistisch coach is gedaan.

Zowel de consument als de moeder van het kind zijn vanaf de zomer 2025 door de pedagogisch professionals op de hoogte gebracht van de incidenten die hebben plaatsgevonden. De observatieverslagen van de professionals zijn ook met beide ouders besproken. Op 31 maart 2026 hebben de zorgcoördinator en de locatiemanager weer met de consument en de moeder van het kind gesproken. Tijdens het gesprek is een terugkoppeling gegeven op de bevindingen van de specialistisch coach en dit heeft geleid tot het besluit tot beëindiging van de plaatsingsovereenkomst over te gaan. Dit besluit tot opzegging is ook schriftelijk aan de consument bevestigd.

Tot slot volgt uit het gespreksverslag dat op 31 maart 2026 is gesproken over het vinden van een andere opvangplek. De ondernemer merkte op dat geen gespecialiseerde BSO is gevestigd is in de nabije omgeving. Wel kan de ondernemer ouders in contact brengen met een wijkteam maar omdat de consument dit zelf al had gedaan, was dit niet meer nodig. Om die reden is aan de consument en de moeder van het kind geadviseerd via de huisarts of het Wijkteam een aanvraag voor jeugdhulp in te dienen.

Juridisch kader
Voorop staat dat in artikel 14.3 van de Algemene voorwaarden kinderopvang is bepaald dat een kinderopvangondernemer de plaatsingsovereenkomst mag opzeggen als sprake is van een gegronde reden. Volgens dit artikel is onder meer sprake van een gegronde reden (1) als het kind een extra verzorgingsbehoefte heeft die feitelijk niet door de ondernemer kan worden verleend en (2) als het kind een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke en/of lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen. De ondernemer heeft de plaatsingsovereenkomst op de in artikel 14.3 van de algemene voorwaarden voor kinderopvang genoemde gronden opgezegd.

Vaststaat dat er verschillende observaties hebben plaatsgevonden en dat daaruit naar voren is gekomen dat de zoon van de consument onder meer instructies van de pedagogisch professionals herhaaldelijk negeert, moeite heeft met overgangsmomenten zoals bij het opruimen en aan tafel gaan en dat hij grensoverschrijdend gedrag laat zien richting andere kinderen en de pedagogisch medewerkers. Zowel de pedagogisch coach, de zorgcoördinator als de specialistisch coach zijn na de observaties tot de conclusie gekomen dat de zoon van de consument moeite lijkt te hebben met de prikkels die horen bij een grotere groep en dat hij behoefte heeft aan meer rust, duidelijkheid, voorspelbaarheid en structuur.

De ondersteuningsvraag van de zoon van de consument moet volgens de specialistisch coach worden opgepakt binnen het jeugdhulp domein en kan niet worden geboden binnen de reguliere kinderopvang. Aangezien de ondernemer alleen reguliere opvang biedt, is derhalve sprake van een extra verzorgingsbehoefte die de ondernemer feitelijk niet in staat is te verlenen, zoals bedoeld in artikel 14 jo. artikel 13.2 sub a van de Algemene voorwaarden.

Uit zowel de verklaringen van verschillende pedagogisch professionals als de observaties en verklaringen van de pedagogisch coach en de zorgcoördinator volgt dat de zoon van de consument veelvuldig andere kinderen op de groep of de pedagogisch professionals fysiek benadeelde. De fysieke benadeling bestond onder meer uit slaan (met voorwerpen), schoppen, bijten en duwen. Ook volgt uit verklaringen van de pedagogisch professionals dat andere kinderen op de groep bang waren voor de zoon van de consument. Zowel de kinderen zelf als ook verschillende ouders hebben dit bij de locatiemanager en pedagogisch professionals van de ondernemer aangegeven. Vaststaat dat de regelmatige fysieke benadeling van de andere kinderen op de groep, ondanks de verrichte inspanningen zoals de inzet van de pedagogisch coach en zorgcoördinator, niet is afgenomen.

Gelet op de verantwoordelijkheid van de ondernemer om zorg te dragen voor een veilige opvangomgeving, het gegeven dat de fysieke benadeling meerdere keren per dag voorkwam, het vooruitzicht dat het gedrag van het kind niet op korte termijn zal verbeteren en de conclusie van de specialistisch coach dat het kind meer baat heeft bij één-op-één begeleiding, heeft er uiteindelijk toe geleid dat de ondernemer niet anders kon dan besluiten de plaatsingsovereenkomst voor de opvang van de zoon van de consument te beëindigen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Toetsingskader
Op de overeenkomst tussen de consument en de ondernemer zijn de Algemene voorwaarden voor Kinderopvang, Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2025 (hierna te noemen: Algemene voorwaarden) van toepassing.

De ondernemer heeft zich beroepen op artikel 14.3 sub b onder iii, in samenhang met artikel

13.2 sub a onder iii en sub b onder i van de Algemene Voorwaarden. Hieruit volgt dat de ondernemer slechts bevoegd is de overeenkomst op te zeggen op grond van een gegronde reden. Als gegronde reden wordt in ieder geval aangemerkt de omstandigheid dat (1) het kind door ziekte of anderszins een extra verzorgingsbehoefte heeft die de ondernemer feitelijk niet in staat is naar behoren te verlenen en (2)
het kind een risico of bedreiging vormt voor de geestelijke dan wel lichamelijke gezondheid of veiligheid van anderen.

Opzegging vindt plaats met inachtneming van de opzegtermijn, door middel van een aan de consument gerichte schriftelijke verklaring. De ondernemer motiveert de opzegging.

Conform eerdere jurisprudentie merkt de commissie een eenzijdige beëindiging van de overeenkomst aan als een toekomstige weigering van de toegang tot de opvang. Dit betekent dat de bepalingen die zien op de weigering van de toegang (in dit geval artikel 13 van de Algemene voorwaarden), van overeenkomstige toepassing zijn op dit geschil.

Hieruit volgt dat een consument, die het niet eens is met de beslissing van de ondernemer de overeenkomst eenzijdig te beëindigen, een verkorte procedure bij de commissie kan starten, zoals in dit geval is gebeurd.

Bij de commissie ligt dan ook de vraag voor of in het onderhavige geschil sprake is van een gegronde reden die de eenzijdige beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt.

Is sprake van een gegronde reden?
Naar aanleiding van zorgen omtrent het gedrag van de zoon van de consument heeft de ondernemer vanaf juli 2025 verschillende professionals betrokken bij de begeleiding binnen de opvang. In eerste instantie is een pedagogisch coach ingezet, die observaties heeft verricht en de pedagogisch medewerkers gedurende langere tijd heeft begeleid en geadviseerd. In november 2025 is daarnaast de zorgcoördinator betrokken voor aanvullende observatie en advisering. Nadat deze interventies niet tot het gewenste resultaat hadden geleid, heeft de ondernemer besloten een specialistisch coach in te schakelen (een gedragsdeskundige werkzaam binnen het jeugdhulpdomein). Deze specialistisch coach heeft geconcludeerd dat de zoon van de consument een mate van begeleiding behoeft die de mogelijkheden van reguliere kinderopvang overstijgt.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer in de periode voorafgaand aan de opzegging zorgvuldig heeft gehandeld door meerdere specialistische professionals te betrekken, om de opvang zo goed mogelijk af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte van het kind. Daarbij is gebleken dat de consument en de moeder van het kind gedurende dit traject structureel zijn betrokken bij gesprekken over het gedrag van het kind, de ingezette interventies en de daaruit voortvloeiende bevindingen. De commissie merkt hierbij op dat de consument het gedrag van zijn zoon, de ingezette interventies en de hieruit volgende conclusies ook niet heeft weersproken.

Dat neemt echter niet weg dat de commissie van oordeel is dat de ondernemer ten aanzien van de opzegging zélf niet de vereiste mate van zorgvuldigheid in acht heeft genomen. De ondernemer heeft aan de opzegging ten grondslag gelegd dat de zoon van de consument een dusdanige zorg- en begeleidingsbehoefte heeft dat hierin binnen de opvang niet kan worden voorzien. Daarnaast heeft de ondernemer gesteld dat het gedrag van het kind risico’s oplevert voor de veiligheid en het welzijn van andere kinderen en pedagogisch medewerkers. Op basis hiervan heeft de ondernemer zich op het standpunt gesteld dat voortzetting van de opvang in redelijkheid niet langer van hem kan worden verlangd.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting is echter gebleken dat de ondernemer geen inhoudelijk contact heeft gehad met het wijkteam over de mogelijkheid de opvang voort te zetten met aanvullende ondersteuning. De consument heeft onweersproken aangevoerd dat het wijkteam bereid was met de ondernemer samen te werken om voortzetting van de opvang, met inzet van extra ondersteuning, mogelijk te maken. Weliswaar heeft de ondernemer gesteld meermalen te hebben getracht telefonisch contact op te nemen met het wijkteam, maar dit overleg is niet tot stand gekomen.

Naar het oordeel van de commissie kan de ondernemer onder deze omstandigheden niet zonder meer concluderen dat sprake is van een ondersteuningsbehoefte waarin feitelijk niet binnen de opvang kan worden voorzien, of dat het kind een zodanig risico vormt voor de lichamelijke of geestelijke veiligheid van anderen dat beëindiging van de opvang gerechtvaardigd is. Nu de mogelijkheden van ondersteuning vanuit het wijkteam niet inhoudelijk zijn onderzocht, ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor deze conclusie.

De stelling van de ondernemer dat uit eerdere ervaringen is gebleken dat ondersteuning door het wijkteam ontoereikend zou zijn, volgt de commissie niet. Het had op de weg van de ondernemer gelegen hierover in overleg te treden met het wijkteam teneinde te onderzoeken in hoeverre ondersteuning tot de mogelijkheden behoorde en of daarmee (gedeeltelijke) voortzetting van de opvang alsnog gerealiseerd kon worden. Door zonder nader overleg met het wijkteam over te gaan tot opzegging van de volledige overeenkomst heeft de ondernemer deze mogelijkheid onvoldoende onderzocht.

Onder deze omstandigheden kan de commissie niet concluderen dat sprake is van een gegronde reden die de eenzijdige opzegging van de overeenkomst rechtvaardigt.

De klacht van de consument is gegrond.

Wijze van opzegging
Ten aanzien van de wijze van opzegging merkt de commissie het volgende op. Conform artikel 14.4 van de Algemene voorwaarden dient een ondernemer een opzegging schriftelijk te motiveren.

Naar het oordeel van de commissie is hieraan niet voldaan. Vaststaat dat de consument uitsluitend een summiere opzeggingsmail van het klantcontactcentrum heeft ontvangen, waarin de beëindiging van de opvang feitelijk werd medegedeeld, zonder nadere inhoudelijke motivering. Het gespreksverslag van het gesprek van 31 maart 2026 en de bevindingen van de specialistisch coach, die volgens de ondernemer de grondslag vormen van de opzegging, zijn niet aan de consument verstrekt.

De ondernemer heeft ter zitting erkend dat deze stukken niet zijn gedeeld en aangevoerd dat dit verband hield met de hoog opgelopen emoties tijdens het gesprek van 31 maart 2026. Daarbij heeft de ondernemer tevens erkend dat in dit opzicht niet zorgvuldig en professioneel is gehandeld.

De ondernemer heeft toegezegd deze documenten alsnog met de consument en de moeder van het kind te delen.

Conclusie
De overeenkomst is door de ondernemer niet op een gegronde reden opgezegd en de opzegging is niet conform de Algemene Voorwaarden verlopen. De opzegging kan dan ook niet in stand blijven. Dit betekent dat de consument op gebruikelijke tijd en wijze gebruik dient te kunnen maken van de opvang van de ondernemer.

Aangezien de klacht van de consument gegrond wordt verklaard, dient het klachtengeld overeenkomstig het reglement van de commissie voor rekening van de ondernemer te komen.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing
De commissie:
– verklaart de klacht van de consument gegrond;
– bepaalt dat de consument op gebruikelijke tijd en wijze gebruik dient te kunnen blijven maken van de opvang van de ondernemer;
– bepaalt dat de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 25,– aan de consument dient te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes, de heer drs. H. Grachten, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. S.M.E. Balfoort, secretaris, op 29 april 2026.

mevrouw mr. A.D.R.M. Boumans

Datum verzending : 6 mei 2026
Zaaknummer : 1336378/1337825

 

Opslaan als PDF